'In de Grote Oceaan drijft een plastic massa ter grootte van 34 keer Nederland'

De aanleiding

In het artikel ‘Plastic Paranoia’, dat op 18 juni in nrc.next verscheen, was te lezen dat in de Grote Oceaan een plastic massa drijft, die ongeveer 34 keer zo groot is als Nederland. next.checkt-lezer Jos Paardekooper uit Deventer vraagt zich af of dat klopt.

Waar is het op gebaseerd?

De bewering dat de drijvende plastic massa in de Grote Oceaan 34 keer zo groot is als Nederland, valt uiteen in twee aannames: enerzijds dat het door plastic vervuilde gebied in de Grote Oceaan 34 keer de oppervlakte van Nederland heeft, en anderzijds dat het gaat om een plastic massa, ofwel een geheel van plastic.

De oorsprong van het getal ‘34 keer Nederland’ is terug te leiden naar de Amerikaanse oceanograaf Curtis Ebbesmeyer, die bekend werd met zijn onderzoek naar plastic afval in zee. In 2009 publiceerde hij daarover het boek Flotsametrics and the Floating World. Daarin schat hij dat het door plastic vervuilde gebied in de Grote Oceaan „twee keer zo groot is als de Amerikaanse staat Texas”. Dit is omgerekend 34 keer de oppervlakte van Nederland, of – een getal dat ook veel circuleert – de oppervlakte van Spanje, Portugal en Frankrijk samen.

De tweede aanname, dat in de Grote Oceaan een plastic massa drijft, is gebaseerd op eerdere berichtgeving in de Nederlandse media. Het Parool spreekt van een ‘plastic eiland’, de Volkskrant van een ‘plastic-kerkhof’, een ‘immense archipel van plastic’ en een ‘plastic eilandenrijk’ en NRC Handelsblad van een ‘kunststofarchipel’. Ook het NOS Journaal heeft het over een ‘plastic brij’ en de VPRO-documentaire over de reis van de Beagle spreekt van ‘tapijten’ van plastic in de oceanen.

En, klopt het?

De aanname dat er een plasticmassa, plastic eiland of plastic tapijt in de Grote Oceaan drijft, is onjuist. Er drijft in zee geen ondoordringbare laag van plastic flesjes, plastic zakken of vershoudfolie. Wel verzamelt het rondzwervende plastic zich in bepaalde gebieden door rondcirkelende zeestromen. Daarvan zijn er wereldwijd vijf bekend – naar die in het noorden van de Grote Oceaan is het meeste onderzoek gedaan.

Wie door deze gebieden vaart, zal echter moeite hebben om het plastic in het water te vinden. Door slijtage – zon, zee – is bijna al het plastic uiteengevallen tot piepkleine stukjes van minder dan 5 millimeter grootte. Dit microplastic weegt, volgens een gezaghebbende studie van onderzoekster Kara Lavender Law uit 2010 naar het plastic in de Atlantische Oceaan, gemiddeld slechts 0,0136 gram per stukje.

Deze piepkleine stukjes plastic worden ook wel de ‘plastic soep’ genoemd – een term die werd bedacht door de ontdekker van deze vervuiling, kapitein Charles Moore. De ‘plastic soep’ is misschien nog wel schadelijker voor het milieu dan het ronddrijven van grote stukken plastic: vissen zien namelijk het verschil niet tussen plankton en de piepkleine stukjes plastic, en eten het microplastic dus op. Dit is niet alleen slecht voor de vissen, maar ook voor dieren hoger in de pikorde: gifstoffen hechten zich aan het plastic en komen zo via de vissen in de voedselketen terecht.

In de Grote Oceaan drijft dus geen plastic massa, maar er is wel een groot gebied waar schadelijke hoeveelheden microplastic in het water zitten. Wat precies een ‘schadelijke’ hoeveelheid is, staat nog ter discussie onder wetenschappers en wordt vooralsnog gebaseerd op schattingen. Charles Moore stelt dat één stukje plastic per kubieke meter oceaan schadelijk is – een dichtheid die door veel onderzoekers wordt aangehouden en daarom ook in deze factcheck het uitgangspunt is.

Hoe wordt de grootte van het gebied met zo’n schadelijke concentratie onderzocht? De meest recente onderzoeken worden gedaan met zogenoemde manta trawls. Achter een schip wordt een groot, fijnmazig net gehangen, waarin plastic zo klein als eenderde millimeter achterblijft. De hoeveelheid plastic in het net wordt afgezet tegen de gevaren afstand. Zo wordt een dichtheid per kubieke meter berekend.

De Algalita Marine Research Foundation, opgezet door Moore, heeft recent een grootschalig onderzoek met manta trawls in de Grote Oceaan gedaan. Uit dat onderzoek blijkt dat het gebied waar de plasticdichtheid het hoogst is, inderdaad ongeveer 34 keer de omvang van Nederland heeft. Het gehele vervuilde gebied is nog vele malen groter. Moore spreekt zelfs van de grootte van de Verenigde Staten.

In een ander, grootschalig onderzoek van onderzoeker Miriam Goldstein uit mei 2012 worden deze data bevestigd. Deze studie toont dat het gebied met meer dan 1 stukje microplastic per kubieke meter water ongeveer twee keer de omvang van de staat Texas heeft, ofwel 34 keer Nederland.

Conclusie

In de Grote Oceaan drijft géén plastic eiland of tapijt. Het plastic dat in zee terechtkomt valt namelijk uiteen in piepkleine deeltjes: microplastic. De bewering dat in zee een (ondoordringbare) plastic massa drijft is dus onwaar. Echter, er is wel een gebied in de Grote Oceaan waar microplastic in schadelijke hoeveelheden in het water aanwezig is. Dat wil zeggen: er drijft minstens één stukje plastic in elke kubieke meter water. Dit gebied is volgens het laatste onderzoek wél ongeveer 34 keer zo groot als Nederland. Daarom beoordeelt next.checkt de bewering dat er in de Grote Oceaan een plasticmassa ter grootte van 34 keer Nederland drijft als half waar.

Met medewerking van Hester van Santen en Michiel Roscam Abbing.

    • Maite Vermeulen