Halt!, zei de man met de bolhoed

Zo prijst de Theaterschool Amsterdam de regieopleiding aan: „Het begint met talent en ambitie, maar daar eindigt het niet. Wij dagen je uit om alles uit jezelf te halen, jouw talent tot het uiterste te ontwikkelen en jouw ambitie te onderbouwen met techniek, ambachtelijkheid en kennis van zaken.”

Let op: het accent ligt op „alles uit jezelf halen”. Vijf voorstellingen zijn door de Amsterdamse Theaterschool ingezonden en geen enkele betoont engagement met de actualiteit. Waar zijn eigenlijk de theatermakers gebleven die de maatschappij kritisch volgen?

De titel L’art pour l’art zegt het al. Regisseur Anna Verduin sluit de toeschouwer buiten in een ijl, poëtisch relaas over vrouwen die als bijen zijn. Ze is noch ambachtelijk noch qua spelregie in staat de uitvoering toegankelijk te maken.

Dat geldt niet voor Tatiana Pratley, die met het verrukkelijke Wij slapen niet een satirisch beeld geeft van de opgewonden leegheid en drukte op een vakbeurs. Mannen in kostuum rennen rond en spreken druk in mobiele telefoons. Vrouwen lopen te heupwiegen. Als persiflage op de leegheid van de hedendaagse netwerker is de voorstelling uitstekend geslaagd. Pratley zet haar toneelvisie open naar de wereld, als enige in deze lichting. Dat maakt haar werk uniek en opvallend.

Regisseur Laurens Krispijn de Boer voldoet volledig aan het profiel van de hoofdstedelijke school: hij wemelt van talent en ambitie, heeft visie en weet zijn voorstelling Living in Oblivion naar de gelijknamige film uit 1995 van Tom DiCillo enerverend tot theater te bewerken. Zijn acteurs spelen in een sensationele mix van ambachtelijkheid en persoonlijke inzet. Elk personage is scherp getekend. Opnieuw is het engagement ver weg. Jammer is dat de keuze voor een toneelbewerking van een beroemde film niet opzienbarend is. Dat is zelfs een trend in de jongste theatertraditie.

Dan getuigt Roerend stil naar Stirrings Still (1987) van Samuel Beckett van meer moed. Regisseur Thabi Mooi kiest als enige voor een locatie, de ruige, industriële plek Het Stenen Hoofd aan het IJ. Een oude man, prachtig innemend vertolkt door mimespeler Will Spoor, overpeinst zijn leven en wil nog een keer genieten van de buitenwereld. Dat verlangen verbeeldt Mooi ingenieus, door in de verte langs de waterlijn een orkest verleidelijke klanken te laten spelen. De man rent erheen, maar mannen met bolhoeden houden hem tegen.

Thabi Moois regie getuigt van een afgewogen visie om een complexe tekst toegankelijk te maken dankzij scherp geregisseerd spel en uitzonderlijk gebruik van de locatie.

Maren Bjørseth (uit Noorwegen) geeft een nieuwe, fascinerende wending aan het aloude toneelstuk Een poppenhuis (1879) van de Noor Henrik Ibsen. Het ambachtelijk gebruik van decor en kostuums is voorbeeldig. De verveelde Nora staat op een verhoging. Daaronder miezerige mannen die haar in een sleurleven gevangen houden. Actrice Keja Kwestro is schitterend geregisseerd als vrouw die kiest voor zelfstandigheid. Met gespannen kuiten beent ze heen en weer. Haar wanhoop weet ze tastbaar en beklemmend te maken. Dat zijn, uiteindelijk, de grote verdiensten van de regie.

    • Kester Freriks