Het onvermijdelijke vertrek van de 'beste bondscoach ooit'

Bert van Marwijk ging ten onder aan de eigenschappen die hem bijna een titel opleverden. Te lang hield hij vast aan zijn oude beleid, terwijl de wereld om hem heen was veranderd. En niemand die de val kon stoppen.

Zijn kracht was uiteindelijk ook zijn zwakte. Bert van Marwijk leidde het Nederlands elftal met duidelijkheid en gedegen voetbal naar de finale van het WK in 2010. Maar diezelfde standvastige houding binnen en buiten het veld veroorzaakte op het EK zijn ondergang. Van Marwijk kon niets anders doen dan vertrekken.

Zelden is het contrast bij een Nederlandse bondscoach tussen succes en falen zo groot geweest als bij Van Marwijk. In aanloop naar het EK verscheen zijn biografie met de ondertitel ‘de beste bondscoach ooit’. Ruim een maand later leverde hij met Oranje met nul punten uit drie duels de slechtste prestatie ooit op een eindtoernooi. Op pijnlijke wijze werd duidelijk dat zijn houdbaarheidsdatum was overschreden.

De KNVB nam Van Marwijk na het EK van 2008 in dienst als opvolger van de onervaren Marco van Basten. De bond zag in hem een man met wie iedere Nederlander zich zou kunnen identificeren. Van Marwijk moest als bondscoach de ontstane kloof tussen het Nederlands elftal en de Oranjefans weer dichten. Vier jaar geleden trokken oefenduels amper publiek. Met sleutelbegrippen als ‘focus’ en ‘missie’ ging Van Marwijk met zijn selectie op weg naar het WK in Zuid-Afrika.

Van Marwijk maakte zijn selectie vanaf de eerste dag duidelijk dat het over zou zijn met de vrijblijvendheid. Oranje moest afrekenen met het imago van een schitterend elftal dat nooit een eindtoernooi wint. Door een reeks van overwinningen groeide het vertrouwen in de groep en ontstond een gevoel van collectieve onverzettelijkheid. De hongerige generatie van heel getalenteerde aanvallers had één doel voor ogen: een hoofdprijs. Wie het groepsproces in gevaar bracht, werd onmiddellijk door Van Marwijk op de vingers getikt.

Met de wijze waarop de bondscoach omging met kleinere en grotere conflicten, dwong hij zowel binnen de selectie als bij de buitenwereld respect af. Hij wist de ego’s binnen Oranje aanvankelijk voldoende te temmen om hen als een eenheid te laten opereren. De bedoelingen en de spelopvatting waren zo helder en duidelijk, dat de wisselspelers zich zonder morren in hun lot schikten. Van Marwijk kreeg in 2010 zelfs de Machiavelliprijs voor zijn uitzonderlijke communicatieve kwaliteiten als bondscoach.

Hoe anders verging het hem op weg naar Polen en Oekraïne. Na een opnieuw bijna vlekkeloos verlopen kwalificatiereeks ontstonden eind vorig jaar de eerste serieuze haarscheurtjes bij Oranje. Tijdens het laatste kwalificatieduel in Zweden verviel het Nederlands elftal voor het eerst onder Van Marwijk in een oude fout. Nederland ging aan de eigen arrogantie ten onder. Die nederlaag bleek achteraf het begin van een desastreuze reeks die op 17 juni in het Metalist Stadion van Charkov eindigde met een kansloos verloren wedstrijd tegen Portugal.

De KNVB had het contract met Van Marwijk in december vorig jaar weliswaar tot en met 2016 verlengd, het fundament om na het EK met de bondscoach te gaan bouwen aan een nieuw team was weggeslagen. Van Marwijk had vastgehouden aan zijn eigen beleid, maar zag te laat in dat de omgeving om hem heen was veranderd. Zo was de status van veel internationals ten opzichte van twee jaar geleden totaal anders geworden.

Klaas-Jan Huntelaar was geen bankzitter meer bij AC Milan, maar kwam als topscorer van de Bundesliga naar het EK. Hij eiste nu openlijk een eerlijke kans op en liet zelfs weten „weleens moe te worden” van de bondscoach. Rafael van der Vaart voelde zich ‘een grote meneer’ als spelmaker van Tottenham Hotspur. Robin van Persie eiste als speler van het jaar in de Premier League een status aparte bij Oranje. En Ibrahim Afellay wilde gezien worden als voetballer van het grote Barcelona.

In aanloop naar het EK waren de verhoudingen binnen de selectie opeens minder duidelijk. Spelers kwamen op voor hun eigen belangen, eisten privileges en gooiden de kont tegen de krib. Het vertrek van assistent-bondscoach Frank de Boer – hij werd trainer van Ajax – deed zich opeens voelen. Het ontbrak Van Marwijk aan de juiste mensen in zijn technische staf om de onrust snel in te dammen. Van Marwijk koesterde de hoop dat een overwinning in de eerste groepswedstrijd tegen Denemarken alle problemen naar de achtergrond zou verdrijven. De hiërarchie zou dan vanzelf ontstaan.

Het omgekeerde gebeurde. Nederland verloor op schlemielige wijze van de Denen en de smeulende vuurtjes groeiden snel uit tot een onbeheersbare veenbrand. Huntelaar en Van der Vaart zagen hun kans schoon en sloegen aan het muiten. Wesley Sneijder en Mark van Bommel probeerden de orde in de spelersgroep van binnenuit te herstellen. Tevergeefs. De selectie viel onder Van Marwijks toezicht in meerdere kampen uiteen. Spelers kwamen op voor hun eigen belangen, de harmonie was zoek. Van Marwijk wist het proces niet te keren, trad onvoldoende op en verloor zijn gezag. Naar buiten toe presenteerde hij zich als een brommende man.

Het EK in Polen en Oekraïne had voor de bondscoach het toernooi moeten worden waarop hij met Oranje zou gaan oogsten. Hij had eerder dit jaar een aanbod van PSV van de hand gewezen, omdat hij liever wilde wachten op een Europese topclub. Door hem geliefde clubs als Valencia en Liverpool kozen eerder voor andere trainers. Het is Van Marwijks tragiek dat hij twee jaar geleden – op zijn hoogtepunt – geen topaanbieding kreeg. De kans dat die nu wel komt, lijkt klein.

    • Rob Schoof
    • Arman Avsaroglu
    • Koen Greven