Er groeit iets moois op heilig gras

Arantxa Rus versloeg gisteren voor de tweede keer een speelster uit de top 50. Wat de Nederlandse tennisster mist aan kracht, compenseert ze met onverstoorbaarheid.

Arantxa Rus tijdens haar gewonnen partij op Wimbledon tegen de Australische Samantha Stosur. Foto AFP

Zou Arantxa Rus zich realiseren dat ze gistermiddag, even na drie uur Londense tijd, het Australische tennis het laatste duwtje gaf naar een sportief dieptepunt?

Het tennisland Down Under, waar Rus in 2008 de Australian Open voor junioren won, is in rep en roer. Samantha Stosur, de nummer vijf van de wereld en vorig jaar winnares op de US Open, noemde het „jammerlijk” dat er voor het eerst sinds 1938 geen Aussies in de tweede ronde van het mannentoernooi op Wimbledon staan. En nu lag de enige Australische in het vrouwentoernooi er dus zelf ook uit. Uitgeschakeld door het ‘ijskonijn uit Monster’.

De tennisster uit het Westland laat zich niet snel meeslepen door de grootsheid van het moment. Het leek haar koud te laten, dat ze met haar gewonnen driesetter (6-2, 0-6 en 6-4) in de tweede ronde op Wimbledon een tennisschok veroorzaakte die tot in Australië voelbaar was. Ruim tienduizend mensen op baan 1 – en nog een veelvoud rechtstreeks via de BBC – zagen de nummer 72 van de wereld stunten.

Zoals ze vorig jaar op Roland Garros gewoon „genoten” had van haar overwinning op de toenmalige nummer twee van de wereld Kim Clijsters, zo was de linkshandige tennisster gisteren gewoon „blij” dat ze zich plaatste voor de derde ronde. Daarin wacht morgenmiddag de als dertigste geplaatste Chinese Shuai Peng.

De overwinning op wereldtopper Stosur was prachtig, hoewel de Australische grastennis zo mogelijk nog meer verfoeit dan Rus. „Ik vind deze overwinning niet groter, maar misschien wel belangrijker dan die op Clijsters”, stelde Rus gisteren na de winstpartij vast. „Ik heb hier laten zien dat ik ook uit de voeten kan op deze ondergrond.”

Dat vertrouwen had ze wel nodig. Spelen op gras blijft voor de 21-jarige tennisster een worsteling. Haar topspinballen, bij uitstek een wapen op gravel, moet ze op gras inruilen voor vlakkere slagen waarvoor ze eigenlijk de kracht mist. Ze is een uiterst fitte, ranke atlete met een groot ‘bereik’. Sierlijk ook, maar voor het slaggeweld aan de top lijkt ze te kort te schieten.

Het tekort aan fysieke kracht compenseert ze intussen met – voor de tegenstandster – moedeloos makende onverstoorbaarheid. Niet veel tennissters zouden een break aan het eind van de derde set, waarin ze gisteren twee matchpoints verspeelde, zo makkelijk verwerken als Rus. Ze gooide met een paar pasjes haar benen los, ging klaar staan om te retourneren en brak meteen de opslag van haar tegenstandster. Einde wedstrijd. „Zo zie je dat ze zelfs ín wedstrijden progressie boekt, met de juiste instelling”, zegt trainer Hugo Ekker, scheidend bondscoach van de nationale tennisjeugd.

Met haar stoïcijnse houding bereikte ze begin deze maand al de vierde ronde van Roland Garros. „Op grote momenten, zoals ook vorig jaar tegen Clijsters, werkt het enorm in haar voordeel dat ze zo vlak reageert en geen emotie toont. Maar op sommige momenten werkt dat karakter ook tegen haar”, weet Ekker, die graag wat meer intensiteit bij zijn pupil zou zien. Haar nieuwe Spaanse trainer Mario Munoz, vanwege verplichtingen als speler niet aanwezig in Londen, probeert dat vuur in haar spel aan te wakkeren. Dat lukt mondjesmaat, zeiden beide trainers eerder in Parijs.

Net als Kiki Bertens, die vanmiddag in de tweede ronde zou spelen tegen de Kazachse Jaroslava Sjvedova, overwon Rus in rap tempo haar aversie tegen de klassieke tennisondergrond. Groeit er iets moois tussen de Nederlandse tennissters en het heilige gras in Londen? Sinds Michaëlla Krajicek in 2007 de kwartfinale bereikte, stond geen landgenote meer in de derde ronde van Wimbledon. „De tijd zal leren hoe goed Rus echt kan worden”, sprak Stosur, na Clijsters de tweede grote prooi van Rus.

    • Bart Hinke