Scholen vinden cultuureducatie 'geen prioriteit'

Cultuureducatie neemt een marginale plek in het basisonderwijs in. Dat komt doordat er in scholen nauwelijks nog leerkrachten zijn die kunnen lesgeven in muziek, tekenen of handenarbeid. Scholen hechten meer belang aan taal- en rekenonderwijs.

Dat constateren de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur, die op verzoek van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) een advies hebben geschreven over cultuureducatie in het basisonderwijs. Het advies wordt vandaag overhandigd aan Zijlstra.

De raden adviseren het ministerie meer sturing te geven aan cultuureducatie op scholen. Daarvoor moeten er duidelijke richtlijnen worden ontwikkeld voor de kennis en vaardigheden die leerlingen moeten opbouwen bij de lessen. Deze kennis en vaardigheden moeten ook bij leerlingen worden getoetst, net zoals dat gebeurt bij taal en rekenen. Verder moet de Onderwijsinspectie beoordelen of de kwaliteit van de cultuureducatie op scholen voldoende is.

Eenderde van de scholen geeft aan dat cultuureducatie bij hen weinig prioriteit heeft. De Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur betreuren dat, want 1 op de 4 leerlingen komt thuis niet in aanraking met cultuur. Volgens Geert van Dam, voorzitter van de Onderwijsraad, doen scholen minder dan vroeger aan cultuureducatie. „Zo’n 25 jaar geleden had 60 tot 70 procent van de scholen minimaal één vakleerkracht die muziekles, tekenen of handenarbeid gaf of uitstapjes organiseerde naar musea of podiumvoorstellingen. Nu heeft nog geen vijfde van de scholen daar iemand voor in dienst.”

De leerkrachten die er wel zijn, voelen zich vaak niet in staat om goed les te geven in kunstzinnige vakken. In het advies staat dat toekomstige leraren hier beter op moeten worden voorbereid tijdens hun opleiding op de pabo.

Het Rijk geeft basisscholen jaarlijks 10,90 euro per leerling voor cultuureducatie. Veel scholen kopen daar zogenoemde kunstmenu’s van in bij culturele instellingen. Dat zijn combinaties van lessen en uitjes die evenwichtig zijn verdeeld over de verschillende kunstdisciplines. „Het probleem is dat dit vaak incidentele activiteiten en uitjes zijn, die niet verbonden zijn met andere vakken op school”, zegt Van Dam. „Daardoor blijft het vaak bij een eerste kennismaking met cultuur. Van verdieping is meestal geen sprake.”

De Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur zouden het beter vinden als scholen voor langere tijd met dezelfde culturele instellingen samenwerken, zodat verdieping van de lessen mogelijk is.

    • Claudia Kammer