Syrisch drijfzand voor Westen

De burgeroorlog in Syrië komt steeds dichterbij de NAVO. Te weten via Syriës buurland Turkije dat op scherp staat sinds een Turkse straaljager vorige week door Syrisch luchtafweergeschut neergehaald werd en waarvan de bemanning nog spoorloos is.

Dit incident raakt het Westen direct. Sinds 1952 is Turkije lid van de Noord-Atlantisch alliantie. Al die zestig jaar neemt Turkije een belangrijke strategische positie in. Ten tijde van de Koude Oorlog schermde het de zuidflank ten opzichte van het Sovjet-blok af. Nu speelt Turkije een steeds belangrijkere rol in het Midden-Oosten.

De stemming over een mogelijke toetreding van Turkije tot de EU mag dan beneden peil zijn, het lidmaatschap van de NAVO staat buiten kijf. Zelfs de Europese politici die de politiek/militaire samenwerking met Turkije om electorale redenen ter discussie willen stellen, weten dat Amerika niet zal tolereren dat puntje bij paaltje komt. Het is dus logisch dat Turkije na het incident bij de NAVO-bondgenoten te rade ging.

De Turkse regering liet zich daarbij van haar diplomatieke kant zien. Ze beriep zich op artikel 4 over onderling overleg als een der lidstaten zich bedreigd voelt.

Ze baseerde zich nadrukkelijk niet op artikel 5 van het Noord-Atlantisch verdrag, waarin is vastgelegd dat een aanval op één staat zal worden opgevat als een aanval op alle NAVO-leden. Alleen al daaraan refereren zou escalerend hebben gewerkt.

Bovendien zou een beroep op artikel 5, dat een Turkse vicepremier aanvankelijk opperde, een precedent hebben kunnen scheppen. Als de andere lidstaten een verzoek om artikel 5 in werking te stellen zouden hebben afgewezen, zou de NAVO haar geloofwaardigheid als veiligheidsschild in Estland, Letland en Litouwen of zelfs Polen ondergraven. Daar wordt Rusland immers als een potentiële dreiging ervaren.

De artikel 4-consultaties gisteren bij de NAVO, die volgens secretarisgeneraal Rasmussen plaatsvonden in een „geest van sterke solidariteit”, boden Turkije voldoende soelaas. Ook de Turkse regering wil de „vijandige daad” van Syrië niet zien als casus belli. De burgeroorlog op zichzelf is al ongrijpbaar. En de beschermende rol van Rusland, dat tot nu toe geen beslissende verantwoordelijkheid naar zich toe getrokken heeft, maakt het conflict op internationaal niveau nog complexer.

Turkije en NAVO hebben even voorkomen dat de westerse alliantie onverhoeds een voet in dat Syrische drijfzand zet en vervolgens wordt meegezogen. Maar behoedzaamheid blijft nodig. Als de burgeroorlog verder oprukt naar Damascus, zoals vanmorgen bleek bij een aanval op een televisiezender van het bewind, en het Assad-regime aan een eindspel begint, is ook verdere internationale escalatie denkbaar. En kan de NAVO er via Turkije, gewild of ongewild, wel bij betrokken raken.