Ernie Brandts

Mijn beste vriend komt uit Didam, een dorp in de Achterhoek. De mensen hangen er nogal aan elkaar. Het lijkt mij nogal benauwend, maar hij vond het prachtig dat ze met een busje naar het midden van het land kwamen om vanwege zijn vijftigste verjaardag een varken van papier-maché in de voortuin te zetten.

Zijn moeder was verloskundige, bijna iedereen in het dorp ging door haar handen. Na de geboorte lieten de ouders als dank bloemen of taart afleveren, nog zo’n Achterhoekse traditie. Mijn vriend heeft er een Ernie Brandts-complex aan overgehouden. Want als de keus op gebak viel, werd dat gebracht door de slungelige puberzoon van de plaatselijke banketbakker. Ernie Brandts dus, verdediger bij VV Sprinkhanen.

Mijn vriend, zelf geen onverdienstelijk voetballer: „Niet iemand waar ik tegenop keek.”

Een paar jaar later – Nederland was op het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië tweede geworden, Ernie Brandts speelde in de finale – werd Ernie op een open kar door Didam gereden, zo’n beetje het hoogste wat je als Achterhoeker kunt bereiken. Mijn vriend stond erbij en keek ernaar en stelde de ambities bij. Niet dat hij nu opeens Ernie Brandts wilde worden, dat wil niemand, het was meer iets van: als Ernie het Nederlands elftal kan halen, moet ik het zeker kunnen.

Die droom kwam om onverklaarbare redenen niet uit, maar over Ernie Brandts sprak hij daarna nog vaak. Zijn kinderen kennen de zin ‘Als Ernie Brandts het kan, kan jij het ook’ inmiddels uit het hoofd.

De afgelopen week was ik in Teheran, waar de afgang van het Nederlands elftal op het EK niet onopgemerkt is gebleven. Op het moment dat je daar in een theehuis in een gesprek belandt met als onderwerp wie de slechtste Nederlandse speler is, ben je als voetbalnatie diep gezonken.

Een Iraniër zei dat het probleem waarschijnlijk lag in de ontzettend slechte Nederlandse trainers. Ze hadden er daar ook last van gehad. Arie Haan verwierf er in mum van tijd de bijnaam ‘mr. Whisky’, een hele prestatie omdat het land van overheidswege is drooggelegd.

En in 2009 kreeg FC Rah Ahan uit Teheran te maken met hoofdcoach Ernie Brandts uit Didam, een onmogelijke combinatie. De communicatie tussen trainer en spelers liet te wensen over en de resultaten waren zo slecht dat de clubleiding weigerde om geld aan hem over te maken. Maar dan kenden ze Ernie nog niet. Die hield vast aan ‘afspraak is afspraak’, stuurde zijn vrouw naar huis – „Voor haar was er daar niets aan” – en verschanste zich in zijn flat in Teheran. Vanaf daar verkondigde hij per telefoon dat hij het land niet verliet zonder zijn geld.

Een half jaar later dook hij op in Rwanda, waar hij de club APR dit jaar naar het kampioenschap loodste. Ik hoorde hem laatst op de radio voorbijkomen. Ze vroegen hem naar de Hutu’s en Tutsi’s, een conflict waar hij zich niet in had verdiept. Hij vond het wel jammer dat De Graafschap was gedegradeerd. Je kunt de man wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit de man.