Van Rompuy paait alle Europese leiders om sterkere unie te smeden

Europees president Herman Van Rompuy wil de ‘Duitse’ politieke unie en de ‘Franse’ bankunie tegelijk, en noemt zo’n unie ‘framework’. Maar is er tijd voor een compromis?

In het rapport over de euro dat Europees president Herman Van Rompuy gisteren publiceerde, staan remedies waar sommigen al twintig jaar voor pleiten. Maar het kost tijd om die remedies uit te voeren – een bankunie of politieke unie roep je niet van de ene dag op de andere in het leven. De vraag is of de eurozone die tijd wel hééft. Wat als Italië voortijdig gaat schuiven?

Europese regeringsleiders bespreken het Van Rompuy-rapport morgen, op een top in Brussel. Omdat er alleen ‘bouwstenen’ in worden opgesomd om de Economische en Monetaire Unie de solide basis te geven die ze nu niet heeft, wordt er over het rapport niet onderhandeld. Daar is het te algemeen voor. Er staan geen details in.

Het rapport dient om richting te geven – of „een horizon”, zoals een betrokkene zegt. Regeringsleiders gaan er morgen niet over discussiëren, laat staan dat ze de tekst veranderen. Ze kunnen, als ze willen, allen hun zegje doen en dat is dat. Omdat bijna elke regeringsleider wel ergens moeite mee heeft – van eurobonds tot Europees depositogarantiestelsel – zijn maanden nodig om te bedenken wat eurolanden met deze bouwstenen doen. In oktober of december wil Van Rompuy komen met een concrete agenda: dit doen we dit jaar, dat volgend jaar. Het kan, zo staat in de tekst, „een decennium” duren voor alle remedies zijn uitgevoerd.

Verwacht van de top morgen geen baanbrekende conclusies en revolutionaire besluiten, waarschuwt een functionaris: „Dit wordt een belangrijke top. Maar niet met instant-oplossingen voor de eurocrisis.”

Zo geeft dit rapport de aftrap voor een debat over de politieke inrichting van de eurozone, dat twintig jaar geleden óók gevoerd werd, maar toen plotseling werd afgebroken. Dat ging tussen Duitsland en Frankrijk. Duitsland wilde alleen een euro invoeren als die een solide politiek fundament zou krijgen. Berlijn wilde de economieën van eurolanden beter stroomlijnen, zodat bepaalde beslissingen over de begroting, arbeidsmarkt of zelfs sociaal beleid niet meer nationaal bleven maar Europees werden. Frankrijk wilde het omgekeerd doen: eerst de euro, daarna werken aan een politieke unie als ‘backup’ voor de munt.

De Fransen kregen hun zin. Niet omdat ze sterker waren, maar omdat de politieke dynamiek met het europroject op de loop ging. De Berlijnse Muur viel. De twee Duitslanden werden herenigd. Meer dan tien Oost-Europese landen moesten een plaats krijgen in de Europese Unie. Dit was een tijd voor doorpakken, niet voor lange ideologische debatten. Roekeloos waren velen ook: het westen had overwonnen, ‘ons’ systeem had gewonnen – ons kon weinig gebeuren. Zo kwam de euro er sneller dan gepland. Zonder politieke backup. Van uitstel kwam, zoals Parijs had gehoopt, afstel.

Dat breekt de euro nu op. Economen als Paul de Grauwe, van de London School of Economics, voorspelden het al voor de introductie in 2002: één munt zonder onderlinge discipline en solidariteitsmechanismes, dat kon niet werken.

Vandaar dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president François Hollande nu alsnog bespreken wat hun voorgangers Kohl en Mitterrand destijds op ijs zetten. Met het mes van de markten op de keel. Vanavond ontmoeten Merkel en Hollande elkaar op het Elysée. Het ideologische debat over Europa moet eindelijk gevoerd worden – anders gaat de euro teloor.

Duitsland wil een politieke unie: macht overdragen aan supranationaal gezag. Het land is zelf een federatie. Federale mechanismen boezemen Duitsers minder angst in dan de Fransen – en als hun munt in het geding is, nog minder.

Frankrijk is een centraal geregeerd land. Soevereiniteit overdragen aan ‘Brussel’ of een Europese minister van Financiën, ligt moeilijk in Parijs.

Vandaar dat Merkel en haar Duitse partijgenoten in de pers hameren op begrotingsdiscipline in de eurozone, en alleen solidariteit willen bieden aan landen die zich aan de regels houden. Van erupties van solidariteit – eurobonds, een noodfonds dat staatsobligaties koopt – krijgt Merkel het benauwd. Daarom zei ze gisteren dat een systeem waarbij eurolanden al hun staatsschuld poolen, „tijdens mijn leven” het licht niet zal zien.

Om dezelfde reden, maar dan omgekeerd, weigert de Franse minister van Financiën Pierre Moscovici de term „politieke unie” in de mond te nemen. Hij praat alleen over „bankunie en economische unie”. De Fransen pushen, als altijd, voor korte-termijnmaatregelen, schreef de Franse krant La Tribune laatst, „in de hoop de lange-termijnmaatregelen die Duitsland wil, uit te stellen.” Parijs en Berlijn voeren een keihard gevecht om de macht. Wiens Europa prevaleert?

In het rapport, dat op zijn kantoor werd geschreven en afgestemd met de presidenten van de ECB, Commissie en eurogroep, probeert Van Rompuy beide benaderingen te verzoenen. De bankunie komt er niet eerst. De politieke unie komt er óók niet eerst. Ze moeten tegelijk komen.

Het woord ‘soevereiniteit’ valt één keer in de tekst. Het beladen woord ‘unie’ is vervangen door ‘framework’. Eurobonds, staat er, moeten er geleidelijk komen. Zo wil Italië het. Passages over de bankunie lijken geïnspireerd op premier Ruttes Europa-brief aan de Tweede Kamer, vorig jaar. Dat is Europa: als er voor elk wat wils is, kun je taboes slechten.

Maar intussen wankelt Italiës premier, Mario Monti. Monti wil doorgaan met hervormen, maar de Italianen hebben er genoeg van. Monti wil een ‘gebaar’ van de eurozone dat hem in eigen land weer even standing geeft. Hij begint Merkel te pushen voor eurobonds, en wil dat het noodfonds staatsobligaties opkoopt.

Merkel laat zich niet pushen. Maar als Italië valt is de eurozone verloren. Italië is te groot en te duur om te redden. Achter de schermen beweegt Merkel, zeggen ingewijden. Maar hoeveel, dat hangt weer af van wat de Fransen háár geven. En zo kan dezelfde crisis die maakt dat een solide euro-architectuur weer op de agenda staat, het bouwwerk ook verpletteren voor het wordt opgetrokken.

    • Caroline de Gruyter