Onderwijs lijdt onder falend bestuur

Minder leraren en minder onderhoud aan scholen. Dat is het gevolg van wanbeleid en fraude bij de Rotterdamse scholenkoepel BOOR. „De PvdA controleert de PvdA, en dan weet je het wel.”

Nog ruim drie maanden en dan gaat hij met pensioen. Maar de financiële erfenis die hij nalaat, stemt niet vrolijk. „Het is passen en meten.” Gerard Dijkman, directeur van de Fridtjof Nansen School in Rotterdam-Ommoord, vreest dat zijn opvolger aanzienlijk minder geld tot zijn beschikking zal hebben. „Hij zal het waarschijnlijk met een kwart minder moeten doen.”

De gevolgen laten zich volgens Dijkman raden voor de basisschool, die driehonderd leerlingen en 26 medewerkers telt. Bezuinigen op leermiddelen en lesmateriaal, leerkrachten zullen „minder snel en minder vaak” op cursus worden gestuurd, noodzakelijk onderhoud aan het schoolgebouw wordt uitgesteld. En ja, wellicht ook grotere klassen, omdat de school vermoedelijk minder leraren mag aannemen dan op grond van de leerlingengroei zou mogen worden verwacht. Dijkman: „Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk teer je in op je onderwijskwaliteit.”

De Fridtjof Nansen School is een van de 85 scholen die vallen onder de stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR). En die verkeert in financiële nood, amper vier jaar nadat de stichting op eigen benen kwam te staan, los van de gemeente Rotterdam. Oorzaken: financieel wanbeheer, falend toezicht en de naweeën van een omvangrijke bouwfraudezaak.

Bewindvoerder Hans van der Vlist, topambtenaar bij het ministerie van Onderwijs, stelt in opdracht van de gemeente nu orde op zaken bij de scholenkoepel, die verantwoordelijk is voor 140 schoollocaties en bijna 30.000 leerlingen in de regio Rijnmond. Eind deze week maakt hij de jaarbegroting bekend. „BOOR zal het met minder mensen voor de klas moeten doen”, zegt Van der Vlist. Behalve door de financiële zorgen bij BOOR worden de scholen óók getroffen door landelijke bezuinigingen, benadrukt hij.

In tegenstelling tot veel van zijn collega’s durft Dijkman wel zijn mening te geven. „Intern is ons te verstaan gegeven dat wij ‘terughoudend’ moeten zijn in contacten met de pers.” Maar Dijkman laat zich de mond niet snoeren. Hij zegt wat veel schooldirecteuren slechts off the record kwijt willen: dat de financiële zorgen van BOOR worden afgewenteld op de scholen en daarmee indirect op ouders en leerlingen.

De vergelijking dringt zich op met het eerder dit jaar gevallen scholenconglomeraat Amarantis. Deze ‘leerfabriek’ staat symbool voor de expansiedrift die eerder in het hoger beroepsonderwijs te zien was: groot, groter, grootst. Fusies zouden ‘doorlopende leerwegen’ creëren, zo was de gedachte, en bovendien kosten besparen. Dijkman: „BOOR is te groot geworden, met 85 scholen in het basis-, speciaal én voortgezet onderwijs. Die schaalvergroting is niet in het belang van het onderwijs. Je kan het ze misschien niet eens kwalijk nemen, maar bestuurders staan op te grote afstand van de werkvloer.”

Die mening is ook te horen in de Rotterdamse gemeenteraad. Daar gingen stemmen op om het zwaarste politieke middel in te zetten: een raadsenquête. Alleen met verklaringen onder ede zou duidelijk kunnen worden hoe het zover heeft kunnen komen met de scholenstichting, die in 2008 nota bene verzelfstandigd werd om de onderwijskwaliteit te verbeteren. En welke lessen Rotterdam uit het echec moet trekken.

Vorige week echter nam de grootste partij, de PvdA, genoegen met de aankondiging van het stadsbestuur van een extern onderzoek. Onder leiding van voormalig PvdA-leider Job Cohen heeft een ‘commissie van wijzen’ drie maanden de tijd gekregen om na te gaan hoe Rotterdam weer greep kan krijgen op BOOR.

Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar (veertien zetels) is niet gerust op een goede afloop. „De PvdA controleert de PvdA, en dan weet je het wel”, zegt raadslid Dries Mosch. Zijn collega Anton Molenaar maakt zich vooral zorgen over de gevolgen van „de enorme financiële puinhopen bij BOOR”. De stichting kreeg in 2008 bij de verzelfstandiging 26 miljoen euro mee van de gemeente Rotterdam. Molenaar: „Die bruidsschat is verdwenen, foetsie, weg. Terwijl de bestuursvoorzitter het ene na het andere dienstreisje maakte naar een of ander ver oord, hebben zijn vriendjes dat geld domweg gebruikt om gaten te dichten. Nu is dat geld op en moet iemand de rekening gaan betalen.”

Ook elders in Rotterdam knaagt de onzekerheid. Verontruste ouders van basisschool Het Landje (vijfhonderd leerlingen) stuurden vorige week een brandbrief naar onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA). Aanleiding: de plotseling stilgelegde verbouwing van het nieuwe onderkomen in het centrum van de stad. „Onze kinderen dreigen de dupe te worden van de financiële perikelen bij BOOR, en dat is voor ons onacceptabel”, zegt een van de briefschrijvers, Bas van Tijn.

Vaststaat dat de komende jaren wordt bezuinigd op onderhoud en personeel. Dat is voor veel scholen slecht nieuws. Rotterdam staat bekend om zijn verouderde schoolgebouwen. Wethouder De Jonge is al meermalen aangesproken op de vaak slechte luchtventilatie die, zo blijkt uit onderzoek, kan leiden tot concentratieproblemen, verminderde schoolprestaties en ziekteverzuim.

Schooldirecteur Gerard Dijkman wacht de begrotingscijfers niet af. Hij bereidt zich voor op „onvermijdelijke maatregelen”. Nog een geluk: zijn school groeit, waardoor ontslagen vermoedelijk niet aan de orde zijn. Bovendien staat zijn school in een relatief welvarend deel van Rotterdam. „We hebben een heel enthousiaste club met ouders die zijn verenigd in De Vrienden van Fridtjof Nansen. Die hebben ons twee jaar geleden ook uit de brand geholpen, toen we een nieuw schoolplein hebben laten aanleggen. Dat hadden we nooit op eigen kracht kunnen financieren.”

    • Mark Hoogstad