Pearl Jam in de Ziggo Dome: samen keskiedenis skrijven

Pearl Jam, 26/6 Ziggo Dome, Amsterdam Z-O. Herhaling: 27/6.

Om door een ringetje te halen, zo helder en toch lekker dreunend in het basregister klonk Pearl Jam gisteren in de nieuwe Ziggo Dome. In veel opzichten is het concert van de Amerikaanse rockgroep de werkelijke lakmoesproef voor de akoestiek van de grootste schoenendoos van Nederland, nadat Marco Borsato er zondag als eerste had opgetreden. Zanger Eddie Vedder gaf een speech in het Nederlands, fonetisch opgelezen van papier: „Dit is de eerste rock-’n-rollshow in deze nieuwe zaal; laten we samen keskiedenis skrijven.” De rest deed hij in het Engels, want „mijn Nederlands is kloten”.

De 15.600 bezoekers kregen een royale uitsnede uit Pearl Jams repertoire, met hier en daar een onverwachte cover om het voor de band spannend te houden. Vanaf de eerste, prachtig van de overige instrumenten gescheiden gitaarnoten gingen de armen de lucht in, met de aantekening dat het publiek op het steile tweede balkon duidelijk minder bij de actie betrokken was. Bij latere concerten in de Ziggo Dome is dat beslist een overweging: als je een echte fan bent, zorg dan dat je een van de 6.300 staplaatsen bemachtigt.

De fraaie geluidsversterking was niet onverdeeld in het voordeel van Pearl Jam, want de band uit Seattle heeft wortels in de gruizige sound van de grunge. Debuutalbum Ten uit 1991 geldt nog altijd als hun definitieve statement, zodanig dat nummers als Even flow en Black steunpunten blijven op hun setlist. Alive, ook van Ten, werd gisteren niet gespeeld maar het oudere repertoire contrasteert met nieuwer werk omdat Pearl Jam zich gaandeweg heeft ontwikkeld tot een wat traditionelere rockband, zonder de ongrijpbare magie van het debuut. Tekenend is dat hun meest recente album Backspacer (2009) geen opvallender nummer bevat dan het gevoelige Just breathe, in feite een akoestisch solonummer van Eddie Vedder.

Pearl Jam doet er van alles aan om een ruige rockband te zijn, maar nummers met quasisimplistische meezingrefreinen als „world wide suicide” of „evolution baby” klinken alsof een studentenband zich met te veel akkoorden vertilt aan het repertoire van Motörhead. Deze brave muzikanten zijn op hun best als Eddie Vedder zich oprecht boos maakt en zijn punkgevoel laat spreken, zonder de voorspelbare gitaarsolo’s die in deze zaal zo zuiver doorkwamen dat ze de crunch misten die Neil Young er met een paar welgemikte valse noten aan zou geven.

Vedder leeft op als hij een greep uit de snoeptrommel van de pophistorie mag doen, met het niemendalletje Last kiss van soulzanger Wayne Cochran en vooral zijn intense vertolking van Love reign o’er me van The Who, een nummer dat het eigen repertoire in de schaduw stelde. In de ideale omstandigheden van de ‘Ziggy’ Dome gaf Pearl Jam een verzorgde rockshow met een lange toegift. Meisjes zwijmelden bij Just breathe en zelfs de hoge tribune zong mee met Neil Youngs Rockin’ in the free world, een nummer dat ze al zo lang spelen dat de helft van het publiek zou zweren dat het van Pearl Jam is.

    • Jan Vollaard