Hogere koekblik-dressuur

Om het mini-autootje Canta te eren is er nu een heuse choreografie aan gewijd. „Cool dat ik bovenop mijn Canta een solo mag spelen.”

In Het Nationale Canta Ballet wordt het beeld van het ‘superieure’ danserslijf bijgesteld. Foto Olivier Middendorp

Vraag: hoeveel mensen passen er in een Canta? Antwoord: zes. Voorwaarde is wel dat vijf van de zes superslanke dansers zijn. Dansers dus, met hun superieure lichaamsbeheersing, waaraan nog geen kleine teen scheef mag staan.

In Het Nationale Canta Ballet dansen dertig dansers van Het Nationale Ballet en twintig leerlingen van het ROC Nova College met ruim vijftig Canta-autootjes, de (meestal) Ferrari-rode invalidenautootjes die ook wel verticale koekblikken worden genoemd, en hun bestuurders, aan wie fysiek nou juist wél het een en ander schort.

In een gemotoriseerde choreografie van Ernst Meisner komen hun werelden voor één keer samen. Vanavond vinden de twee enige uitvoeringen plaats van het feestelijke gemeenschapskunstproject, een initiatief van documentairemaakster Maartje Nevejan, regisseur Bert Kommerij en schrijfster, columniste en Canta-rijdster Karin Spaink.

Op de eerste dag dat alle Canta-dansers, HNB’ers en ROC’ers gezamenlijk repeteren in de Gashouder op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam, heerst er enige onrust onder de deelnemers. Welzorg, de organisatie die Canta’s in bruikleen geeft aan haar cliënten, heeft middels een brief bezwaar aangetekend tegen deelname aan het project. „Waar zíjn ze mee bezig! Ik heb een klacht ingediend”, briest Anita, een van de Canta-dansers.

Ze vermoedt dat men ongerust is geworden door een filmpje op YouTube, waarop te zien is hoe een voorruit sneuvelt tijdens een sprong over de motorkap. „Maar die schade wordt gewoon door de productie vergoed.” Net bijgekomen van een operatie aan haar schildklier en in een periode waarin de multiple sclerose zich redelijk koest houdt, geniet ze volop van het project. En dan zoiets. Gelukkig is haar autootje haar eigendom. Anita is een van de betere chauffeurs en doet aan hogere Canta-dressuur. Zij draait pirouettes en slalomt tussen rijdende collega’s door.

Meisner repeteert het materiaal dat in stukken en brokken met verschillende groepen is ontwikkeld. Met deurtjes die open- en dichtgaan komen de wagentjes als speelse vlinders in een keurige rij – rood, wit, rood, wit – de ronde hal binnenrijden. Dansers laten zich voortslepen of hangen uit de invalidenautootjes, een danseres wordt in een triomfantelijke spagaat bovenop het dak van ‘haar’ automobiel door de ruimte gevoerd.

En ach! Daar rijdt een op afstand bestuurde, schattige speelgoedversie van de Canta. Verderop wordt met enorme gereedschappen een ‘ontploft’ exemplaar gerepareerd. „Het is net Sesamstraat”, luidt het commentaar van een paar pauzerende coureurs. Fotografen van diverse media staan met open mond te kijken als een achterdeur volautomatisch openzwaait om een rolstoeler naar buiten te laten.

De uitvoering van Het Nationale Canta Ballet vormt het hoogtepunt van een mixed-mediaproject. De afgelopen vier weken vertoonde de NTR ‘the making of’, er is een website, een radiodocumentaire, een tv-registratie en Karin Spaink schreef het ‘Cantaboek’ De Benenwagen. Alles om het publiek een blik in het leven van de koekblikrijders te gunnen.

Voor danseres Hannah de Klein werkt het wel. Dankzij de documentaire kijkt zij nu anders naar de autootjes op het fietspad. Bovendien denkt zij dat ook het beeld van de danser als superieur wezen wordt bijgesteld – zij worstelen net zo goed met hun lichaam. Het project is, zegt ze openhartig, eerder van belang als mooie publiciteit dan om zijn artistieke betekenis. Violiste en Canta-danseres Kim kijkt enigszins betrapt als haar wordt gevraagd of ze deelneemt uit liefde voor de kunst of voor de Canta. „Nou, het komt steeds meer bij elkaar. Ik vind het cool dat ik bovenop mijn Canta een solo mag spelen. Dit project viert de vrijheid die de Canta je geeft.”

Het Nationale Canta Ballet, vanavond 18.30 en 21.30 uur, Gashouder, Amsterdam. Inl: hetnationalecantaballet.nl

    • Francine van der Wiel