Wees maar blij dat de politie je vriend niet is

Politieagenten krijgen alleen aandacht als ze fouten maken. Alleen rouwdouwen houden dit vol. Zij zijn nodig om de orde te handhaven, betoogt Ben Vollaard.

Wat is dat voor opgefokt type? Wie trapt een zich niet verwerend persoon in het kruis? Dit zijn voor de hand liggende reacties op de beelden van een agente die een man diverse malen schopt en hem vervolgens handboeien omdoet, samen met een collega.

Het kritisch volgen van gebruik van geweld door de politie is gezond. Mijn stelling is evenwel dat de gemiddelde agente een rouwdouw moet zijn om het werk goed te doen, door de eenzijdige aandacht voor fouten bij politie-ingrijpen.

De grote ophef over het schopincident illustreert dat de media-aandacht voor politiewerk op straat behoorlijk eenzijdig is. Dit bedoel ik niet als waardeoordeel, maar als constatering van een feit. Stel dat de bewuste agente niet had ingegrepen, terwijl dit wel beter was geweest. Dan hadden we hiervan niets gehoord. Een agente haalt niet het nieuws met het gegeven dat ze iemand niet heeft gearresteerd. Dat levert geen schokkende beelden op en de niet-gearresteerde persoon houdt zich stil. Een agente die haar werk niet doet, trekt geen aandacht.

Als de agente daarentegen wél ingrijpt en hierbij in de ogen van het publiek en de gearresteerde persoon een beoordelingsfout maakt, protesteert de betrokken persoon en krijgen beelden van het incident brede aandacht. Het filmpje met de schoppende agente is zeker honderdduizend keer bekeken op YouTube. Alle nationale media besteedden aandacht aan de zaak.

Een individuele agente komt dus eerder ongunstig in het nieuws als zij haar werk doet dan als zij haar werk niet doet. Dit is niet zonder gevolgen.

Trek even de schoenen aan van een agente. Voor het geld hoeft ze dit werk niet te doen. Dat geld wordt binnen de politie verdiend door beleidsmedewerkers en niet door de mensen in de uitvoering. Goed presteren betaalt zich evenmin uit in klinkende munt of andere vormen van gunstige waardering. Niet waardering door anderen, maar haar persoonlijke motivatie is dus een belangrijke drijfveer. Als de agente dankzij haar motivatie actief haar werk doet, hoort ze pas wat als er iets fout gaat.

Behalve deze eenzijdige aandacht voor wat er fout gaat, heeft ingrijpen natuurlijk nog andere nadelen – het gaat gepaard met gevaar voor eigen leven. Hierin verschilt het beroep van agente sterk van dat van andere ambtenaren.

Onderzoek toont dat het zo werkt. De rellen in Los Angeles in 1992 waren vorige week weer in het nieuws, met het overlijden van Rodney King. Deze taxichauffeur kreeg bekendheid door videobeelden van zijn gewelddadige arrestatie door agenten van het Los Angeles Police Department (LAPD). Toen deze agenten werden vrijgesproken, ontstonden er hevige rellen. De Amerikaanse econoom Canice Prendergast heeft aangetoond dat het LAPD na de rellen liever criminelen liet lopen dan kans te maken op een nieuw geruchtmakend incident. Agenten gingen massaal de confrontatie uit de weg. Het aantal arrestaties daalde met tientallen procenten. Zijn promovenda Lan Shi vond hetzelfde voor Cincinnati. Daar waren in 2001 rellen ontstaan nadat een blanke politieman een zwarte, ongewapende puber had doodgeschoten.

Gezien deze omstandigheden is het best bijzonder dat er nog politieagenten zijn die problemen opzoeken in plaats van ze uit de weg te gaan. Hoe kan dit?

De verklaring zit in het type persoon dat dit werk doet. Politieagenten zijn enorm sterk intrinsiek gemotiveerd; zij hebben ‘blauw bloed’, zoals dat wordt genoemd. Ze blijven dit werk doen, ondanks de eenzijdige aandacht voor wat er niet goed gaat in hun werk.

Dit is precies de reden waarom een agente gemiddeld genomen uit ander hout is gesneden dan bijvoorbeeld een sociaal werker. Een agente moet geregeld corrigerend optreden, tegen de wil van de verdachte in en desnoods met geweld. Een sociaal werker heeft meer een coachende functie en geeft in het ergste geval een figuurlijke ‘schop onder de kont’. Een sociaal werker lijkt niet alleen soft, maar is het ook – en dat is precies de bedoeling. Tegelijk is de agente assertiever en doortastender dan de gemiddelde persoon – en ook dat is nodig!

Hoe groter de druk op agenten om geen fouten te maken bij het handhaven van de wet, hoe belangrijker het is voor de politie om personen te selecteren die niet bang zijn fouten te maken. De eenzijdige aandacht voor verkeerd ingrijpen wordt sterker nu steeds meer burgers rondlopen met een mobiele telefoon met foto- en videocamera. Mijn voorspelling is daarom dat de agente van de toekomst minder scrupules kent dan de agente van vroeger. Excessen boven water halen is belangrijk, want het heeft een corrigerende invloed op de politie, maar daartegenover moet een gespierde arm van de wet staan.

Ben Vollaard is misdaadeconoom aan de Universiteit van Tilburg.

    • Ben Vollaard