Bisdom onthutst over mogelijk ombrengen zwakzinnigen in gesticht

Het bisdom Roermond is “onthutst” dat in de jaren vijftig vermoedelijk 37 gehandicapte jongens om het leven zijn gebracht in een rooms-katholiek gesticht in het bisdom. Het bisdom reageert op een vanochtend gepubliceerd strafrechtelijk feitenrapport (PDF) van het Openbaar Ministerie in Roermond.

Netherlands, Heel, 17.08.2011 Voormalig klooster en jongensinternaat Sint Joep (Daelzicht) in Heel, gemeente Maasgouw. Aan het begin van de vijftiger jaren was het sterftecijfer er hoog daarom stelt het Openbaar Ministerie een onderzoek in. "Op dit moment richt het onderzoek zich alleen op het jongensinternaat en niet op het meisjesinternaat Sint Anna, waar het sterftecijfer begin jaren vijftig ook hoog lag. We sluiten niet uit dat we het onderzoek later breder trekken", zegt het OM. Justitie bekijkt de dood van 34 jongens op het internaat, naar aanleiding van informatie van de commissie-Deetman. Die onderzoekt seksueel misbruik en andere misstanden binnen de rooms-katholieke kerk. foto: Chris Keulen Het katholieke gesticht Sint Joseph in Heel. Foto NRC / Chris Keulen

Het bisdom Roermond is “onthutst” dat in de jaren vijftig vermoedelijk 37 gehandicapte jongens om het leven zijn gebracht in een rooms-katholiek gesticht in het bisdom. Het bisdom reageert op een vanochtend gepubliceerd strafrechtelijk feitenrapport (PDF) van het Openbaar Ministerie in Roermond.

Bij de dood van de jongens zouden de broeder die de kinderen verzorgde, de instellingsarts en de leiding van het gesticht Huize Sint Joseph in het Limburgse Heel betrokken zijn geweest.

Justitie kwalificeert de rol van het bisdom als “onaanvaardbaar”. Het bisdom wist vanaf 1958 van de verdachte sterfgevallen, maar deed geen aangifte.

Het bisdom vindt het “onverklaarbaar” dat destijds door het bisdom geen aangifte is gedaan en betreurt het dat het feitenonderzoek geen helderheid heeft gebracht in de beweegredenen. Het bisdom zegt te willen “stilstaan bij het leed van de slachtoffers en het verdriet van de nabestaanden”.

De broeders van de Heilige Joseph, die het gesticht leidden, vormen een congregatie onder bisschoppelijk recht. De broeders moesten verantwoording afleggen aan de bisschop van Roermond. Dat waren in die tijd achtereenvolgens Guillaume Lemmens (tot 1957), Antonius Hanssen (1957-1958) en Petrus Moors (vanaf 1959).

Uit het OM-rapport blijkt ook dat de congregatie en het bisdom tussen 1954 en 1958 andere misstanden in het zwakzinnigengesticht hebben toegedekt. Daarbij gaat het om seksueel misbruik en zware mishandelingen.

Broeders: geen moord, misschien wel een slechte verzorging

Broeder Polycarpus, een van de zes nog levende broeders van de congregatie, zegt niet te kunnen geloven dat de kinderen zijn vermoord.

“Misschien dat broeder Andreas ze minder goed verzorgd heeft, en dat ze daardoor gestorven zijn. Maar moord? Nee, dat niet”

Volgens broeder Polycarpus was Andreas een merkwaardige man die ,,erg op zichzelf was.” Over een boodschap voor de nabestaanden of een excuus heeft de congregatie niet nagedacht, zegt Polycarpus. “Daar moeten we dan eerst voor bij elkaar komen.”

Commissie-Deetman: uitkomsten OM indringend

De voormalige commissie-Deetman, die kindermisbruik in de Rooms-Katholiek Kerk onderzocht in opdracht van de Kerk, noemt de uitkomst van het onderzoek ,,indringend”. Bij haar archiefonderzoek trof de commissie vorig jaar informatie aan over de sterfgevallen.

De commissie stelt nu “met onthutsing” vast dat vermoedens die aanleiding waren om de documenten over te dragen aan het OM “terecht zijn gebleken”.

De commissie-Samson, die namens de overheid kindermisbruik van onder meer voogdijkinderen onderzoekt, kijkt ook naar het gesticht Sint Joseph in Heel. De commissie brengt eind dit jaar rapport uit.

    • Joep Dohmen