Mijn moeder is verhuisd

Na 23 jaar werd het huis op de Braamkamp te groot. Of te leeg eigenlijk. Haar drie kinderen zijn het huis uit, haar ex-man woont al jaren in Arnhem, haar rug begint te protesteren. Sinds donderdag woont ze in een klein nieuwbouwappartement. Dichter bij het centrum en vooral dichter bij haar zoon, schoondochter en twee kleinzoontjes. Het is klein genoeg om schoon te houden en ruim genoeg om met haar vriendinnen eens in de twee weken achthonderd lahmacuns te bakken en de diepvries te vullen. Iedereen blij.

„Mijn voorlaatste verhuizing”, zegt ze, terwijl ze de donsdekens met behulp van de stofzuiger tot handzame verhuispakketjes vacuüm zuigt. Wat ze bedoelt, is dat ook dit appartement ooit te groot voor haar zal worden. Als zij krimpt, en haar vriendinnengroep ook , als haar rug nog minder wil. Wat moeten we dan? Gaan mijn broer, zusje en ik dan nadenken over bij wie onze moeder moet intrekken? Zo af en toe komt in het nieuws weer eens een initiatief van een paar goedgezinde, brave Turks-Nederlandse burgers (vaak zijn het vrouwen van rond mijn moeders’ leeftijd) die een particulier bejaardentehuis hebben opgericht dat zich specifiek richt op Turkse/Marokkaanse/Surinaamse, nou ja, allochtone bejaarden. Mijn moeder zou het ons nooit vergeven. Alle 23 jaren van opvoeden zouden in haar ogen tevergeefs zijn geweest, als we het maar zouden wagen voor te stellen. Ze zou ons een schuldgevoel van jewelste aanpraten.

En daar is ze goed in! Waarschijnlijk omdat wij onze dankbaarheid te weinig uitspreken. Eén voorbeeld: als kind was ik astmatisch, allergisch voor alle soorten stof en mijten. De inrichting van ons huis moest op de schop. Alle tapijten (ja, ook die aan de muur) moesten vervangen worden door tegels of laminaat, mijn dekbed en kussens moesten van het duurste kunststof en de gehele collectie van 78 kamerplanten (een binnentuin waar mijn moeder jaren over had gedaan) moest ook de deur uit. Toen bleek dat de kosten van dit grapje hoger waren dan gepland, heeft mijn moeder, engel die ze is, een paar weken asperges gestoken.

En nu? Ik rook als een ketter en in mijn woonkamer liggen twee achtstehands Perzische tapijten van de Noordermarkt waarin het stof van de Amsterdamse binnenstad een nieuwe bestemming heeft gevonden. Elke keer als ik in de buurt van mijn moeder een sigaret opsteek, roept ze: „Asperges! Asperges!”

Mocht ooit de dag komen dat we onze bejaarde moeder niet in een allochtonenbejaardentehuis durven te stoppen: ik gooi de tapijten er uit. Maak een kamer voor haar vrij. Stop met roken. Op de eerste avond van ons hernieuwde samenwonen maken mijn Vlaamse vriendin en ik asperges met botersaus voor mijn moeder.

Dit is de eerste bijdrage van Sadettin Kirmiziyüz (Zutphen, 1982), acteur en theatermaker. Hij gaat, vanuit zijn ervaring als migrantenkind, voor nrc.next schrijven over multiculturele thema’s. 28 en 29 juni speelt hij zijn voorstelling What’s Happenin’ Brother? op het NDSM-terrein in Amsterdam. Zie www.troubleman.nl

    • Sadettin Kirmiziyüz