Spanje gaat op automatische piloot door

Spanje plaatste zich gisteren voor de finale van het EK voetbal door Portugal na strafschoppen te verslaan. Zelfs Ronaldo kon de Spaanse machine niet ontregelen.

Spain's Alvaro Arbeloa left, and Portugal's Nelson Oliveira jump for the ball during the Euro 2012 soccer championship semifinal match between Spain and Portugal in Donetsk, Ukraine, Wednesday, June 27, 2012. (AP Photo/Antonio Calanni) AP

Redacteur Voetbal

Rotterdam. Schaken is interessant voor de beoefenaars. Niet voor toeschouwers. En schaakvoetbal is doorgaans niet om aan te zien. De schoonheid van het spel bij Spanje-Portugal school in de subtiliteiten. Maar daarmee wordt de kenner bediend, niet het grote publiek. Zo gek was het niet dat de eerste halve finale van het EK tot nul doelpunten en veel gefluit leidde. Uiteindelijk won Spanje de strafschoppenserie en mag het zondag de finale spelen.

Op zich valt er weinig aan te merken op Spanje. Mooie ploeg die zijn reputatie op dit EK tenminste niet te grabbel gooit. Alleen oogt het team minder spectaculair dan de jaren waarin Spanje achtereenvolgens Europees en wereldkampioen werd. De kampioensploeg wekt bij dit EK sterk de indruk op de automatisch piloot te spelen. Al in de groepsfase zwol de kritiek aan.

Is het spel van Spanje dan saai? Bij vlagen. Het oneindig rondspelen van de bal is niet altijd een lust voor het oog. Maar het is wel knap. Knap om de bal met een voetbeweging naar een medespeler te spelen. En knap vanwege het hoge tempo waarin dat gebeurt.

Dat spel kan alleen gespeeld worden door technisch bekwame voetballers. En dat zijn de Spanjaarden, stuk voor stuk. De Spaanse spelers willen de bal. Niet altijd met de bedoeling om er effectief mee te zijn. Maar in balbezit heeft de tegenstander niet de bal. En is er dus geen gevaar te duchten. Zo simpel is het. Bovendien heeft de ploeg in Iker Casillas een doelman zo safe als een Zwitserse bank. Hij krijgt weinig te doen, maar op de spaarzame momenten dat hij een bal moet tegenhouden doet hij dat adequaat.

Portugal ontregelde die machine door gegroepeerd te voetballen en niet af te wachten. Elke Spaanse speler in balbezit boven op de huid te zitten. Dat weerwerk was aanvankelijk vrij effectief, want Spanje werd redelijk ver van het Portugese doel gehouden. Liever dan de Spanjaarden lief is, waren ze gedwongen de ‘lange’ bal te spelen. Een tegennatuurlijke handeling

In de tweede helft beet Portugal steeds feller van zich af. Dat leidde tot gele kaarten en scheurtjes in het pantser van Spanje, maar niet tot een capitulatie. En de Portugezen kregen het maar niet voor elkaar om sterspeler Cristiano Ronaldo in stelling te brengen. Bewonderenswaardig al die inspanningen van Portugal, maar de kwaliteit aan Spaanse zijde was een garantie voor herhaling van successen uit het verleden.

De wedstrijd had veel weg tussen de klassieke Spaanse botsing Barcelona-Real Madrid. Vanwege de vele spelers van die beide ploegen op het veld, maar ook vanwege botsing van speelstijlen. En waar de spelers elkaar in Spaans competitieverband redelijk in evenwicht houden, was dat gisteravond in Donetsk niet anders. Het was elkaar beloeren, aftasten en zoeken naar dat ene gaatje dat maar niet werd gevonden.

Portugal komt veel lof toe voor de wijze waarop het Spanje tegemoet trad. Met passie en lef. De spelers gaven alles wat ze hadden. Voor het vaderland, maar ook voor de uitdrukkelijke wil de wedstrijd te winnen. Alleen dat ene gaatje werd maar niet gevonden. Spanje kreeg dat in de verlenging wel één keer voor elkaar, maar de opgelegde kans was niet besteed aan de anders zo trefzekere Iniesta. En ook Ramos was er met een vrije trap dichtbij.

In het hechte Portugese collectief moet er één speler worden uitgelicht. Deze keer niet Ronaldo, maar doelman Rui Patricio van Sporting Portugal. Op de spaarzame momenten dat er een Spanjaard voor zijn doel opdook was hij de meester. Tot de penaltyserie. Toen moest zelfs Rui Patricio zwichten.

    • Henk Stouwdam