Premier Monti staat onder politieke hoogspanning

Dat Monti de arbeidswet door het parlement heeft gekregen is een huzarenstukje. Maar de twijfel groeit of de Italiaanse politieke partijen bereid zijn hem te blijven steunen.

Twee stemmingen gisteren in het Italiaanse parlement, twee verschillende signalen.

De Kamer van Afgevaardigden ging akkoord met de wet die het arbeidsrecht versoepelt. Dat laat zien dat het technocratische kabinet-Monti serieus werkt aan de hervormingen die Berlijn en Brussel van Italië vragen. Maar in de Senaat liep een poging vast om het politieke bestel te stroomlijnen. En dat illustreert de twijfels over de bereidheid van politieke partijen om mee te werken aan een grootschalige sanering.

De nieuwe arbeidswet is een mijlpaal. Werkgevers en rechtse partijen hebben jarenlang gepleit voor meer flexibiliteit in het aannemen en ontslaan van mensen. De vakbonden hebben dit steeds tegengehouden. De nieuwe wet is op veel punten een compromis, maar dat Monti en zijn minister van Arbeid Elsa Fornero nu de wet door het parlement hebben gekregen, is een politiek huzarenstukje.

De nieuwe regels zijn bedoeld om meer dynamiek te brengen in de economie. Zo aarzelden veel kleine bedrijven om mensen aan te nemen, omdat het met meer dan vijftien werknemers in de praktijk vrijwel onmogelijk was iemand te ontslaan. Ook voor potentiële buitenlandse investeerders was de rigide arbeidswetgeving een hoge drempel.

Monti was er veel aan gelegen om deze wet mee te nemen naar de Europese top. De Europese Raad moet „nota kunnen nemen van het aanvaarden van deze belangrijke structurele hervorming”, hield hij het parlement voor. Hij wil laten zien dat Italie niet alleen maar geld vraagt. Maar van harte ging het niet in de Kamer. Er waren vier vertrouwensstemmingen voor nodig, en veel kamerleden lieten verstek gaan.

Dat is Monti’s grootste probleem. Aan zijn bereidheid te hervormen twijfelen weinig. Maar krijgt hij de politieke partijen mee? Illustratief is de stemming gisteren in de Senaat. Italië heeft met zo’n duizend afgevaardigden en senatoren meer parlementariërs dan de meeste andere landen. Bovendien verdienen ze veel meer. Maar een plan om in ieder geval het aantal senatoren te verminderen, werd door rechtse partijen zodanig verwaterd dat er vrijwel niets van over is.

En krijgt Monti wel de tijd? De afgelopen weken praten politici hardop over vervroegde verkiezingen, dit najaar in plaats van komend voorjaar. En op rechts zorgt Silvio Berlusconi voor onrust. Hij heeft goed gekeken naar het succes in de peilingen van de populistische komiek Beppe Grillo, en begon ook te roepen dat vertrek uit de eurozone niet ondenkbaar is. „Het is geen vloek’’ daarover na te denken, zei Berlusconi – iets waar ook veel mensen in zijn eigen partij het hartgrondig mee oneens zijn.

Bovendien: wat wil Berlusconi? De 75-jarige oud-premier, die in november door de onrust op de financiële markten gedwongen werd af te treden, suggereert van alles. Hij wil de kieswet hervormen in de richting van een presidentieel stelsel, en dan zou hij zelf graag president worden. Hij is bereid minister van economische zaken te worden in een kabinet met Angelino Alfano als premier, de man die formeel de partijleiding heeft overgenomen.

Al die politieke vraagtekens leiden tot hoogspanning in Rome. Het lijkt geen toeval dat president Napolitano deze week heeft afgezien van een kopje thee met koningin Beatrix en een bezoek aan de Floriade.

Na druk overleg maandag en dinsdag staan de neuzen in Rome officieel dezelfde kant op. Maar als Monti niet met een mooi resultaat terugkomt uit Brussel, gaat het verder broeien. De premier zelf staat op scherp. Hij heeft zijn ministers opdracht gegeven om komend weekeinde in de buurt van Rome te blijven, om zo nodig nieuwe noodmaatregelen te nemen voordat de financiële markten maandag open gaan.