NedCar van Daf via Mitsubishi naar BMW

Er gloort hoop voor de 1.500 werknemers van NedCar. Als eigenaar Mitsubishi eind dit jaar vertrekt, is NedCar door VDL gekocht en gaat BMW er waarschijnlijk produceren. De regio is opgelucht.

Familie en bekenden verzamelden zich al rond het sterfbed, een geestelijke stond al klaar voor de toediening van de laatste sacramenten, maar opnieuw lijkt NedCar op te staan uit de dood. Nadat de naam BMW al maanden rondzoemde, heeft de Duitse onderneming nu zelf de intentie uitgesproken dat ze tussen 2014 en 2022 wil gaan produceren in Born.

Zekerheid is er pas als iedereen zijn handtekeningen heeft gezet, maar het zou wel eens snel kunnen gaan. Directeur Wim van der Leegte van het Eindhovense industriële bedrijf VDL, het concern dat NedCar koopt, denkt dat het binnen een maand moet kunnen lukken. Henk van Rees van FNV Bondgenoten vermoedt dat hij in de loop van volgende week al met een intentieovereenkomst naar zijn achterban kan.

De vakbondsbestuurder is blij met het glorende perspectief voor de 1.500 werknemers. „Al is de tijd tussen het vertrek van Mitsubishi op 31 december en de definitieve opstart van de BMW-productie in het laatste kwartaal van 2014 nog een lastige.”

De overbrugging gaat er voor iedereen anders uit zien. Er zijn mensen nodig voor de ombouw van de fabriek, waarin mogelijk ook nog wat tijdelijke opdrachten (bijvoorbeeld persen) kunnen worden uitgevoerd. Enige honderden werknemers zullen enkele maanden kennis gaan opdoen bij BMW in Duitsland. Mobiliteitscentra gaan op zoek naar vervangend werk.

Maar ongetwijfeld belandden desondanks toch mensen in de WW. „Door afspraken met de bedrijven en de overheden kunnen we in elk geval garanderen dat iedereen honderd procent uitbetaald krijgt.”

Bij Van der Leegte begon het broeden onmiddellijk toen begin februari duidelijk werd dat Mitsubishi aan het einde van het jaar zou vertrekken in Born. „Zo’n fantastisch bedrijf moest behouden kunnen blijven. NedCar heeft zelf de contacten gelegd met BMW. Dat wij aandeelhouder wilde worden van de fabriek, werkte heel positief. Ook op termijn is het gunstig dat exploitatie van de fabriek en het produceren twee gescheiden verantwoordelijkheden worden. Het betekent dat er veel actiever zal worden gekeken naar andere belangstellenden.”

Van der Leegte vermoedt dat het mogelijk moet zijn om, met BMW als uithangbord, de komende jaren ook andere partijen te interesseren voor fabricage in Born.

De regio is blij dat de fabriek, niet te missen bij het binnenrijden van Zuid-Limburg via de snelweg A2, blijft doordraaien. De NedCar-medewerkers staan bekend als vaklui, maar waren vanwege hun hoge gemiddelde leeftijd ook lastig herplaatsbaar geweest in geval van een definitief einde. Bovendien is er bijna geen vergelijkbaar werk.

„Met VDL halen we de koning van de Nederlandse maakindustrie binnen en met BMW de keizer van de Duitse automobielindustrie”, zegt Mark Verheijen, gedeputeerde voor Economische Zaken (VVD). De komst van de twee past mooi in het grotere verhaal dat de provincie graag vertelt: dat Limburg meer is dan Limburg en eigenlijk deel uitmaakt van een grotere regio met onder meer Leuven, Hasselt, Aken en het sterke Eindhoven.

Met VDL komt nu een van de vlaggenschepen van de Brabantse stad naar Born. Het is voorstelbaar dat dankzij BMW al bestaande samenwerking met de dertig kilometer verderop gelegen RWTH in Aken, in zijn eentje groter dan de drie Nederlandse technische universiteiten samen, verder is uit te bouwen.

Verheijen blijft voorzichtig: „Het is in elk geval goed voor het Limburgse zelfvertrouwen. En het bewijs dat in tegenspraak met steeds terugkerende geluiden er wel degelijk toekomst is voor maakindustrie in Europa. Economieën kunnen niet bestaan van innovatie en diensten alleen. Voor flexibele fabrieken dichtbij de consument is er altijd ruimte.”

Na de Japanse jaren verheugt het personeel zich ook op een Nederlandse baas in combinatie met een Duitse producent. Bonden stuitten bij Mitsubishi voortdurend op muren van Aziatische ondoorgrondelijkheid, recent nog bij het uitblijven van onderhandelingen over een nieuw sociaal plan.

„We waren voortdurend bezig met het duiden van bewegingen”, verzucht Van Rees. „Het einddoel bleef vaak onduidelijk. Uit het ene stapje moest je dan maar afleiden wat het volgende stapje zou kunnen zijn. Er was het probleem van taal en van afstand. Als topman Osamu Masuko overkwam, kon je een paar uur met hem praten, daarna ging hij terug. Van der Leegte zegt nu al: ‘Henk, als er wat is, bel!’ Rechttoe-rechtaan. Dan kun je het nog wel oneens zijn, maar het praat makkelijker.”

    • Paul van der Steen