Solo Rineke Dijkstra opent in het Guggenheim

De ronde, witte entreehal van het Guggenheim Museum ziet zwart van de mensen. Massaal is de New Yorkse kunstwereld uitgelopen voor de opening van de eerste Amerikaanse overzichtstentoonstelling van Rineke Dijkstra (1959). De Nederlandse fotograaf laat er, verdeeld over vier verdiepingen, haar bekendste werken uit de afgelopen twintig jaar zien: de strandportretten, de foto’s van stierenvechters, de video’s van dansende jongeren. Zeker vijfhonderd genodigden kwamen ze gisteren alvast bekijken voordat de tentoonstelling vrijdag opent voor het publiek.

Dijkstra zelf is er een beetje beduusd onder. „Het is best wel druk hè?” lacht ze zenuwachtig. „Dit is waarschijnlijk de grootste tentoonstelling die ik ooit zal maken. En Amerika is zo’n groot land. De druk is groter dan bij een Europees museum.”

Volgens Richard Armstrong, directeur van het Guggenheim, is Dijkstra „een van de origineelste fotografen van haar generatie”. Zijn museum verzamelt haar werk sinds 1998. Plannen voor deze tentoonstelling werden al gemaakt in 2005. Rineke Dijkstra: A Retrospective, zoals de tentoonstelling heet, is nu aangevuld met nieuw werk en gaat vergezeld van een lijvige catalogus.

„Voor de Nederlandse fotografie is dit een heel belangrijke gebeurtenis”, zegt Erwin Olaf. Hij is zelf speciaal voor deze gelegenheid naar New York gevlogen. Hij is geroerd, zegt hij, om Dijkstra’s werk hier bij elkaar te zien hangen. „In het Stedelijk hingen haar werken ook mooi, maar hier in die hoge zalen komen ze nog beter tot hun recht.”

Onder de genodigden is ook Erin, het Amerikaanse meisje in de oranje bikini, die in 1992 zo schuchter voor Dijkstra poseerde op het strand van Hilton Head Island. ‘Haar’ foto kreeg een ereplek, direct bij het begin van de tentoonstelling. „Te gek”, vindt ze het, dat haar portret nu in Guggenheim hangt. Maar ze is ook geëmotioneerd. „Ik was zo onzeker toen, en Rineke heeft dat haarfijn vastgelegd. In Amerika word je van kinds af geleerd om je kwetsbaarheid niet te laten zien. Ik dacht dat ik stoer was, maar zij prikte daar direct doorheen.”

    • Sandra Smallenburg