Onze instituten zijn niet opportunistisch

Lizzy van Leeuwen betichtte twee onderzoeksinstituten van onzuivere motieven over een onderzoek naar militair geweld in Indonesië. De twee directeuren reageren.

Samen met directeur Piet Kamphuis van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie hebben wij op 19 juni in de Volkskrant een nieuw en omvattend onderzoek naar het militaire geweld in Indonesië tussen 1945 en 1949 bepleit. Wij denken dat er zowel in Nederland als in Indonesië behoefte is aan zo’n ‘finaal’ onderzoek, niet alleen om de gebeurtenissen in deze dekolonisatieoorlog in onderling verband te beschrijven en te analyseren, maar ook om de nasleep ervan – inclusief het toedekken ervan – te doorgronden.

NRC Handelsblad berichtte terughoudend over ons voorstel, maar kwam wel met een uitvoerig opiniestuk van Lizzy van Leeuwen (Opinie & Debat, 23 juni). Als wij haar goed begrijpen, staat zij eigenlijk positief tegenover een onderzoek zoals door ons bepleit, maar vindt zij dat dit al veel eerder had moeten plaatsvinden. Dit zijn wij geheel met haar eens. Hooguit kunnen we opmerken dat de tijd er eerder niet rijp voor was. Waarom het eerder dan zo moeilijk lag, behoort uitdrukkelijk tot het onderzoek dat wij bepleiten.

Van Leeuwen verwijt ons – of althans onze instituten – „opportunisme”, omdat wij nu pas in actie komen. Dan gaat het plotseling over de vraag of onze motieven wel zuiver zijn. Hiertoe tovert zij een recent evaluatierapport over vier KNAW-instituten, waaronder het KITLV en het NIOD, uit haar hoge hoed. In dit door een keur van internationaal befaamde wetenschappers geschreven rapport zou worden gesteld dat het KITLV en het NIOD er goed aan doen om hun eigen broek op te houden. Anders zouden deze instituten binnenkort weleens kunnen worden opgedoekt.

Hier moeten wij haar krachtig tegenspreken. De KNAW heeft het rapport nog niet openbaar gemaakt. De procedure is nog niet voltooid. Er is geen sprake van de door Van Leeuwen geconstateerde noodsituatie. De koers van de instituten wordt uitdrukkelijk gesteund. Zowel het KITLV als het NIOD wordt beoordeeld als very good to excellent. Dit is vierenhalf op een schaal van één tot vijf. De instituten worden geprezen voor hun wetenschappelijke prestaties, voor hun nationale en internationale reputatie en voor hun bijdragen aan maatschappelijke debatten.

Ons voorstel voor een grondig onderzoek naar de dekolonisatieoorlog en de nasleep ervan past goed bij dit zowel wetenschappelijk als maatschappelijk sterke profiel. Het is onbegrijpelijk dat dit in deze krant zo bot en weinig overdacht kon worden weggezet als „opportunisme”.

Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW). Marjan Schwegman is directeur van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD-KNAW).