Fatoumata Diawara: Ik zeg wat ik wil en wat ik bedoel. In drie minuten.

Fatoumata Diawara trekt over de wereld met haar mengvorm van westerse pop en Malinese wassoulou. “Ik zing over zware onderwerpen, maar onze muziek is luchthartig. Want Afrika is beide.” De Centrale, Gent. Gekleed in een spijkerbroek en witte trui loopt Fatoumata Diawara het podium op. Haar haar zwaait in warrige vlechtjes om haar hoofd. Aan

Fatoumata Diawara. Beeld Youtube / barge182 Fatoumata Diawara. Beeld Youtube / barge182

Fatoumata Diawara trekt over de wereld met haar mengvorm van westerse pop en Malinese wassoulou. “Ik zing over zware onderwerpen, maar onze muziek is luchthartig. Want Afrika is beide.”

De Centrale, Gent. Gekleed in een spijkerbroek en witte trui loopt Fatoumata Diawara het podium op. Haar haar zwaait in warrige vlechtjes om haar hoofd. Aan haar schouder hangt een gitaar. Ze stemt de snaren en zingt een paar regels uit het nummer Sowa, terwijl haar muzikanten de geluidsbalans testen. Diawara is tevreden over de klank van De Centrale. “C’est fantastique”, zegt ze, en stapt door het gordijn richting kleedkamer. Vanavond zingt ze hier, in Gent, morgen staat ze in Den Haag, daarna volgen Amersfoort en Engeland, Frankrijk en Canada.

Luister tijdens het lezen naar Fatou op Spotify

Sinds vorig jaar haar debuut Fatou verscheen (luister hierboven), is zangeres/gitariste Fatoumata Diawara op tournee over het westelijk deel van de wereld. Maar eigenlijk is Fatoumata Diawara haar hele leven al op tournee. Op haar vierde begon ze te dansen en rond haar tiende werd ze als actrice ontdekt. Diawara speelde hoofdrollen in films en tv-series. In eenzame momenten, ver weg van huis, bedacht ze liedjes om zichzelf mee te troosten. Totdat iemand haar hoorde en ze zingende rollen kreeg. Vervolgens vroeg het Britse platenlabel World Circuit haar om een cd op te nemen. En nu zingt ze iedere avond in een andere stad.

“Gisteravond waren we in… waar ook al weer?” Haar Italiaanse echtgenoot komt aanlopen. “Belfast. Nee, dat was de dag ervoor. Gister was Brugge.” “Oh ja, vandaag hoefden we niet lang te rijden.”

Fatoumata Diawara (30) heeft een breed gezicht met jukbeenderen als ronde kiezels en een mond die opensplijt in een lach of enthousiaste woordstroom. Ze werd als Malinese geboren in Ivoorkust en woont inmiddels zo’n tien jaar in Parijs. Daar, samen spelend met andere Afrikaanse muzikanten, heeft ze een mengvorm ontwikkeld van westerse muziek en ‘wassoulou’, een blues-achtige stijl die in de regio Mali/Ivoorkust van oudsher door vrouwen wordt gezongen.

Fatoumata Diawara op het Afrikafestival in Hertme:

Nog voordat haar debuut-cd uitkwam trok ze de aandacht van collega-muzikanten. Na een indrukwekkend optreden in Engeland bood bassist John Paul Jones (Led Zeppelin) aan om enkele partijen op haar cd in te spelen. Ze werd door zowel de Amerikaanse soulzanger Bobby Womack als door de Britse popmuzikant Damon Albarn gevraagd voor gastbijdragen op hun cd’s.

Na de soundcheck zit Diawara aan tafel met een akoestische gitaar op schoot. Haar vingers glijden langs de snaren.

“In Mali is het niet gebruikelijk dat een vrouw gitaar speelt. Toen ik eenmaal in Parijs woonde, heb ik het mezelf geleerd. Ik hield het geheim zodat niemand kon zeggen ‘Jij bent een vrouw, je hoeft geen gitaar te kunnen spelen. Neem jij maar de kalebas’.” Ze legt haar instrument naast zich. “Een gitaar geeft vrijheid. En macht. Ik wilde de leider van mijn band zijn, en als gitarist kun je anderen aanwijzingen geven.”

