'Gehandicapten mogelijk omgebracht in jaren 50'

In het katholieke gesticht Sint Joseph in Heel zijn tussen juni 1952 en januari 1954 vermoedelijk 37 gehandicapte minderjarige jongens om het leven gebracht, mogelijk met een overdosis medicijnen. Dat heeft het Openbaar Ministerie in Roermond vanochtend bekendgemaakt. Het zijn de zwaarste feiten die tot nu toe bekend zijn geworden in het twee jaar voortdurende misbruikschandaal in de R.-K. Kerk.

Bij de dood van de jongens zouden de broeder die de kinderen verzorgde, de instellingsarts en de leiding betrokken zijn geweest. De broeder, Andreas, zou zich schuldig gemaakt hebben aan moord, doodslag of dood door schuld. Hij handelde, schreef hij in zijn memoires, met toestemming van zijn oversten en heeft daar „nooit spijt van gehad”. De instellingsarts gaf valse overlijdensverklaringen af waarin stond dat de kinderen een natuurlijke dood waren gestorven.

Het OM begon medio vorig jaar een strafrechtelijk feitenonderzoek naar het opvallend hoge sterftecijfer in het gesticht van de broeders van de Heilige Joseph in de jaren 1952-1954. Aanleiding was informatie die de commissie-Deetman vond in het archief van het bisdom Roermond.

De feiten zijn in 1972 verjaard; de meeste betrokkenen, onder wie broeder en arts, zijn overleden.

Het onderzoeksrapport bevat aanwijzingen dat de 37 aan bed gekluisterde jongens mogelijk zijn overleden door een overdosis morfine of luminal, een kalmeringsmiddel. Vijfentwintig van de omgekomen jongens kwamen uit een gesticht in het Limburgse Schinnen. In Sint Joseph belandden ze doorgaans op de kinderafdeling van broeder Andreas, bijgenaamd „de spuitenbroeder”. De meeste jongens stierven kort na aankomst.

Enkele andere broeders in het gesticht wisten van de praktijken van Andreas, die bij hen als vroom en dom bekendstond.

Het OM noemt het „onaanvaardbaar”, ook naar de maatstaven van destijds, dat het bisdom Roermond niets heeft ondernomen. Uit correspondentie blijkt immers dat het bisdom wist dat de sterfgevallen te wijten waren aan „een overdosering van de medicatie en zegslieden beweerden dat het om moord ging”.

Het onderzoek leverde ook aanwijzingen op voor zware mishandeling en seksueel misbruik door broeders, broeder-overste en de rector, verantwoordelijk voor het godsdienstig leven. Gehandicapte jongens werden misbruikt of tegen de muur geslagen. Ook werd hun keel dichtgeknepen. In nachtelijke uren moesten ze in de kelder van het gesticht werken voor de lampenfabriek van Philips.

Van de sterfgevallen, de „exploitatie van de patiënten” en overige misstanden waren sinds 1954 behalve het bisdom ook burgerlijke autoriteiten op de hoogte. Maar aangifte bij politie of justitie deed niemand. Het onderzoekrapport wijst naar de directies van Sint Joseph, de oversten van de congregatie van de Heilige Joseph, de Arbeidsinspectie in Maastricht, de Inspectie voor de Volksgezondheid en de Voogdijraad.

Bij broeder Andres stierven de ‘idiootjes’ snel: pagina 6-7