Nationale politie in ademnood

Zal het minister Opstelten (Justitie, VVD) lukken om de Politiewet deze maand door de Eerste Kamer aanvaard te krijgen? In dat geval wordt de nationale politie ondanks de val van het kabinet toch nog ingevoerd. Definitief onder het gezag van Justitie. Onder leiding van één landelijke korpschef. Met de regioburgemeesters in een ondergeschikte rol. Met dezelfde indeling in tien regio’s als het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Vrijwel geheel gericht op opsporing, onder direct gezag van de minister en gecontroleerd door de Tweede Kamer.

Opstelten levert op de valreep van deze kabinetsperiode dan een belangrijke politieke prestatie. Een verbeterd politiebestel, dat geen last heeft van onderlinge tegenwerking, bureaucratisering, falende computers, tekort aan specialisatie en vastroesten in de eigen regio. Het is al decennia de heilige graal in de sector openbare orde en veiligheid. Deze krant was er, met enig voorbehoud over legitimiteit en democratische controle, voorstander van.

Dat blijven kwetsbare punten. Dergelijke bezwaren leven ook in de senaat, waar de politiewet zo kritisch werd ontvangen dat Opstelten op de valreep verreikende beloftes moest doen om uitzicht op steun te krijgen. Daarmee erkende hij zwaktes in het wetsvoorstel. Hij ondergroef de wet er zelfs enigszins mee .

Feitelijk vraagt de minister de senaat om de nieuwe wet aan te nemen, waarna hij die onmiddellijk op een aantal punten weer belooft te wijzigen. De positie van de regioburgemeesters is inderdaad te zwak, meent ook Opstelten nu. Ook dient het gezag van de minister over de nieuwe figuur van de nationale korpschef te worden uitgebreid. De invloed van de Kamer op het beheer van de politie schiet eveneens tekort.

Het kabinet vraagt de senaat dus een gebrekkige wet aan te nemen, die later nog opgelapt zal worden. Door een volgend kabinet? Zal de Eerste Kamer, die toch tot taak heeft om de kwaliteit van de wetgeving fundamenteel te bewaken, in dit opportunisme meegaan? Politiek is de dienstbare houding van de minister aan de senaat wel te begrijpen. Maar staatsrechtelijk is de gang van zaken natuurlijk vrij mal.

Een wet aannemen die kennelijk rammelt met als belofte ‘straks’ een reparatiewet. En overigens ook nog van een demissionaire minister. Het ‘concept inrichtingsplan’ dat nu boven water komt, is bedoeld om vertrouwen in het nieuwe bestel wekken. De senaat móét kennelijk over de streep worden getrokken. De Eerste Kamer dient echter een eigen afweging te maken en zich aan zijn opdracht te houden. Voldongen feiten en loze beloften zijn slechte raadgevers.