Thales verlegt koers van militair naar civiel

Thales, leverancier van radars en andere militaire systemen , tekent vandaag een grote order. Maar de crisis laat zich ook voelen. Het bedrijf wil meer civiele producten ontwikkelen.

Hr.Ms.Tromp voor de kust van Kauai Hawai

De politiek geeft en de politiek neemt, denken ze deze dagen in het Hengelose hoofdkantoor van Thales Nederland, onderdeel van de Franse elektronicareus Thales Group. Vandaag ondertekent Defensie een contract voor de aanpassing van radarsystemen voor de Koninklijke marine van, naar verluidt, 100 miljoen euro. Afgelopen week haalde een Kamermeerderheid nog een streep door de levering van tachtig tweedehands Leopard-2A6 tanks aan Indonesië. Thales doet niet in tanks, maar het afketsen van de tankdeal brengt mogelijk wél toekomstige Thales-orders voor de levering van radarsystemen en andere elektronica aan Indonesië in gevaar.

De internationale defensiemarkt is nog altijd het belangrijkste afzetgebied voor Thales Nederland, en dan vooral de maritieme sector. In de Koude Oorlog, toen het bedrijf nog Hollandse Signaal Apparaten heette, was dat bijna de enige markt. Op het hoogtepunt werkten er bijna vijfduizend mensen. Nu, na internationale dooi, een gekrompen thuismarkt en specialisatie, zijn dat er nog tweeduizend. Thales heeft vooral naam gemaakt met sensoren, zoals radars, en combat-management-systems, de software die sensoren en wapensystemen aaneen knoopt.

De jaarlijkse omzet van de onderneming, die in Nederland ook vestigingen heeft in Huizen, Houten, Delft, Enschede en Eindhoven, is zo’n 500 miljoen euro.

De afgelopen jaren boekte de Hengelose onderneming orders voor praktisch de complete elektronische uitrusting van drie Sigma-korvetten voor Marokko en vier voor Indonesië. Dat laatste land plaatste nog begin juni een bouworder voor een fregat bij Damen Schelde Naval Shipbuilding (DSNS), met een optie op nog een fregat, ook voorzien van Thales-elektronica.

Thales Nederland zou je huisleverancier van DSNS kunnen noemen, niet in de laatste plaats bij de bouw van schepen voor de Koninklijke Marine. De vier patrouillevaartuigen van de Holland-klasse die nu in de vaart worden genomen, zijn varende etalages van nieuwe Thales-apparatuur. Thales’ CEO Gerben Edelijn zegt desgevraagd dat „de waarde van de samenwerking met de Koninklijke Marine, vaak als launching customer van nieuwe apparatuur moeilijk kan worden overschat.”

Thales is voor haar export niet afhankelijk van DSNS. Dat bleek in april toen ‘De Schelde’ Singapore Technologies moest laten voorgaan bij een order voor de leverantie van vier korvetten voor de marine van Oman. Singaporese schepen dus, maar Thales voorziet in de sensoren. Edelijn: „Je kunt zeggen dat Oman onze elektronica bestelde en daaronder een platform selecteerde.”

Af en toe gaat het ook mis. Polen besloot in februari zeven korvetten van de Gawron-klasse na tien jaar treuzelen toch maar niet te bestellen – de eerste was al gebouwd. Thales zou alle elektronica leveren.

Op dit moment heeft het radarsysteem SMART-L de aandacht van de markt. Dit systeem is ooit ontwikkeld om aanvallen van grote zwermen gevechtsvliegtuigen op NAVO-smaldelen en konvooien tussen de Verenigde Staten en Europa te pareren. Thales-technici zijn er met een softwareaanpassing in geslaagd om deze radar ook ballistische raketten te laten opmerken, tot wel 1.000 kilometer afstand. Bij een test in 2006 bleek het systeem te werken.

Tot dat moment beheerste het Amerikaanse Raytheon met een eigen radar de wereldmarkt voor dergelijke apparatuur. Maar volgens een Amerikaanse defensieanalist, die anoniem wil blijven omdat hij veel van deze bedrijven als klant heeft, is dat praktische Amerikaanse monopolie voorbij. „Beide systemen zijn qua capaciteiten vergelijkbaar. Hoewel wij geen exacte cijfers hebben over de prijs, zal SMART-L goedkoper zijn.” Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittanië, Denemarken, Italië en Zuid-Korea gebruiken SMART-L nu al en komen voor de upgrade in aanmerking.

Thales heeft dus een naam te verdedigen op de mondiale defensiemarkten, maar die militaire signatuur van het bedrijf is aan het minderen, zegt Edelijn. „Onze producten hebben op dit moment voor maar 80 procent een militaire bestemming, de rest is civiel. En die verhouding gaat nog verder verschuiven.” Civiele producten zijn onder meer systemen ten behoeve van het openbaar vervoer, zoals chipkaarten. Technologieën die men vooral associeert met militaire toepassing, zoals sensorsystemen, zullen in toenemende mate geschikt worden voor zowel militaire als civiele doeleinden.

De dynamiek van de markt van Thales is niet alleen heftig door de grillige nationale politiek op exportgebied, ook de ontwikkeling van de technologie zelf is turbulent. Het traject van technische vinding naar een marktklaar product wordt wereldwijd namelijk steeds korter. Structurele innovatie is daarom voor een bedrijf als Thales van levensbelang. Deelname aan deels gesubsidieerde projecten zoals het divers inzetbare radarsysteem DAISY, moet het tempo van die gezochte innovatie handhaven.

De woelige marktdynamiek en het nukkige exportbeleid baren Thales zorgen, maar dat is inherent aan de economische niche waarin het opereert. Er is een ander punt van zorg: zoals overal bij Nederlandse bedrijven die het moeten hebben van hoogwaardige technologie, geldt een dreigend tekort aan goed geschoold personeel. Van de huidige tweeduizend Thales-medewerkers is 70 procent HBO- of hoger geschoold. „Er zijn te weinig ingenieurs en we hébben al een probleem met de leeftijds-pyramide: veel mensen vloeien af waardoor ook specialistische kennis verdwijnt”, zegt Edelijn.

Nederlandse universiteiten leveren veel te weinig ingenieurs af. Dat betekent dat op termijn technisch personeel in het buitenland moet worden geworven, maar aangezien Thales strategisch gevoelig materieel ontwikkelt, komen niet alle nationaliteiten daarvoor in aanmerking. Behalve het exportbeleid ten aanzien van materieel, is dus ook het importbeleid ten opzichte van personeel voor Thales een factor van belang.

    • Menno Steketee