Kaart vol slavernij

Petrus Reminus Otto was een boekhandelaar op de Amsterdamse Prinsengracht. Ook had hij een aandeel in plantage Brunswijk in Suriname. Toen bij de afschaffing van de slavernij in 1863 een financiële vergoeding werd geboden aan slaveneigenaren, eiste Otto zijn geld op voor vijf slaven: Mercuur, Amour, Pierre, Geduld en Brunswijk. Goed voor 1500 gulden, 300 per slaaf.

Op een Google-kaart is nu te zien hoeveel belang Amsterdammers hadden in de slavernij. Met een paar muisklikken zijn woonadressen van slavenbezitters, hun namen, beroepen en de namen van hun slaven op te roepen. Veel slaveneigenaren woonden hier, met zaakwaarnemers overzee. Dienke Hondius, docent nieuwste geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft hen met hulp van haar studenten, het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam op de kaart gezet (via www.let.vu.nl). Een fractie van wat nog komt.

Hondius koos 1863 omdat Nederlandse slavenbezitters zich toen zo duidelijk bekendmaakten: wie geld wilde, moest bewijzen dat hij slaven bezat. Er valt natuurlijk meer op te sporen, zei Hondius gisteren bij de presentatie in het Stadsarchief Amsterdam. Eigenaren van Antilliaanse slaven zijn nog niet verwerkt. Velen verkochten hun slaven toen begin 19e eeuw bleek dat het einde van de slavernij in zicht kwam.

Mark Ponte van het stadsarchief liet stukken zien uit het archief van de bank Insinger (opgegaan in Insinger de Beaufort). Een opsomming die de waarde bepaalde van plantage Beekvlied in Suriname: „Tesaamen thans vrouwen 60 stúx veldt slaaven zoo goede als quaade (…) waar afgaan zes stúx door de Justitie leevendigh verbrandt, twee weggeloopen; en twee verrot door Venusziekten (…)”

De Google-kaart voor de zeventiende en achttiende eeuw zal aanzienlijk voller worden. Hondius wil over die periode dan ook meer kaarten maken. „Neem de zeilmakers, verzekeraars, scheepsbevoorraders. Dat waren geen slaveneigenaren. Maar ze werden wel schatrijk van slavernij.”

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat Nederland, in al die eeuwen van nauwe betrokkenheid bij slavernij, zo blank bleef. Bewust beleid, zei Hondius. „Gemengde huwelijken werden bijvoorbeeld toegestaan, mits ze niet naar Nederland kwamen.” De geschiedenis van zwarten in Europa werd met wetten en regels bewust klein gehouden, meent Hondius. Dat veroorzaakte wat zij repetition of surprise noemt. „Ruim 300 jaar later blijft het hier bijzonder als iemand zwart is.” Met onvermijdelijke gevolgen voor de ‘multiculturele samenleving’.

De Nederlandse betrokkenheid bij slavernij hakt er via Google stevig in. Harder nog dan de toch ook niet malse stukken uit het Insinger-archief.

Dat vond ook Artwell Cain, directeur van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee). „Nu kan de discussie op gang komen over herstelbetalingen”, zei hij gisteren in een toespraakje. Dit leek me nogal optimistisch ingeschat: Het ministerie van OCW heeft de subsidie van NiNsee net beëindigd. Per 1 augustus zijn alle medewerkers ontslagen.