‘Leger moet digitale aanvallen kunnen uitvoeren’

Hans Hillen presenteerde vandaag een nieuwe cyberstrategie van Defensie. Foto NRC / Roel Rozenburg

De Nederlandse krijgsmacht moet leren digitale aanvallen uit te voeren. Dat heeft demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) vandaag gezegd op een symposium van de Koninklijke Militaire Academie.

Hillen presenteerde de nieuwe ‘cyberstrategie’ van Defensie. Daarbij zal meer aandacht worden besteed aan digitale oorlogsvoering. Een digitale aanval kan de samenleving “op tal van manieren ontregelen”, zo sprak de bewindsman, bijvoorbeeld doordat het banksysteem uitvalt. Volgens Hillen moet de samenleving tegen die dreiging wapenen.

‘Uitschakelen tegenstander taak van krijgsmacht’

De focus zal dan ook meer komen te liggen op digitale zelfverdediging. Daarbij gaat het om het beschermen van netwerken, het analyseren van dataverkeer, het herkennen van digitale aanvallen en het afslaan daarvan. Het leger gaat echter ook “offensieve operationele capaciteiten” ontwikkelen, waarbij intensief wordt samengewerkt met de MIVD, aldus Hillen:

“Het uitschakelen van een tegenstander blijft de bijzondere taak van de krijgsmacht. Ook in het digitale domein. We kunnen het ons echter niet veroorloven lijdzaam af te wachten en maar te zien wat anderen bedenken.”

Hoe deze digitale wapens eruitzien, is nog onduidelijk. Hetzelfde geldt voor digitale oorlogsvoering in het algemeen, dat nu voor het leger nog grotendeels onbekend terrein is.