Gaan we dan nú liberaliseren?

De Indiase economie hapert. Niet alleen door de crisis in het Westen, maar ook omdat politici almaar niet hervormen.

Indian artist Ramesh Sah shows his painted thumb nail with a miniature portrait of former finance minister and Indian presidential candidate Pranab Mukherjee in Siliguri on June 27, 2012. Indian Finance Minister Pranab Mukherjee stepped down June 26, leaving behind a faltering economy and a plunging rupee as he sets his sights on the country's presidency. AFP PHOTO/Diptendu DUTTA AFP

Correspondent India

New Delhi. Een brede lach. Die had de Indiase minister van Financiën, Pranab Mukherjee, dinsdag op zijn gezicht toen hij zijn ontslag indiende. Mukherjee (77) is voorgedragen voor het overwegend ceremoniële presidentschap van India. Hij is een oudgediende in de Congrespartij die al jaren een sleutelrol in de regering speelde. Maar volgens veel commentatoren kan met zijn vertrek eindelijk ruimte ontstaan voor economische hervormingen.

En die zijn nodig. Want hoewel niet alle analisten geloven in een doemscenario (de omvang van de Indiase economie neemt nog steeds toe, met cijfers waar Nederland alleen maar van kan dromen) valt het niet te ontkennen dat de economische groei van India afneemt, al twee jaar lang. In het eerste kwartaal van 2012 groeide het bruto binnenlands product met 5,3 procent: de slechtste prestatie in negen jaar.

De Indiërs wijzen steeds nadrukkelijker beschuldigend naar de eigen politici. Ze nemen geen genoegen meer met verwijzingen naar de slechte economische situatie in Europa en de Verenigde Staten. Die kan de groeivertraging slechts deels verklaren. Het afschrikken van investeerders, de belabberde infrastructuur en het gebrek aan fiscale discipline werken volgens analisten minstens zo remmend. Dat zijn binnenlandse factoren die vragen om politieke maatregelen. En intussen stijgt de inflatie (7,55 procent in mei) en keldert de rupee. De Indiase munt daalt nu sneller dan de euro.

„Onze politici stellen belangrijke beslissingen uit”, zegt Anil Kumar, een 35-jarige medewerker van een softwarebedrijf. „Mijn salaris wordt af en toe verhoogd, maar de prijzen stijgen sneller. En niemand doet iets.”

Ook analisten en het bedrijfsleven hekelen de politieke inertie van de laatste jaren. In een brief aan zijn (grotendeels buitenlandse) aandeelhouders schreef topbankier Deepak Parekh van HDFC, India’s grootste hypotheekverstrekker, dat „het gebrek aan politieke wil” India remt. Volgens hem zijn de meeste problemen „door onszelf veroorzaakt – een gebrek aan fiscale eerlijkheid, compromisloze coalitiepartners, de onwil om consensus te bereiken over belangrijke wetgeving, geblokkeerde hervormingen, corruptieschandalen en een apathische houding jegens buitenlandse investeringen.”

Ondernemers en analisten willen verdergaande liberalisering. Belangrijk is het afbouwen van staatssubsidies op onder meer brandstof, die stevig bijdragen aan het te hoge begrotingstekort. Ook wordt gepleit voor het toelaten van meer buitenlandse investeringen, ook als dat ten koste gaat van Indiase gebruiken en arbeidsplaatsen.

Volgens ingewijden wil de zwijgzame premier Manmohan Singh, die in 1991 als minister van Financiën de liberalisering van de economie voortvarend ter hand nam, de economie vlottrekken. Er liggen negen ingrijpende wetsvoorstellen te wachten op behandeling. Vooralsnog worden ze tegengehouden, vooral uit vrees tientallen miljoenen arme kiezers te benadelen. Dat ligt gevoelig. In maart kon de minister van Spoorwegen vertrekken nadat hij een minimale prijsverhoging van de treinkaartjes had voorgesteld om de sterk verouderde spoorwegen wat lucht te geven. Het was de eerste verhoging in acht jaar.

Premier Singh zou Mukherjee liever kwijt dan rijk zijn. Die hield vast aan een controversiële bepaling die buitenlandse bedrijven verplicht met terugwerkende kracht belasting te betalen over transacties die aanvankelijk onbelast waren. Met name het Britse Vodafone, dat 1,6 miljard euro zou moeten betalen, loopt gevaar. De belastingbepaling schrikt veel buitenlandse investeerders af.

Voorlopig bestiert Singh het ministerie van Financiën naast zijn premierschap. Dat betekent niet dat hij ongestoord kan liberaliseren. Er is nóg een obstakel: Sonia Gandhi, de machtige voorzitter van de Congrespartij. Maatregelen die het electoraat raken behoeven haar goedkeuring.

Toch ziet financieel columnist Sunil Jain mogelijkheden voor hervormingen. De nationale parlementsverkiezingen zijn nog anderhalf jaar verwijderd, dus het is nu of nooit. „Straks hebben we maar 4 procent groei en een inflatie van 10 procent. Ik denk dat ook Sonia Gandhi beseft dat het misgaat als we niets doen.”

    • Joeri Boom