Ivf-technieken komen er toch

Discussies over nieuwe voortplantingstechnieken volgen een vast stramien. Eerst is er ophef, daarna gaat het over de voorwaarden en komt de techniek er toch.

Rituele dansen, met bijna steeds dezelfde afloop. Daarop lijken de medisch-ethische discussies over nieuwe voortplantingstechnieken die de afgelopen dertig jaar zijn gevoerd. De nieuwe techniek wordt eigenlijk steeds ingevoerd, onder bepaalde voorwaarden. Dat schrijven medisch ethici Wybo Dondorp en Guido de Wert van de Universiteit Maastricht in een essay dat morgen verschijnt. Het is geschreven op verzoek van ZonMW, de grootste overheidssubsidiënt van medisch-wetenschappelijk onderzoek.

Niet alleen de reageerbuisbevruchting (ivf), ook de hulptechnieken daarbij, waarbij bijvoorbeeld een bevruchtende spermacel direct in de eicel wordt geïnjecteerd (ICSI) zijn via die ‘rituele dans’ ingevoerd. Er zijn steeds bezwaren uit religieuze en feministische hoek, en van mensen die de beschermwaardigheid van het embryo voorop stellen. Maar uiteindelijk kunnen mensen die het willen de techniek benutten. De discussie over het toestaan ervan is een rituele dans.

„Let op, dat geldt niet voor het héle ethische debat”, zegt De Wert ter toelichting. „Je kunt weliswaar van tevoren uittekenen hoe de principiële discussie over de aanvaardbaarheid verloopt; de ethische discussie spitst zich daarna terecht toe op de zorgvuldigheid en veiligheid en daar zijn ethici in detail bij betrokken.” Ze stellen vragen, presenteren argumenten en vergelijken wat elders wordt toegestaan of is verboden.

Eenmaal, misschien tweemaal, schrijven Dondorp en De Wert, werd de rituele dans verstoord. Het duidelijkst was de toenmalige volksgezondheidminister Els Borst die het vooraf kiezen van het geslacht van het kind bij wet verbood. En in 2007 blokkeerde de ChristenUnie, toen net lid geworden van een Balkenende-kabinet met CDA en PvdA, de mogelijkheid om embryo’s uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek ‘te doen ontstaan’. In de Embryowet uit 2002 stond dat dat uiterlijk vijf jaar later zou mogen. De ChristenUnie hield dat tegen.

Over de handhaving van dat verbod op het ‘doen ontstaan’ van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek oordeelt De Wert scherp: „We accepteren daardoor nu dat nieuwe technieken bij mensen worden toegepast zonder deugdelijk voorafgaand, preklinisch onderzoek naar de veiligheid ervan. Embryo’s worden in ons land beter beschermd dan toekomstige kinderen die via nieuwe, potentieel riskante vruchtbaarheidstechnieken worden verwekt. Dat is problematisch. Nieuwe geneesmiddelen mogen toch ook pas op de markt worden gebracht na uitvoerig veiligheidsonderzoek?”

Sinds 2007 hebben kleine christelijke partijen meegeregeerd of ‘gedoogd’. Ze bedongen dat er geen ‘medisch-ethische vernieuwingen’ worden toegestaan. De Wert: „Ze wekken de indruk dat de ontwikkeling van nieuwe voortplantingstechnologie ‘op slot’ kan worden gezet. Bovendien lijken ze niet te beseffen dat deze technologie soms ernstig lijden kan helpen voorkomen.”

Artsen en onderzoekers van het AMC in Amsterdam doorbraken in juli 2009 de medisch-ethische blokkade met de boodschap dat vrouwen met een uitgestelde kinderwens hun eicellen konden laten invriezen. De Tweede Kamer reageerde onthutst, maar wettelijke beperkingen waren er niet.

In hun essay analyseren Dondorp en De Wert niet alleen hoe de discussie de afgelopen decennia in Nederland verliep. Het rijpen van geslachtscellen in het laboratorium komt eraan. En binnenkort is het mogelijk om van ivf-embryo’s routinematig het hele genoom te bepalen. Dan zal blijken dat alle embryo’s grote of kleine afwijkingen hebben.

De Wert: „Deze genoombrede embryoscreening levert zoveel informatie dat het steeds lastiger wordt beslissingen te nemen. Welk embryo plaats je terug? Dat waar een kind uit groeit met een wat lager IQ ? Of kies je voor een mens die al op zijn vijftigste bewegingsproblemen krijgt? We hebben nog geen antwoorden, maar werpen de vragen op. De discussie over deze screening moet nu worden gevoerd want de technologie ontwikkelt zich razendsnel.”

Het essay verschijnt morgen op de website zonmw.nl

    • Wim Köhler