Poep

In iedere relatie komt een moment dat poep geen taboe meer is. „Wacht, ik moet nog even poepen, daarna kunnen we weg”, wordt er door een van tweeën gezegd. Daarmee is een drempel overschreden. Terugkeer is niet meer mogelijk. Je kunt niet ineens gaan eisen dat poepen weer een geheime activiteit wordt. Sterker nog, als je samen in het land van poep terecht bent gekomen, zijn alle remmen los. Dan gaat het ook ineens over ‘aan de bruine trui breien’. Of ‘Mandela op de boot zetten’. Romantische weekendjes weg verworden tot poepen op locatie.

Ooit heb ik in het kader van opvoeding gehoord dat je (als er bezoek was) niet mocht zeggen dat je ging poepen. Je moest dan out of the blue verklaren dat je je handen ging wassen. Mijn broer en ik konden dat alleen ironisch. „Pardon, mag ik even ‘mijn handen wassen’?” Dan liepen wij gniffelend weg, ons verheugend op het luidruchtig doortrekken.

Er is een tijd geweest dat de medische stand zich ook geen raad wist met poep. Ik geloof dat dokters tegenwoordig wel gewoon ‘poep’ zeggen, maar vroeger zeiden ze ‘feces’. Feces klinkt duizenden malen viezer dan poep. ‘Ontlasting’ is natuurlijk ook een mogelijkheid, maar dat klinkt als een ziekte op zichzelf.

Mijn oma zaliger zei ‘drukken’. Als kleuter werd ik hier al onpasselijk van, maar helaas hadden oma en ik niet het soort relatie waarin problemen in een open sfeer bespreekbaar waren. Mijn ongemakkelijkheid hierover heeft ervoor gezorgd dat ik het ook vies vind als er in een bijsluiter staat: „Druk de tablet uit de strip.” En eigenlijk vind ik ‘uitdrukken’ in de zin van ‘onder woorden brengen’ ook vies.

Onlangs hoorde ik over een dappere poging van een stel om het poeptaboe binnen hun relatie in ere te houden. Dit waren mensen die al lang samen zijn, en die dus ook op de hoogte zijn van elkaars gepoep. Om de magie in de relatie te houden, hadden ze daarom de term ‘lange plas’ bedacht. „Ik doe nog even een lange plas, geef jij de planten anders water?” De lange plas werkt goed, als term. Ik zeg het zelf nu ook af en toe.

    • Paulien Cornelisse