Een eigen Ellington

De Britse popmuzikant Joe Jackson nam na lang aarzelen een cd op met nummers van zijn held Duke Ellington. „Ook al schreef hij prachtige nummers, niet iedereen kon ze goed uitvoeren.”

Bloedheet is het er. Een bijna zeldzame, echt zomerse dag op een Amsterdamse hotelkamer zonder airconditioning. Maar de Britse zanger Joe Jackson peinst er niet over zijn door Joep Van Lieshout ingerichte suite in het Lloyd Hotel te verlaten. Ook al heeft de warmte hem vannacht, in zijn achtpersoonsbed, uit zijn slaap gehouden, verzucht hij. Liever gaat hij zitten aan de lange tafel.

Een wat schuwe houding. Afwachtende ogen in een wenkbrauwloos, opvallend strakgespannen gezicht met witte haardos. Voor het interview speelde Joe Jackson (57) wat op de vleugel, de „aardige bijkomstigheid” in zijn kamer. Er viel tijd te doden, wat anders te doen. Wat hij speelde? In a Sentimental Mood. Hij probeerde wat akkoordwisselingen uit. „Misschien kan het nummer dan toch nog mee op tournee”, zegt hij met enige hoop in zijn stem. Dat moet uitgelegd. Het is een nummer dat Joe Jackson danig frustreert. In a Sentimental Mood, een ijzersterke, uiterst herkenbare jazztune van Duke Ellington die binnen een paar noten meevoert, heeft zijn selectie voor zijn nieuwe studioalbum The Duke niet gehaald. Een aderlating, aldus de zanger. Want het nummer is verreweg zijn favoriet. Maar het moest, stelt hij. „Het is me gewoon niet gelukt een nieuw, interessant arrangement te bedenken. Er gaat niets boven John Coltranes versie die door bijna elke muzikant van boven tot onder bestudeerd is. Ik heb het maar met rust gelaten.”

De singer-songwriter, die in 1979 in één klap zijn naam vestigde met het fenomenale album Look Sharp!, bracht in 1981 al eens een swingpop album uit, Jumpin Jive. Nu heeft de voormalige angry young man van de Britse new wave zich gevleid aan de voeten van de grote componist en bandleider Duke Ellington (1899-1974). Van kindsbeen af wordt Jackson door de aantrekkelijke jazzcomposities gegrepen. Tal van bekende Ellington-nummers transformeerden de afgelopen jaren onder zijn handen. Op The Duke staan eigentijdse bewerkingen, met artiesten als Iggy Pop en Sharon Jones, jazzsterren als violiste Regina Carter en bassist Christian McBride, Roots-drummer Questlove en de formatie Zuco 103, met een duidelijke Jackson-signatuur: soepel, esthetisch en met een zekere brutaliteit. The Duke is een prachtig muzikaal project – misschien juist door de wat zelfingenomen manier waarop Jackson nadrukkelijk weg bleef van typische Ellington-elementen als blazers.

Waarom was dat zo belangrijk voor u?

„Anders zag ik er het nut niet van in. Duke Ellington is al door vele muzikanten uitgevoerd. De meesten blijven dicht bij het origineel. Neem gitarist Kenny Burrell, die maar liefst twee eerbetonen maakte. Heel goed, maar uiterst voorspelbaar met trompetten, saxofoons et cetera. En het klinkt als, ja, Ellington dus, alleen minder goed. In die val wilde ik niet trappen. Ik wil een Joe Jackson-album. Dat is de uitdaging.”

Weg dus met die blazers.

„Precies. Ik blijf het een interessant gegeven vinden dat wanneer je jezelf grenzen oplegt, je vrijheid voelt. Je verbeelding gaat meer spreken en de restrictie duwt je andere kanten op. Paradoxaal, maar waar. Complete vrijheid is een illusie. Vrijheid komt voort uit structuur.”

Ellington heeft zich juist als componist veel vrijheden veroorloofd.

„Dat heeft me altijd aangetrokken als componist en arrangeur. Ook vind ik het inspirerend hoe hij werkte met zijn muzikanten. Ik las ergens dat zijn band bestond uit prima donna’s, stuk voor stuk solisten. Ellington gaf iedereen een plek voor het voetlicht, en toch had hij zicht op het totale plaatje. Dat is wat ik ook wil. Ik wil mijn muzikanten laten schitteren, als onderdeel van mijn muzikale visie.”

Wanneer werd het idee concreet om uw kijk op Ellington op te nemen?

„Een paar jaar terug. De vraag spookte rond: hoe zou ik bepaalde nummers herarrangeren? Lopend over straat werkte ik in mijn hoofd al muziek uit. Toen ik ideeën had voor een nummer of vier bekroop me de gedachte dat het wellicht een heel album zou kunnen worden. Het was een lang proces. Ik bewonder Ellington sinds mijn vijftiende, zestiende. Dat maakt het heel persoonlijk. Wat ik wilde waren arrangementen die anders genoeg zouden zijn. Dan pas is het de moeite waard.”

Wat was uw hoofdidee?

