Pedoseksuelen hebben Martijn niet meer nodig

De vereniging Martijn was een product van de jaren zestig. De kentering kwam met de zaak-Dutroux. Het verbod leidt niet tot minder kindermisbruik.

Halverwege de jaren negentig had de vereniging Martijn 650 leden. In 2010 waren dat er nog maar 70. Gisteren werd het voorlopig einde ingeluid van dit platform voor pedofielen. Het bestond uit een openbare website, een besloten deel waar kon worden gechat door leden en een uitgebreid archief van publicaties over pedofilie. Ook gaf de vereniging een driemaandelijks tijdschrift uit, OK magazine, gemaakt voor en door pedofielen. De rechtbank in Assen verbood en ontbond de vereniging gisteren per direct.

Niet omdat de vereniging aanmoedigt tot het plegen van strafbare feiten – dat doet ze in ieder geval niet openlijk – maar omdat het uitspreken van de wens om legaal seksuele relaties met kinderen te mogen onderhouden, in gaat tegen de openbare orde. Hoogleraar Jan Hendriks van de VU is niet verbaasd over de uitspraak. „Rechters zijn ook een product van de tijdgeest. En de samenleving wil op dit moment een vereniging als Martijn niet meer tolereren. Dat is wel duidelijk.”

Het maatschappelijk verzet tegen Martijn was de afgelopen jaren groot. Hagenaar Henk Bres verzamelde 70.000 handtekeningen om het verbieden van Martijn op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Ramen van leden van de vereniging werden ingegooid. Schrijver Arnon Grunberg noemde pedofielen de nieuwe heksen waarop wordt gejaagd. Schrijver en dichter Anton Dautzenberg die als niet-pedofiel lid werd van Martijn omdat hij wil opkomen voor de vrijheid van meningsuiting, werd door een van zijn werkgevers aan de kant gezet.

Waarom kan nu niet meer wat meer dan twintig jaar lang wel kon? Dat is een vraag die gaat over de seksuele moraal, zegt Hendriks. „De vereniging werd opgericht in de nasleep van de seksuele revolutie in de jaren zestig en zeventig. In die periode raakte homoseksualiteit geaccepteerd, maar helaas gold dat ook voor pedofilie, zij het in mindere mate.” Eerste Kamerlid Brongersma van de PvdA kwam bijvoorbeeld openlijk uit voor zijn pedofiele geaardheid.

De vrijere seksuele moraal van de jaren zestig en zeventig leidde in 1991 zelfs tot een wetswijziging die het mogelijk maakte seks te hebben met kinderen van twaalf tot zestien. Seks met een kind vanaf twaalf jaar zou alleen nog worden vervolgd als iemand er een klacht over indiende. Het derde kabinet-Lubbers (CDA, PvdA) tekende ervoor. De wetswijziging kwam voort uit het idee dat jongeren over hun eigen lichaam moesten kunnen beschikken, maar werd in 2002 weer teruggedraaid. Seks met jongeren tot zestien is sindsdien weer strafbaar, ook als niemand klaagt. En het CDA is nu voor een verbod van Martijn.

Sytse van der V., de Eindhovense pedoseksueel die er al jaren niet in slaagt een gemeente te vinden die hem op wil nemen, kon vrijelijk over pedofilie publiceren in de jaren zeventig en tachtig. Zijn uitgeverij uit die tijd liet weten dat soort boeken nu niet meer te willen uitgeven.

Met de aanhouding van Marc Dutroux in 1996 begon de kentering, concludeerde de voorzitter van Martijn, Ad van den Berg. De Belg ontvoerde, misbruikte en vermoordde meerdere meisjes. Volgens Van den Berg was het woord pedofiel sindsdien synoniem aan ‘kinderverkrachter’. Overigens werd Van den Berg vorig jaar zelf veroordeeld voor het bezit van kinderporno.

Of het verbod van Martijn ertoe leidt dat minder kinderen worden misbruikt, betwijfelt hoogleraar Hendriks. Pedoseksuelen hebben de vereniging niet nodig, zegt hij. Voor justitie vormde de site wel een aanknopingspunt om zicht te krijgen op pedofielen. Tofik Dibi van GroenLinks twitterde gisteren dat hij dubbele gevoelens bij het vonnis had. „Drijven we pedofilie zo niet meer ondergronds?” Overigens is er sinds april ook een telefonische hulplijn waar pedofielen hun verhaal kwijt kunnen en een doorverwijzing kunnen krijgen naar hulpverlening.

De zaak-Robert M. heeft laten zien dat pedoseksuelen met specifieke seksuele voorkeuren (voor baby’s bijvoorbeeld) elkaar wereldwijd makkelijk vinden. Ze treffen elkaar in chatboxes en versturen versleuteld kinderporno aan elkaar. Toegang tot dit soort netwerken krijg je meestal alleen als je zelf nieuwe kinderporno inbrengt. Zo wordt infiltratie door agenten voorkomen. Daarbij komt dat de meeste zedendelicten niet door pedofielen worden gepleegd. Incest is bijvoorbeeld vaak een gelegenheidsdelict. Iemand wil seks, kan die impuls niet beheersen en het kind ligt letterlijk voor het grijpen. En er zijn de sociaal angstige daders, die te schuchter zijn om met volwassenen om te gaan en zich daarom op kinderen richten.