VN: geweld Syrië heviger dan vóór staakt-het-vuren, ‘regering achter Houla’

Een overlevende van de slachting in Houla. Foto AFP

Sinds het staakt-het-vuren in Syrië in april inging is het geweld alleen maar toegenomen. Dat stelde de VN vandaag op de Syrië-top in Geneve. Onderzoekers concluderen dat de regering van Bashar al-Assad mogelijk achter het bloedbad in Houla zit.

De bevindingen van de onderzoekers kunnen de basis vormen voor een aanklacht van misaden tegen de menselijkheid en andere misstanden in Syrië, zo meldt AP. In Houla kwamen meer dan honderd mensen, waaronder vooral vrouwen en kinderen om.

Nieuwe VN-top in Zwitserland over Syrië

Wereldleiders plannen een nieuwe top komende zaterdag in Zwitserland. Hillary Clinton en diens Russische collega-minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov hebben toegezegd aanwezig te zijn. Niet uitgenodigd zijn grote spelers in de betreffende regio als Saudi-Arabië, Iran en Syrië zelf.

‘Syrië is een crime scene’

Het hoofd van het VN-team dat beschuldigingen van schending van mensenrechten in Syrië onderzoekt, Paulo Sergio Pinheiro, noemt Syrië een “crime scene”. Het heeft een lijst met namen opgesteld van mensen die verantwoordelijk zijn.

“De manier waarop de slachting in Houla is volbracht komt overseen met de werkwijze van de regeringstroepen zoals die eerder is gedocumenteerd.” – Paulo Sergio Pinheiro.

‘Geweld na ingaan vredesplan Annan niet minder, eerder meer geworden’

Om met zekerheid te kunnen zeggen wie achter het bloedbad zit, is meer tijd nodig, aldus Pinheiro. Maar, zo zei hij in ongebruikelijk direct taalgebruik, “uit ons onderzoek blijkt dat regeringstroepen en shabiha seksuele misdaden tegen mannen, vrouwen en kinderen hebben begaan”.

VN-gezant voor Syrié Jean-Marie Guehenno heeft de Mensenrechtenraad gezegd dat het geweld in Syrië “hetzelfde of zelfs een hoger” punt heeft bereikt dan voor de wapenstilstand van 12 april. Toen werd Kofi Annans vredesplan in werking gesteld.