Naar Brussel met het mes van de markten op de keel

Vandaag is in Brussel de top over de politieke inrichting van de eurozone. Parijs en Berlijn strijden om de macht.

Correspondent Brussel

In het rapport over de euro dat Europees president Herman Van Rompuy dinsdag publiceerde, staan remedies waar sommigen al twintig jaar voor pleiten. Maar het kost tijd om die oplossingen uit te voeren – een bankunie of politieke unie roep je niet van de ene dag op de andere in het leven. De vraag is of de eurozone die tijd wel hééft. Wat als Italië voortijdig gaat schuiven?

Europese regeringsleiders bespreken dat rapport vandaag, op een top in Brussel. Maar omdat bijna elk euroland wel ergens moeite mee heeft, zal het maanden duren voordat die discussie uitmondt in concrete stappen. Wat Van Rompuy betreft worden in oktober of december knopen doorgehakt, maar ook dan, zo staat in zijn rapport, zal het „een decennium” duren voor alle oplossingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

Zo geeft dit rapport de aftrap voor een debat over de politieke inrichting van de eurozone, dat twintig jaar geleden óók werd gevoerd, maar toen plotseling werd afgebroken. Dat debat ging destijds tussen Duitsland en Frankrijk. Duitsland wilde alleen een euro invoeren als die een solide politiek fundament zou krijgen. Berlijn wilde de economieën van eurolanden beter stroomlijnen, zodat bepaalde beslissingen over de begroting, arbeidsmarkt of zelfs sociaal beleid niet meer nationaal bleven maar Europees werden. Frankrijk wilde het omgekeerd doen: eerst de euro, daarna werken aan een politieke unie als ‘backup’ voor de munt.

De Fransen kregen hun zin. Niet omdat ze toen sterker waren, maar omdat de politieke dynamiek met het europroject op de loop ging. De Berlijnse Muur viel. De twee Duitslanden werden herenigd. Meer dan tien Oost-Europese landen moesten een plaats krijgen in de Europese Unie. Dit was een tijd voor doorpakken, niet voor lange, ideologische debatten. De roekeloosheid sloeg toe: het Westen had overwonnen, ‘ons’ systeem had gewonnen – ons kon weinig gebeuren. Zo kwam de euro er sneller dan gepland, zonder politieke basis.

Dat breekt de euro nu op. Economen als Paul de Grauwe, van de London School of Economics, voorspelden het al voor de introductie in 2002: één munt zonder onderlinge discipline en solidariteitsmechanismen – dat kon niet werken.

Vandaar dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president François Hollande, die elkaar gisteravond alvast ontmoetten, nu alsnog bespreken wat hun voorgangers Kohl en Mitterrand destijds op ijs zetten. Met het mes van de markten op de keel. Het ideologische debat over Europa moet eindelijk worden gevoerd – anders gaat de euro teloor.

Duitsland wil een politieke unie: macht overdragen aan supranationaal gezag. Het land is zelf een federatie. Federale mechanismen boezemen Duitsers minder angst in dan de Fransen – en als hun munt in het geding is, nog minder. Frankrijk is een centraal geregeerd land. Soevereiniteit overdragen aan ‘Brussel’ of een Europese minister van Financiën, ligt moeilijk in Parijs.

Vandaar dat Merkel en haar Duitse partijgenoten in de pers hameren op begrotingsdiscipline in de eurozone, en alleen solidariteit willen bieden aan landen die zich aan de regels houden. Van erupties van solidariteit, zoals een noodfonds dat staatsschuld opkoopt, krijgt Merkel het benauwd. Om dezelfde reden, maar dan omgekeerd, weigert de Franse minister van Financiën Pierre Moscovici de term „politieke unie” in de mond te nemen. Hij hamert op een ‘bankenunie’, een systeem waarbij niet overheden, maar banken zelf de pijn voelen van financiële risico’s. Parijs en Berlijn voeren een keihard gevecht om de macht. En de vraag is: wiens Europa prevaleert?

In het rapport probeert Van Rompuy beide benaderingen te verzoenen. De bankunie komt er niet eerst. De politieke unie komt er óók niet eerst. Nee, ze moeten er tegelijk komen. Het woord ‘soevereiniteit’ valt één keer in de tekst. Het beladen woord ‘unie’ is vervangen door ‘framework’.

Maar intussen wankelt Italiës premier, Mario Monti. Monti wil doorgaan met hervormen, maar de Italianen hebben er genoeg van. Monti wil een ‘gebaar’ van de eurozone dat hem in eigen land weer even standing geeft. Hij begint Merkel te pushen voor snellere oplossingen. Merkel laat zich niet pushen. Maar als Italië valt, is de eurozone verloren. Italië is te groot en te duur om te redden. Achter de schermen beweegt Merkel, zeggen ingewijden. Maar hoeveel, dat hangt weer af van wat de Fransen háár geven.

En zo kan dezelfde crisis die maakt dat een solide euro-architectuur weer op de agenda staat, het bouwwerk ook verpletteren voor het wordt opgetrokken.

    • Caroline de Gruyter