Tijdreis naar de cowboyfilms

In het Wilde Westen bouwt Doc een stoomtrein om tot tijdmachine.

Het geslaagde laatste deel van de Back to the Future-trilogie speelt zich af in het Wilde Westen 1885, de tijd van de goudkoorts. Marty (Michael J. Fox) reist met zijn zwarte DeLorean – een tot tijdmachine omgebouwde auto – een tijdreis er naartoe om te voorkomen dat Doc (Christopher Lloyd) door schurk Mad Dog Tannen wordt vermoord. Er volgen opwindende avonturen die extra gecompliceerd worden als Doc niet meer terug wil naar het heden. Hij is verliefd geworden op een lieve lerares (Mary Steenburgen). Wat te doen?

De film roept de gloriedagen van het postmodernisme op. Begin jaren negentig was het hip om films vol te stoppen met verwijzingen naar andere films en kunsten. Ook was het gangbaar om de kunstmatigheid van de filmische constructie lekker te benadrukken – het is maar film!

Het slot van de tijdreis-trilogie zit vol referenties naar het idioom van de western, van heel algemeen tot zeer specifiek. Omdat Marty in zijn jeugd cowboyfilms op tv verslond, kent hij de conventies van het genre; praktische kennis die hij gebruikt tijdens de handeling. Wie zegt dat ‘mediawijsheid’ niet nuttig is?

Het hoogtepunt wordt gevormd door een schitterende scène waarin Marty’s tijdreis-auto in Monument Valley wordt voortgetrokken door een stel paarden. Een iconisch beeld dat de genoegens van de film bondig samenvat: John Fords Stagecoach (1939) meets sciencefiction. Leuker kan niet.