Prosecco met Beëlzebub

Het was een ongemakkelijk moment: op de afstudeerborrel van een vriend oog in oog staan met zijn ex-vriendin, die zich vervolgens ook nog eens niks-aan-de-hand-erig bij de groep vrienden voegde. Het was niet een ex-vriendin in de categorie ‘toen we ook nog elkaars sokken gingen dragen waren we eigenlijk meer broer en zus geworden’. Het was er één in de categorie ‘we hadden bijna samen een huis gekocht toen zij me opeens onvolwassen vond en er vandoor ging met een gezamenlijke vriend en ik hoop dat DIE TEEF DOODONGELUKKIG WORDT MET HEM en daarna mij terugneemt oké please schatje please?’

Niemand wist waarom ze er was: had hij haar uitgenodigd? Wilde ze erbij zijn omdat ze ‘heus nog steeds veel om hem gaf’? Was het een goedmaakpoging? Dit leidde voornamelijk tot de vraag: hoe moesten wij nu tegen haar doen? De Vriendenloyaliteitswet wilde dat als ze ongevraagd langs was gekomen, maar waarschijnlijk tijdens de speech sms’jes naar haar nieuwe amant aan het sturen was (‘ik kom er zo aan! Ga maar vast in bed liggen! God, je bent zo volwassen!’), enige ijzigheid wel op zijn plek was. Mocht hij haar zelf hebben uitgenodigd, dan was vriendelijkheid de beste optie: ze was immers zijn gast. En als het een eerste voorzichtige stap richting goedmaken was, wie waren wij dan om nog te blijven hangen in het verleden? Uiteindelijk was iedereen vriendelijk-beleefd, met een lichte reserve, mocht de vriend langslopen om ons daarna woedend te vragen wat wij daar dachten te doen, toen we ZIJN PROSECCO dronken met BEËLZEBUB.

Natuurlijk weten we allemaal dat het nogal kinderachtig is om van je vrienden te verlangen dat ze iemand op jouw verzoek negeren, maar soms wil je gewoon dat je vrienden achter je staan, en ja, ook als je een ritueel Wraakvuur hebt gebouwd van foto’s, ansichtkaarten en afgeknipte vingernagels. Je hoopt op sympathie-haat. Plaatsvervangende verontwaardiging.

Die Vriendenloyaliteitswet is geen gemakkelijke kwestie: hoe ver ga je mee als het iets betreft wat iemand anders is aangedaan? Soms is het niet moeilijk: een ex-vriend die je sowieso nooit tegenkomt op de zwarte lijst zetten, iemands opdringerige huisgenote hartgrondig mede-verachten zonder dat je haar ooit hebt gezien. In andere gevallen is het lastiger. Als het irrationeel wordt, bijvoorbeeld: ik ben ooit een week kwaad geweest op een vriendin omdat ze op een eilandfeest was geweest waar mijn ex ook rondliep. Ik hield vol dat ze had moeten weggaan, terwijl zij alleen maar riep: ‘Renske, het was op een eiland!’ Een andere complicerende factor is: je bent bevriend met die persoon en hebt niet bepaald zin om nu te moeten kiezen. Of je ontmoet degene die een vriendin altijd omschrijft als de ‘bunny boiler’ – en jullie blijken na vijf minuten beste vrienden. In zulke gevallen is al snel duidelijk: loyaal blijven is toch een stuk moeilijker als het objet de la haine steeds kaasstengels voor je haalt. Hoe strikt je de wet volgt, lijkt dus vooral de uitkomst van een som: de ernst van de gebeurtenis x hoe belangrijk is Beëlzebub in je eigen leven x hoeveel tijd is er verstreken sinds gebeurtenis Y = de mate van trouw. Pas dan weet je of je echt heult met de vijand.

    • Renske de Greef