Rijksakademie en Ateliers moeten plan snel afronden

De Rijksakademie en De Ateliers ontkomen niet aan samenwerking. Maar een zwaargewicht van de overheid moet nu proberen ze zo ver te krijgen.

Het lijkt op het eerste gezicht zo eenvoudig: een vergaande samenwerking tussen twee instellingen in dezelfde stad die allebei getalenteerde beeldende kunstenaars begeleiden naar de top. De Rijksakademie van beeldende kunsten en De Ateliers in Amsterdam hebben nog drie weken om een samenwerkingsplan te smeden. Anders komt hun subsidie onder druk. Dat ze fors minder subsidie krijgen, dat staat al vast.

Maar de beoogde samenwerking ligt gevoelig. Twee weken geleden begon topambtenaar Koos van der Steenhoven als kwartiermaker om de twee postacademische instituten nader tot elkaar te brengen. Hij sprak al met de instellingen afzonderlijk. Pas gisteren voerden ze hun eerste gezamenlijke gesprek onder zijn leiding.

Directeur Dominic van den Boogaard van De Ateliers wil in deze fase weinig kwijt. „Alles is nog in bespreking en in beweging.” Directeur Els van Odijk van de Rijksakademie is iets mededeelzamer. „We hebben sinds vorig jaar zomer zelf al aftastende gesprekken gevoerd. Daar was ook de Jan van Eyck Academie nog bij betrokken, maar die zit in Maastricht. En dat is toch wel ver weg.” De Jan van Eyck Academie komt volgens het in mei uitgebrachte advies van de Raad voor Cultuur in aanmerking voor het gevraagde bedrag van een miljoen, voorheen was de jaarlijkse subsidie 2,5 miljoen euro.

De tijd dringt voor de Rijksakademie en De Ateliers. Nadat hun afzonderlijke subsidieaanvragen door de Raad voor Cultuur zijn afgewezen, moeten ze uiterlijk 16 juli een samenwerkingsplan voorleggen. Als de raad dat goedkeurt, komen ze in aanmerking voor in totaal 1,5 miljoen euro rijkssubsidie. Maar drie weken zijn kort. „De tijd glipt ons door de vingers”, zegt Van Odijk.

Hoezeer ze op het eerste gezicht ook op elkaar lijken, de verschillen tussen de instellingen zijn groot, benadrukt Van Odijk. Ze wijst daarbij op de verschillen in historie, in interne organisatie, in kostenstructuur en vooral ook in cultuur. Toch beaamt ze dat zelfs een fusie als optie op tafel ligt. „Maar dat wordt wel erg lastig.”

De Rijksakademie is 140 jaar geleden door koning Willem III opgericht om te voorkomen dat getalenteerde kunstenaars naar het buitenland zouden vertrekken. Ooit waren kunstenaars als Berlage, Piet Mondriaan, Karel Appel en Constant aan het instituut verbonden, meer recent waren dat Guido van der Werve, Folkert de Jong en Yael Bartana. Ieder jaar krijgen ongeveer 50 nieuwe kunstenaars, van wie de helft uit Nederland, de kans om onder begeleiding in een eigen atelier en met gebruik van de technische werkplaatsen en vaklieden twee jaar lang hun werk te ontwikkelen.

De Ateliers is in 1963 door kunstenaars als Jan Dibbets en Edgar Fernhout opgericht als tegenhanger van de Rijksakademie. Kunstenaars krijgen een jaar een atelier in het monumentale pand aan de Stadhouderskade en begeleiding. Kunstenaars als Marlene Dumas, Aernout Mik, Rob Birza en Joep en Erik van Lieshout studeerden er. De Ateliers wordt bestuurd door de kunstenaars zelf.

Staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) heeft met de voormalig OCW-secretaris-generaal Van der Steenhoven een zwaargewicht aangesteld. Als hoofd van de interne adviesdienst van de overheid verrichtte de topambtenaar, die onder meer een Lucebert in zijn werkkamer heeft hangen, zware klussen zoals het samenvoegen van de ministeries van Economische Zaken en Landbouw. Of hij zich ook ontfermt over de grootste molensteen van de Rijksakademie, de hoge huurlasten van een monumentale voormalige kazerne aan de Sarphatistraat in Amsterdam, is niet duidelijk. Wel zal de Rijksakademie met de eigenaar, de Rijksgebouwendienst, over de huisvestingslasten tot een oplossing moeten komen.

Want ook als de samenwerking lukt, moeten de Rijksakademie en De Ateliers fors inleveren. Met die 1,5 miljoen subsidie die gereserveerd is voor de Rijksakademie en De Ateliers gezamenlijk, krijgen ze van Zijlstra een korting van 65 procent op de 3,4 miljoen (Rijksakademie) en 844.000 euro (De Ateliers) die ze nu nog afzonderlijk krijgen. In 2016 valt de subsidie helemaal weg voor de postacademische instituten.

De Raad voor Cultuur maakte zich in zijn advies in mei al grote zorgen over talentontwikkeling en wees op de financiële gevaren voor de postacademische instituten. Ook Kamerleden maakten zich daar in een debat met de staatssecretaris vorige week druk om. Maar Zijlstra maakte niet de indruk dat hij de twee instellingen alsnog te hulp wil schieten.