Nooit meer Citizen Kane Top-10 Top-10

De beste films aller tijden? Het Britse filmblad Sight & Sound komt in augustus met zijn gezaghebbende lijst. Hoe maak je een top-10? En doet het ertoe?

Een paar dagen na de deadline werd ik ’s nachts verstijfd van schrik wakker. Ik had hem toch wel op mijn lijstje voor Sight & Sound gezet? Syndromes and a Century? Of had ik toch voor Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives gekozen? Deze films van de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul zijn voor mij twee van de beste films die ik ooit gezien heb.

Maar wat is dat eigenlijk, de beste film? Daar komen we zo op. Eerst mijn nachtmerrie. Sinds eind april de virtuele stembriefjes werden verstuurd, wordt er in de filmwereld druk gespeculeerd over de nieuwe Sight & Sound Film Poll die deze zomer bekend wordt. Er zijn lijstjes gelekt, wat verboden is – ik mag mijn top-10 dus niet met u delen.

De Amerikaanse site Indiewire brengt videoblogs waarin critici praten over een van hun favorieten. En iedereen wil maar één ding weten: staat Citizen Kane nog altijd op 1?

De poll bestaat al sinds 1952. Dat was de eerste keer dat het gezaghebbende filmtijdschrift van het British Film Institute een select gezelschap van filmcritici (en sinds 1992 ook filmregisseurs) vroeg hun top-10 van beste films aller tijden samen te stellen. Werd daar in 1952 nog een beetje nuffig op gereageerd, tegenwoordig leidt de filmwereld aan collectieve lijstjesmanie. Elk festival wordt je gevraagd om ergens je vier sterren, vijf ballen of rapportcijfers tot en met twee decimalen achter de komma uit te delen. Aan het einde van het jaar wordt je geacht zowel een top-3, als een top-5 en een top-10 samen te stellen. En intussen moet je je nog het hoofd buigen over de beste achtervolgingsscènes, zonsondergangen of bloopers.

Filmliefhebbers, critici en cinefielen nemen die lijstjes uitermate serieus. Ze brengen orde in de chaos. Ze verraden dat filmliefhebbers eigenlijk een stelletje testosteron gestuurde, anaal-gefixeerde autisten zijn die willen laten zien wie het meeste weet, het meeste zag en de grootste mond heeft.

Maar die Sight & Sound top-10 werd ondertussen gezaghebbend. Omdat hij de eerste was. Omdat er halverwege de vorige eeuw, toen film ook zo’n vijftig jaar oud was, enorme behoefte ontstond aan canonisatie. Of zoals de Amerikaanse filmcriticus Jonathan Rosenbaum schreef: filmcanons zijn belangrijk om films als kunst te kunnen definiëren en begrijpen. Lijstjes legitimeren. En film, altijd laverend tussen kermis, kijkcijfers en kunst, heeft dat steeds nodig.

De Sight & Sound Poll werd ook beroemd omdat hij de grootste autoriteiten op filmgebied wist te verzamelen. En omdat hij op een of andere manier ontzettend consistent bleek. Met andere polls, maar door de jaren heen vooral ook met zichzelf. Hij is zo Brits en betrouwbaar als regen, bolhoeden en paraplu’s. Mede daardoor kreeg de lijst de status van onofficiële canon. Al heeft hij sinds de jaren negentig wel concurrentie van de top-250 van de Internet Movie DataBase, waar gebruikers The Shawshank Redemption (1994) de beste film aller tijden vinden.

Toen in 2002 de poll voor de zesde keer werd uitgeschreven, deden 145 filmcritici en 108 filmregisseurs mee. Dat was voor toen een recordaantal. Maar net als in de vijftig jaar daarvoor stond Citizen Kane (1941) van Orson Welles op 1 en hadden andere onverbiddelijke klassiekers als Pantserkruiser Potjomkin (1925), La règle du jeu (1939) van Jean Renoir, Michelangelo Antonioni’s L’avventura (1960) en Fellini’s 8 ½ (1963) stuivertje gewisseld in de hoogste regionen. De macht van het getal had niet veel veranderd.