„Soms kun je beter uitsluiten wat je niet wilt. Ik wilde geen Ellington-kopie. Geen retroalbum. Maar ook niet trendy. Ertussen. Ik wilde tijdloos klinken door akoestisch naadloos te mengen met elektronica. Ik heb met veel nummers geëxperimenteerd die uiteindelijk het album niet haalden. Als Frankenstein wil je nummers leven inblazen. Soms weigeren ze te leven. Je kunt opwinding voelen wanneer dat wel gebeurt.”

U heeft vijftien Ellington-klassiekers aan elkaar weten te rijgen in tien Joe Jackson-songs. Hoe vond u die combinaties?

„Intuïtief. Het leek me wel een uitdaging om er zoveel mogelijk nummers in proberen te fietsen. Ellington-muziek heeft veel contrast. Dat biedt mogelijkheden om nummers aan te haken. Neem de melodie van I’m Beginning to See the Light. Daar kon ik de melodie van Take the A-train aan toe voegen. De akkoorden pasten. Dat zette me aan het denken. Ik ben een groot liefhebber van het contrapunt. Bij I Got It Bad nam ik een deel van de melodie en heb daar een fuga van gemaakt. Het is een van mijn beste arrangementen denk ik.”

Een verrassing is uw samenwerking met de in Nederland gevestigde Nederlands-Braziliaans-Duitse formatie Zuco 103.

„Ik ben een fan van hen. Heb hen eens uitgenodigd bij een van mijn shows in Amsterdam. Aanvankelijk stuurden we veel bestanden heen en weer. Op een gegeven moment hebben we er in hun Amsterdamse studio aan gewerkt. Van grote twijfels vonden we dan ineens de vonk en dansten we rond.

„Zo was ik benieuwd of ik van de song Perdido een samba kon maken, met een moderne twist. En dat is precies wat zij doen. Daarnaast werkten we aan It Don’t Mean a Thing (If It Ain’t Got That Swing), dat ik uitvoer met Iggy Pop. Geen traditionele swinggroove, maar een fijn rare versie waar drummer Stefan Kruger lang aan sleutelde.”

Hoe bent u tot uw selectie gekomen, een kwestie van grasduinen in uw muziekgeheugen?

„Veel zwerven al jaren in mijn hoofd. Maar ik ben ook meer naar Ellington gaan luisteren om wat obscuurder werk te vinden. Ach, obscuur... in elk geval minder bekende werken als Isfahan.”

U zingt opvallend weinig op dit album.

„Toch nog een nummer meer dan ik aanvankelijk dacht, vier liedjes. Ik vind het eerlijk gezegd erg moeilijk repertoire. De melodieën zijn vaak wat ongemakkelijk. Je moet de akkoordveranderingen echt begrijpen en heel zuiver zingen. I Got It Bad is door veel mensen geprobeerd voor dit album. Ik heb het uiteindelijk zelf gedaan en ik kwam er redelijk mee weg.

„Ellington had weinig affiniteit met de stem. Ook al schreef hij prachtige nummers – niet iedereen kon ze goed uitvoeren en goed laten klinken. Behalve Ella Fitzgerald dan. Niemand komt daar dichtbij. Dat is intimiderend.”

Veel van uw popcollega’s wagen zich op een zeker punt in hun carrière aan jazz.

„Dan brengen ze zo’n afgrijselijk American Songbook-album uit. Als ik ooit dat plan opvat: find me and shoot me.”

U trad de laatste jaren vooral op in triovorm, piano-bas-drums. Nu gaat u op pad met uw ‘Bigger Band’. Wat voor eisen stelt u als bandleider aan uw musici?

„Behoorlijk hoge. Maar ik werk met mensen die de lat ook hoog leggen. Ik geef vooral muzikale aanwijzingen en er is ruimte om te improviseren. Het wordt een combinatie van The Duke en eigen oude popsongs. De rol van leider past me, omdat ik overzicht weet te houden. Net zoals Ellington the big picture kon zien. Ik ben niet de beste pianist en niet de beste zanger. Mijn muzikanten zijn veel beter. Ik heb een aantal New Yorkse jongens geselecteerd met echte jazzchops. Op aanbeveling, dit keer hield ik geen audities. Dat vind ik vreselijk. Ik heb destijds voor mijn Night & Day-tournee 63 keyboardspelers moeten horen.”

Is Ellingtons muzikale leiderschap hierin ook een inspiratie?

„Zeker. En wat mij opviel is hoe hij zijn talent maskeerde door zich te presenteren als entertainer. Een charmeur met charisma. En elegant. Echt van adel, een echte duke. Hij zei in een interview dat hij helemaal niet zo geïnteresseerd was in de piano, maar dat het veel meisjes aantrok. Dat soort dingen zei hij terwijl hij eigenlijk tien uur per dag studeerde.”

Wat zou hij van uw bewerkingen hebben gevonden?

Lacht. „Dat kunnen we hem helaas niet vragen, maar ik vind het leuk te denken dat het hem had aangesproken. Amusant vast. Je kent zijn beroemde uitspraak: er zijn slechts twee soorten muziek: goed of slecht.”

Joe Jackson: The Duke. Concerten: 2 november Melkweg, Amsterdam. 3 november Vredenburg Utrecht. 4 november Oosterpoort Groningen. Inl. joejackson.com

    • Amanda Kuyper