Portugal moet op en neer, als harmonica

Als één tegenstander van Spanje kan winnen, is het Portugal. Dat kan zijn tegenstander slopen en is dodelijk bij de eerste kans. Duitsland is kwetsbaarder, heeft meer mooi-weer-voetballers. Met Cristiano Ronaldo en Nani zijn de buitenkanten ook beter bezet dan met Thomas Müller en Lukas Podolski. Met de sentimenten tussen buurlanden en de strijd van Real Madrid en Barcelona heeft deze wedstrijd alles.

Spanje speelt puur op balbezit: als wij ’m hebben, hebben zij ’m niet. Ze houden de ruimtes klein, blijven de bal rond passen en hebben het eindeloze geduld te wachten op die ene steekbal. Het tempo van Spanje ligt dit EK nog redelijk laag. Soms is het geweldig, maar dat is maar vijf à tien minuten per wedstrijd. Het is een beetje te gezapig, te rustig. Ze stralen te veel uit: we hebben alles onder controle.

Andrés Iniesta is de echte topper van Spanje. Hij moet ergens een telescoopje hebben, want zijn waarneming is fantastisch. Zijn balaanname is altijd goed, hij blijft ook rustig met drie tegenstanders bij zich en laat iedereen beter spelen. Ook Iker Casillas is belangrijk. Als keeper bij Spanje krijg je weinig te doen, dat is heel moeilijk. Maar wat hij doet, doet hij altijd goed.

De discussie voor Portugal is waar ze willen verdedigen. Hoe ver laten ze Spanje komen? Als ze rond het strafschopgebied staan, is het voordeel dat ze de steekpass eruit halen. De keeper speelt dan mee als een soort libero. Portugal kan gewoon accepteren dat Spanje het overwicht heeft. Net als Chelsea in de Champions League tegen FC Barcelona.

Maar de Portugezen moeten ook durven hun eigen tegenstander los te laten en doordekken. Frankrijk deed dat helemaal verkeerd. Ze moeten lef tonen: één op één op het middenveld en veel druk op de bal. Op en neer, voetballen als een harmonica. Dat kan ook met mannetjesputters als Raul Meireles, João Moutinho en Miguel Veloso in de ploeg.

Met Ronaldo kunnen ze Spanje echt pijn doen. Elke keer de lange bal op hem, dat vindt hij zelf ook lekker. Voor Ronaldo moet je respect hebben. Het is een rare man en de vraag is hoe lang de groep het volhoudt met hem. Maar hij is zo ontzettend fit en vaardig, dat iedereen het accepteert. Meireles heeft een belangrijke rol. Hij zwerft van links en rechts over het middenveld en houdt Ronaldo verdedigend uit de wind.

De bottleneck van Spanje is dat ze niet kunnen forceren als het nodig is. Het zijn kleine mannetjes, dus ze zijn gedwongen combinatiespel te spelen. Een voorzet van de buitenkanten heeft weinig zin, want dat winnen verdedigers Pepe en Bruno Alves altijd. Spanje moet dan hopen op een technisch hoogstandje, zoals een lobje à la Lionel Messi. Of een schot uit de tweede lijn, een bal die nog wordt aangeraakt, zoiets.

Spanje speelt niet voor niets met Cesc Fabregas als veredelde spits. Fernando Torres is niet goed genoeg. Hij heeft meer ruimte nodig dan hij in dit elftal krijgt. In het snelle combinatiespel is hij alleen maar een storende factor. Hij loopt elke keer weg als hij in de bal moet komen en andersom. Spanje heeft een spits nodig die steeds op het juiste moment de breedte of de diepte kiest. Zlatan Ibrahimovic, maar dan beter. Ik heb zo’n type dit EK nog niet gezien. Misschien zou Robin van Persie wel goed bij Spanje passen.

Nederland deed het twee jaar geleden goed tegen Spanje. Het gaf weinig ruimte weg en speelde op de grens van het toelaatbare. Nigel de Jong ging zelfs over de schreef, maar je moet ze wel aanpakken. Anders win je het niet. Arjen Robben kreeg één kans en dat zal voor Portugal niet anders zijn. De stoppers van Spanje geven geen hele serie mogelijkheden weg. Ronaldo moet zorgen dat hij koel is op dat ene moment.

Voetbaltrainer Foppe de Haan (1943) geeft voor- en nabeschouwingen op wedstrijden van het EK.