Kritiek op nieuwe Nederlandse rechter mensenrechtenhof

De Raad van Europa heeft gisteren advocaat-generaal bij de Hoge Raad Jos Silvis gekozen tot de nieuwe Nederlandse rechter bij het Europese mensenrechtenhof in Straatsburg. Veel Nederlandse juristen vinden die keuze ongepast omdat Silvis als rechter verantwoordelijk was voor een van de grootste gerechtelijke dwalingen in de Nederlandse strafrechtpleging.

Silvis was in 2001 voorzitter van de strafkamer van de Rotterdamse rechtbank. Die veroordeelde Cees B. na een valse bekentenis ten onrechte tot 18 jaar cel wegens de moord op de 10-jarige Nienke Kleiss. Dit oordeel werd later herroepen toen uit DNA-onderzoek bleek dat Cees B. de dader niet kon zijn.

Een commissie van de Raad van Europa had hoogleraar strafrecht Taru Spronken bovenaan de lijst gezet als beste Nederlandse kandidaat. Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, die recente gerechtelijke dwalingen onderzocht, noemt het „te bizar voor woorden” dat de Raad van Europa Silvis koos in het mensenrechtenhof. „In Straatsburg moeten alleen gezaghebbende magistraten zitten. Door deze dwaling heeft Silvis alle gezag als rechter verloren. Nederland zet zichzelf nu voor gek in Europa.”

Hans Franken, CDA-senator en voorzitter van de 14 Nederlandse parlementariërs in de Raad van Europa, zegt dat Silvis is gekozen vanwege zijn „grote ervaring en diepgang als jurist”. Franken zegt desgevraagd dat hij niet wist dat Silvis de Schiedammer Parkmoordzaak deed. „Dat was een heel ongelukkig vonnis. Maar ik zou niet altijd de regel willen hanteren: wie eens steelt, is altijd een dief. Waar gewerkt wordt, kunnen fouten worden gemaakt.”

Advocaat Gerard Spong, die Cees B. bijstond, noemt het „heel opmerkelijk” dat Silvis is gekozen. „Spronken is al 25 jaar ervaren in mensenrechten. Silvis wees bij de Schiedammer Parkmoord diverse belangrijke verzoeken van de verdediging af.”

Jos Silvis zegt het „geweldig te vinden dat hij in een ontzettend belangrijk instituut als het Europese hof zich kan inzetten voor mensenrechten”. Hij zegt nog elke dag terug te denken aan het vonnis dat hij wees in 2001 in de Schiedamse zaak. „Dat was een onterechte veroordeling die plaatsvond op basis van een onvolkomen dossier, waarvoor de verantwoordelijkheid niet eenzijdig bij een persoon of instantie ligt. Als rechter draag ik daarvoor zonder twijfel mede verantwoordelijkheid. Rechters maken ook fouten, de ene meer verwijtbaar dan de andere. Het is belangrijk de intentie te hebben het goede te zoeken.”