GroenLinks is de aandacht even zat

Nederland, Den Haag, 22 juni 2012, presentatie GroenLinks kandidaten tweede kamer verkiezingen / kandidaat voor de Tweede Kamer verkiezingen 2012 / concept kandidatenlijst logo van de partij GroenLinks zin in de toekomst Foto; Peter Hilz Peter Hilz

Houdt het ook nog een keertje op? In de partijtop van GroenLinks zijn sommigen inmiddels al gelaten onder de negatieve publiciteit over hun partij. „Het is gewoon wachten welk relletje de media vandáág weer vinden.”

Eerst was er alle gedoe rond Kamerlid Tofik Dibi, die de kandidatencommissie ongeschikt vond als kandidaat-lijsttrekker. Vorige week waren er de beoordelingen van alle kandidaat-Kamerleden, waarin expliciet stond vermeld wie wel en vooral wie níét geschikt is voor een Kamerlidmaatschap.

En nu zijn er ‘de assessments’: de „knullige” tests die alle kandidaten hadden moeten doen voor hun sollicitatie. Drie soorten tests moesten ze invullen: een intelligentietest, een persoonlijkheidstest en een drijfverentest.

Belachelijk en onzinnig dat zittende Kamerleden ook werde getest, zeggen sommige van hen. Dat willen ze niet openlijk zeggen, omdat ze zien dat die negatieve publiciteit hun partij schaadt. „Maar die tests waren totaal sociaal wenselijk in te vullen. Je snapt zelf ook dat je niet als gestoorde freak moet overkomen als je de Kamer in wilt. Je kon er van alles van maken”, zegt iemand binnen de fractie.

De manier waarop het nieuws over die tests naar buiten kwam, was ook bepaald onhandig te noemen: Mariko Peters had in het voorbijgaan als reactie tegen de NOS laten vallen dat ze niet over die „knullige assessments” wilde praten. En een journalist van De Telegraaf had een gesprekje opgevangen tussen Tofik Dibi en een collega-Kamerlid – daarin zei Dibi voor de grap dat je gewoon een hulplijn had kunnen inschakelen omdat de kandidaten de tests vanachter hun eigen computer thuis konden maken.

Maar de negatieve spiraal waarin GroenLinks lijkt te zitten, is niet in zijn geheel te wijten aan knulligheden en journalisten die onrust constateren. Dat weet het partijbestuur ook. In de congreskrant, die de partij afgelopen maandag online zette, geeft het bestuur toe dat er fouten zijn gemaakt rond het besluit of er wel of geen lijsttrekkersreferendum moest komen.

Het bestuur had „sneller en duidelijker” moeten zijn rond het besluit een referendum te organiseren. Het partijbestuur bekijkt hoe die selectie van kandidaat-lijsttrekkers voortaan zou moeten. Moet een commissie dat doen, en in hoeverre zou die daar open over moeten zijn? Het antwoord staat ook in het stuk, impliciet weliswaar: „Uitgangspunten als transparantie en zorgvuldigheid wringen met een dynamische mediaomgeving.”

Zaterdag zal tijdens het ledencongres blijken of de leden de verklaring van het bestuur voldoende vinden. Een dag vol potentieel nieuwe pijnlijke momenten.

    • Annemarie Kas