Ruime ervaring, maar omstreden

De keuze van Jos Silvis tot rechter in het Europees hof voor de rechten van de mens in Straatsburg leidt tot verdeelde reacties onder juristen.

Kandidaten voor de functie van rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten „het hoogst mogelijk zedelijk aanzien genieten”. Dat staat in de personeelsadvertentie die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie opstelden toen ze een opvolger zochten voor de vertrekkende rechter Egbert Myjer.

Sollicitanten voor de functie in het Hof werden beoordeeld door een commissie van drie vooraanstaande Nederlandse juristen: de president van de Hoge Raad, de vicevoorzitter van de Raad van State en de Nederlandse rechter in het Hof van Justitie van de Europese Unie. Die commissie selecteerde uiteindelijk drie kandidaten die door de Nederlandse regering werden voorgedragen aan de Raad van Europa: hoogleraar strafrecht uit Maastricht en advocate Taru Spronken, advocaat-generaal bij de Hoge Raad Jos Silvis en rechter in Den Haag Adriana van Dooijeweert.

Een speciale commissie van leden uit de Raad van Europa – onder voorzitterschap van de Nederlandse senator Klaas de Vries (PvdA) – zette Taru Spronken als beste Nederlandse kandidaat bovenaan de lijst. Silvis stond op twee. Spronken won dinsdag de eerste stemming (met 85 stemmen en 61 voor Silvis). Omdat ze niet de in de eerste ronde vereiste absolute meerderheid haalde, kwam er gisteren een tweede stemronde. Die won Silvis met 59 stemmen, twee meer dan Spronken.

„Ik ben geen specialist op het gebied van mensenrechten maar denk dat ik ben gekozen vanwege mijn ruime ervaring in de rechterlijke macht”, zegt Jos Silvis (58 jaar). Hij werkte eerder als rechter in Utrecht en Rotterdam, was raadsheer in Den Haag en sinds 2010 advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Silvis zegt goed te begrijpen dat niet iedereen enthousiast is dat hij nu is gekozen als de Nederlandse rechter in Straatsburg waar individuen en staten kunnen klagen over schendingen van het Europees mensenrechtenverdrag. In 2001 zat hij in Rotterdam de strafkamer voor die Cees B. ten onrechte veroordeelde in de Schiedammer Parkmoordzaak. De zaak geldt als een van de grootste gerechtelijke dwalingen ooit.

Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, die recente gerechtelijke dwalingen onderzocht, noemt het „te bizar voor woorden” dat de Raad van Europa Silvis koos. „In Straatsburg moeten alleen gezaghebbende magistraten zitten. Door deze dwaling heeft Silvis alle gezag als rechter verloren. Nederland zet zichzelf nu voor gek in Europa.”

De vraag is of degenen die de keuze van Silvis steunden, wisten van zijn rol in de Schiedammer zaak. Silvis vertelt desgevraagd „niets te willen zeggen” over of hij bij de sollicitatiecommissie de dwaling ter sprake heeft gebracht. „Ik weet niet of ik daar over mag praten”, zegt Silvis. Parlementariër Klaas de Vries wil ook geen commentaar geven op de vraag of hij iets wist over de rol van Silvis bij de dwaling. „Wij gaan ervan uit dat regeringen goed bekeken hebben of mensen geschikt zijn als rechter bij het voordragen van kandidaten.”

Geert Corstens, de president van de Hoge Raad, zegt dat hij wist dat Silvis de Schiedamse strafzaak heeft behandeld. Dat feit was volgens hem geen enkele belemmering hem eerder te benoemen tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad en verdiende dan ook geen nadere aandacht. Procureur-generaal bij de Hoge Raad Jan Watse Fokkens, de huidige baas van Silvis, zegt „buitengewoon gelukkig” te zijn met de keuze van Straatsburg voor Silvis. „Zijn oordeel in de Schiedammer Parkmoordzaak was onjuist maar er was destijds geen sprake van een besluit dat getuigt van onkunde. Het ging om een lastige zaak met een onvolledig dossier.”

Fokkens zegt dat hij Silvis de afgelopen jaren heeft leren kennen als „een uitstekend rechter: buitengewoon zorgvuldig en voorzichtig”. Het onterechte vonnis in 2001 „heeft Silvis diep geraakt en zijn attitude als rechter beïnvloed”, aldus Fokkens.

Silvis zegt „nog ieder dag te denken” aan de fouten in de Schiedamse strafzaak. „Die dwaling heeft een enorme schok door Nederland doen gaan. Sindsdien zijn we ons als magistraten veel meer bewust geworden van de zaken die kunnen misgaan. We begrijpen nu veel beter de risico’s die aan ons werk zijn verbonden.’’

Volgens Nebahat Albayrak, Tweede Kamerlid voor de PvdA en lid van de Raad van Europa, verliep de stemming deze week over de nieuwe rechters zoals altijd nogal rommelig. Op de dag van de tweede stemming was de opkomst ook veel lager. „Het zou goed zijn als er in Straatsburg een procedure komt die willekeur bij benoemingen uitsluit”, zegt Albayrak.

    • Marcel Haenen