Meer lesuren, minder vakantie vanaf 2013

De zomervakantie in het voortgezet onderwijs wordt ingekort van zeven naar zes weken. Daarnaast wordt het aantal roostervrije dagen, voor zaken als bijscholing en rapportvergaderingen van docenten, beperkt. In de eerste twee klassen moeten leerlingen 1.040 uur per jaar les krijgen, en geen 1.000, zoals aanvankelijk de bedoeling was.

Gisteren stemde de Eerste Kamer in met een wet van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) die dit regelt. Er werd hoofdelijk gestemd op verzoek van de fracties van D66 en GroenLinks. Voor stemden 35 senatoren van de fracties van VVD, CDA, PVV en SGP. Tegen stemden 33 senatoren van de overige fracties.

Het was lang onduidelijk of de VVD akkoord zou gaan met de wet. In een stemverklaring zei senator Heleen Dupuis (VVD) gisteren dat haar fractie met weinig vreugde zou voorstemmen, maar dat deed omdat de wet rust brengt in de onderwijssector.

Met de stemming in de senaat kwam een einde aan een moeizaam verlopen wetgevingsproces. Aanvankelijk bestond er politieke consensus over het terugbrengen van het minimaal aantal lesuren van 1.040 naar 1.000. Zo kon een einde worden gemaakt aan ‘ophokuren’ waarin leerlingen geen les kregen en voor zichzelf moeten werken. Maar op verzoek van de Tweede Kamerfractie van de PVV, toen nog gedoogpartij van het kabinet, bleef de 1.040-urennorm voor de onderbouw intact.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is teleurgesteld dat de Eerste Kamer de wet heeft aangenomen. Het LAKS denkt dat de wet de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komt en dat het aantal ophokuren alleen maar toeneemt.

Eerder dit jaar staakten tienduizenden leraren al tegen de in hun ogen onhaalbare norm van 1.040 uur. „Er is geen draagvlak in het onderwijs: werkgevers uitten hun ongenoegen en scholieren verzetten zich”, zegt Ton Rolvink van de Algemene Onderwijsbond (AOb). „Maar kennelijk vinden de minister en de rechtse senatoren dat allemaal minder interessant.”