De valkuil van een miljoenenbonus (2)

Het is al te menselijk kuddegedrag. Zoals een andere bankier laatst zei: mensen zijn niet bang om te falen, ze zijn bang om op een andere manier te falen dan de rest.

Waarom voorzagen maar zo weinig insiders de financiële rampen van de afgelopen jaren?

Vorige week schreef ik over een banking equity analist die voor zijn brood (nou ja brood, één miljoen per jaar) banken volgt en analyseert – zoals je ook analisten hebt voor de oliemaatschappijen, farmaceutische reuzen, telecom-giganten enzovoort. Mijn banking analist is begin veertig, net als ik, en noemde een oorzaak die je weinig hoort maar die meteen beviel: het is de schuld van de volgende generatie.

Nou ja, een beetje. Het echte probleem was capture, legde hij uit. „Wanneer je je kritische afstand verliest tot de sector die je moet volgen, en hun vooronderstellingen en blinde vlekken overneemt.” Het schijnt ook sommige politiek verslaggevers te overkomen; omdat ze de hele dag om ze heen hangen, identificeren ze zich uiteindelijk meer met hun bronnen dan met hun publiek.

„De cultus rond Fred Goodwin is een goed voorbeeld van capture”, zegt hij. Goodwin was de baas van Royal Bank of Scotland toen deze ABN Amro kocht – terwijl iedere insider kon weten dat die bank slecht werd geleid en diep in de problemen zat.

„Bijna alle analisten zullen nu toegeven dat ze ergens wel voelden dat het allemaal niet deugde”, zegt hij, niet alleen rond Goodwin, maar ook rond de omgevallen bank Northern Rock, en de Ierse banken. „Iedereen ging mee in de mythe. Besef ook dat die banken vier, vijf jaar lang alleen maar goed nieuws produceerden.”

Als analist bel je elke dag met je cliënten, de fund managers bij beleggings- en pensioenfondsen. „Je moet echt ballen hebben om elke ochtend vijftig kerels uit te leggen dat de hele aandelenmarkt ernaast zit”, zegt hij.

Het is al te menselijk kuddegedrag. Zoals een andere bankier laatst zei: mensen zijn niet bang om te falen, ze zijn bang om op een andere manier te falen dan de rest.

Deze groepsdwang werd nog versterkt door een paradoxale ontwikkeling bij zakenbanken. De afgelopen tien jaar zijn banken veel ‘diverser’ geworden; in de jaren tachtig zag je vooral blanke mannen in the City. Nu zijn er ongekend veel meer vrouwen, etnische minderheden en mensen uit de arbeidersklasse.

Tegelijkertijd zijn zakenbanken homogener dan ooit. „Vroeger kreeg je vaak mensen die eerst een andere carrière hadden gehad voor ze zakenbankier werden. De generatie van nu is vanaf hun eerste jaar op de universiteit alleen maar bezig geweest met die baan bij een zakenbank. Ze wilden op hun 18e al bij een bank werken. Ze hebben al hun zomervakanties besteed aan stages bij banken, waar ze na hun afstuderen direct zijn gaan werken. Hun belangrijkste levenservaring buiten de banken is ... de business school.”

Deze generatie is slecht ingesteld op paradigmaverschuivingen, meent hij. „Ze werken keihard en op de millimeter zijn ze echt heel, heel erg goed. Van kwartaal tot kwartaal de boeken uitpluizen van banken, boekhoudtrucs eruit vissen... Maar ze missen het grote plaatje.”

Dan volgt een ongewoon verwijt aan zakenbankiers: „Ze zijn ook onvoldoende cynisch”. Neem Lehman Brothers, de bank die in 2008 failliet ging. Dat bankroet hebben maar weinig banking equity-analisten adequaat voorspeld.

„Een van de redenen was dat de jonge bankiers die Lehmans boeken moesten doorspitten niet in staat waren om een stap terug te doen en de mogelijkheid te overwegen dat ze door Lehman werden voorgelogen. Keihard voorgelogen.”

Joris Luyendijk

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op guardian.co.uk/bankingblog