In 2012 heeft Sight & Sound het nog veel groter aangepakt. Hoofdredacteur Nick James vertelde dat er drie stagiaires zijn aangenomen om onder de grootste geheimhouding de stemmen van zo’n duizend aangeschreven filmcritici en bijna evenveel regisseurs te tellen. De grote vraag is natuurlijk of het zal lukken om Citizen Kane van de troon te stoten. Dat is niet zomaar een paleisrevolutie. Het zou namelijk heel goed kunnen dat het feit dat er nu veel meer jonge critici meedoen (voor wie Star Wars het begin van de filmgeschiedenis is) en er meer klassieke en onbekende films dan ooit digitaal beschikbaar zijn het beeld doen kantelen. Veteraancriticus David Thompson kreeg van Sight & Sound zelfs de kans om in het hol van de leeuw een artikel te publiceren waarin hij pleitte om de toppositie van Citizen Kane te herzien. Maar Thompson staat dan ook niet bekend als liefhebber van Orson Welles. Aan de andere kant schreef ook Welles-kenner Jonathan Rosenbaum op een van de sites waar momenteel fanatiek over de nieuwe lijst gefilosofeerd wordt dat hij het „niet langer nodig vond om filmmakers als Chaplin, Godard, Hitchcock, Ozu, Renoir of Welles in zijn lijstje op te nemen”. Zou dat betekenen dat je als filmmaker op een gegeven moment zo gecanoniseerd kunt zijn dat je buiten competitie raakt? Of is dat het begin van vergetelheid?

Dat brengt me op mijn eerdere vraag. Wat is dat eigenlijk? De beste film? Zijn die boven elke concurrentie verheven? Het beste artikel daarover schreef filmmaker Paul Schrader, bekend van de scenario’s van Taxi Driver en Raging Bull, in 2006 in Film Comment. Zijn favorietenlijstje samenstellen was niet het probleem, stelde Schrader. De problemen begonnen toen hij zich afvroeg op basis van welke criteria. Vervolgens kwam hij inderdaad met graadmeters. Om te beginnen speelt hij leentjebuur bij filosofen: van de kantiaanse ‘schoonheid’ tot de hegeliaanse ‘eenheid van inhoud en vorm’. Aan literatuurwetenschapper Harold Bloom ontleende Schrader het begrip ‘vreemdheid’ (als een nooit helemaal begrijpbare vorm van originaliteit). En met dichter T.S. Eliot onderschrijft hij het ‘belang van traditie’. Eigenlijk is de enige filmspecifieke norm die hij formuleert iets wat hij de ‘betrokkenheid van de toeschouwer’ noemt: een film moet de toeschouwer bevrijden uit z’n passieve en consumptieve kijkhouding. Je moet iets met een film kunnen. Of willen.

Sight & Sound laat de invulling wat de ‘greatest films of all time’ zijn aan de deelnemers zelf over. Zijn het de tien films die je het belangrijkste vindt voor de filmgeschiedenis? Of die het meeste impact op je eigen kijk op wat-film-is hadden? Of nog persoonlijker? Het stelt je voor verschrikkelijke dilemma’s. Schrader had gelijk: een lijstje maken is niet zo moeilijk. De problemen beginnen pas als je moet gaan passen en meten, want ja, het moeten er tien zijn en geen twaalf. En als je onderbouwt waarom de ene film boven de andere terechtkomt. Moet je representatief zijn? Maar hoe? Wie heeft alles gezien? Ondertussen danst er een mannetje met een parapluutje door je hoofd dat zingt: ik ben je lievelingsfilm, zet mij op 1.

Nou moet ik eerlijk toegeven dat ik niet zo’n lijstjesmens ben. Ik heb er welgeteld één slapeloze nacht aan overgehouden. Ben niet naar de computer gerend om mijn lijstje te checken. Heb slechts een dozijn films (opnieuw) bekeken om te beoordelen of ze in mijn top-10 terecht moeten komen. En er maar eentje apart op een post-itmemootje geschreven zodat ik hem in geen geval zou vergeten. Syndromes and a Century. Of was het nou toch Uncle Boonmee? Maar heb ik ze er nou op gezet? Of zijn ze in mijn hoofd hors concours geraakt, omdat ik stiekem heb gedaan wat ik altijd doe als ik lijstjes samenstel: welke films zou ik hier en nu willen herzien? Omdat wat mij betreft de filmgeschiedenis teruggebracht kan worden tot één gelukzalige scène waarin alles samenkomt: het plezier van het kijken, humor, liefde, inventiviteit, overgave aan de filmkunst. In een regenbui van melkdruppels die zoveel beter glinsterden in kunstmatig maanlicht. Een liedje dat niet zomaar een liedje is, maar het liedje waar de film om draait. Een film over filmkunst. Over liefde. Over zingen in de regen.

    • Dana Linssen