De liedjes op Fatou hebben een gelijkmatige stijl, die af en toe wordt onderbroken door luide erupties op percussie of gitaar. Diawara’s intieme stem haalt klaaglijk uit, fluistert, of wiegt op de koorzang van haar achtergrondzangeressen. De melancholie van de nummers is ook voor wie geen Bambara spreekt moeiteloos te volgen.

Nina Simone

Zo combineert Diawara westerse popmuziek met een traditionele Malinese stijl. Maakt ze in haar nummers gebruik van de popstructuur van couplet/refrein? Ze lacht:

“Ook in wassoulou heb je een refrein en coupletten, maar die zijn voor niet-Malinese oren moeilijk te herkennen. Sinds ik in Parijs woon, luister ik naar allerlei muziek, vooral van een zangeres als Nina Simone, en ontwikkelde op die manier mijn muzikale bibliotheek. Zo kwam ik op het idee om de Afrikaanse muziek simpeler te maken. Ik gebruik nu de structuur van refrein en couplet. Je hoeft niet Malinees te zijn om mijn muziek te doorgronden.”

Dan is het tijd voor Diawara om zich voor te bereiden voor het concert. In haar kleedkamer trekt ze een lijntje om haar ogen. Een uur later is de Europese vrouw op sneakers veranderd in een Afrikaanse sirene in felroze broek en topje, met gouden armbanden om de rechterbovenarm, en een witte gedraaide lap als hoofdtooi.

Het concert begint ingetogen. Diawara tokkelt op haar akoestische gitaar, de gitarist speelt de typische twinkelende akkoorden van de West-Afrikaanse highlife. Ze leidt de liedjes in. Het nummer Clandestin, bijvoorbeeld, is vernoemd naar de pejoratieve naam voor visumloze Afrikanen in Europa. “Afrikanen moeten naar Europa kunnen om te studeren en te leren,” zegt ze tegen de zaal, “en daarna gewoon weer thuis komen. Afrika heeft zijn jonge mensen nodig. Het is inhumaan dat de wet hun visa ontzegt, waardoor mensen ‘clandestien’ worden.” Clandestin klinkt hier feller dan op cd. Bas, drum en elektrische gitaar voegen dreigende rockelementen toe.

Clandestin, live in Parijs 2010:

Daarna volgt Boloko. “Dit lied gaat over vrouwenbesnijdenis.” De muziek zwijgt. “Ik zeg u: besnijd uw dochters niet. Denk niet dat het moet omdat het nu eenmaal traditie is.” Ze wijst op zichzelf. “Voor ons is het te laat, maar voor de volgende generatie niet.”

Maar dan, tijdens het nummer Kele (‘Oorlog’), schreeuwt de gitaar zijn strijdkreet en neemt een razende kracht bezit van haar. Diawara schudt haar hoofddoek af, springt uit haar schoenen en danst en draait. Haar handen grijpen haar gezicht, de vlechtjes slaan links en rechts tegen haar wangen.

Even plotseling staat ze weer stil achter de microfoon.

Kele, live in Londen 2011:

Korzo, Den Haag. De volgende middag komt de band aan in concertzaal Korzo. Terwijl de muzikanten instrumenten uitpakken, drinkt Diawara thee met honing in de lobby. En nog meer thee, met nog meer honing. Haar stem kraakt, ze is moe, zegt ze. Maar pratend over muziek en over haar ideeën wordt de stem soepel en haar blik helder. Haar liedjes zijn voor Afrikaanse begrippen ongewoon, zegt ze. “Ik ben niet poëtisch of omzichtig, ik zeg waar het op staat.” In ieder nummer komt een ander heet hangijzer aan bod, zoals oorlogvoering, gearrangeerde huwelijken, de gewoonte om kinderen af te staan voor adoptie, besnijdenis bij vrouwen, polygamie.

“Ik zeg het rechtstreeks: besnijd uw dochters niet. Zulke directe woorden is het Afrikaanse publiek niet gewend. Teksten zijn daar diffuus. Afrikaanse zangers zeggen dit, maar bedoelen dat. Ik zeg wat ik wil en wat ik bedoel. In drie minuten.

Ze zwaait naar haar man, Nicolo. Hij brengt nog een glas thee. “Ik was verrast door de reacties van het Afrikaanse publiek op mijn teksten. Ik verwachtte dat mensen boos zouden zijn. Maar veel mannen zeggen dat ze het met me eens zijn.”

Het schijnbaar vrolijke Sowa (Spotify) gaat over de praktijk van adoptie.

“Ik ben vanaf mijn achtste opgevoed door een tante. Niet uit armoede, het kwam mijn ouders beter uit. Pas toen ik twintig was heb ik ze teruggezien. Omdat ik de situatie ken, zeg ik: hou je kinderen bij je, zelfs als er sprake is van ernstige armoede. In Sowa heb ik het vaak over ‘mama’ en ‘papa’. Ik zing die woorden graag. Juist omdat ik ze nooit heb kunnen zeggen.”

Sowa, bij Vrije Geluiden in het Bimhuis, eind vorig jaar:

Wifi

De muzikanten zijn klaar met de soundcheck en lopen richting het terras. Ze komen allemaal uit verschillende landen, zegt Diawara: achtergrondzangeres Coco Thuy-Thy uit Madagaskar, gitarist Martin Grenier uit Brazilië, bassist Jean Alain Hohy uit Kameroen, drummer Jean Baptiste Gbadoe uit Togo. Samen vertegenwoordigen ze een ‘nieuw’ Afrika.

“Ik zing over zware onderwerpen, maar onze muziek is luchthartig. Want Afrika is beide. Al is het niet zo ontwikkeld als Europa, ik kom uit een land waar de zon schijnt, waar de mensen lachen en lekker eten. Als Europeanen het over Afrika hebben, denken ze aan hongerende kinderen en arme mensen. Maar mijn man, ze wijst naar Nicolo, een ontwikkelingseconoom uit Milaan, woonde na zijn studie twee jaar in Burkina-Faso en hij vond het geweldig. Hij zag het als een scholing: in ander eten, andere cultuur, ander tempo. Andersom zouden Afrikanen ook kennis van Europa willen nemen. Dat mogen ze niet omdat mensen denken dat ze arm zijn en niet meer terug zullen gaan. Maar veel jonge Afrikanen zijn inmiddels welvarend en prima opgeleid. Ook wij hebben iPhones en wifi.”

Het optreden in Korzo die avond begint net zo beheerst als in Gent. Het Nederlandse publiek, zittend op een tribune, lijkt gereserveerder dan het Belgische. Diawara zingt met gepijnigde stem. Ze speelt het betoverende Boloko, gevolgd door Kele. Haar stem fluit als een sirene, ze gooit haar hoofddoek af en wervelt over het podium. Dan schiet snel en soepel een vrouwelijke gestalte het toneel op. Ze begint om Diawara heen te dansen. De twee dagen elkaar uit, draaien en cirkelen en trillen met hun heupen, alsof de aarde plaatselijk beeft. De tribune stroomt leeg, vrouwen en mannen komen het podium op. Een man pakt een drumstok en speelt mee op de trommels. Diawara schudt een gedroogde kalebas boven haar hoofd en vuurt het publiek aan. Er zijn intussen zo veel mensen op het toneel dat niet meer duidelijk is wie bij de band hoort en wie niet.

Diawara zwiert door de menigte, haar stem klinkt luid en duidelijk. Fatoumata Diawara zegt waar het op staat. Ze zegt het, ze zingt het, ze danst het.

Beelden van het optreden van Diawara in Korzo, opgenomen door een fan:

    • Hester Carvalho