Ik voel me vaak chronisch onbegrepen

Schrijfster Monique Samuel voelt zich opgejaagd door haar oogziekte. ‘Ik dacht: ik moet nu zoveel mogelijk doen, want straks ben ik blind.’

Nederland, Leiden, 13-06-2012 Monique Samuel is politicoloog, publicist en auteur. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Ze vroeg onlangs in het tv-programma De Halve Maan aan Tofik Dibi waarom hij niet uit de kast komt. Ze sprak Hero Brinkman aan over de Tuigdorpen en danste op tafel bij Pauw & Witteman, de dag dat de Egyptische president Mubarak aftrad. Rebels, zo wordt Monique Samuel (22) genoemd. Eigenwijs. Maar ze is niet alleen de perfecte tv-gast die gegarandeerd elk droog tafelgesprek wat vuur geeft, ze is ook gewoon erg slim. Samuel studeerde politicologie en internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden. Ze spreekt vloeiend Egyptisch Arabisch – haar vader is Egyptisch. Ze is christen. Ze is lesbisch. En ze heeft een oogziekte waardoor haar zicht ernstig beperkt is.

Ze blogt, publiceert in verschillende kranten, onder andere in nrc.next, en een paar weken geleden verscheen haar vijfde boek Mozaïek van de Revolutie. Een verslag van haar drie maanden durende reis door Egypte, Jordanië, Israël, Palestina en Libanon.

Je bent 22 jaar. Je vijfde boek ligt in de winkel. Hoe verklaar je dat?

„Ik ben perfectionist en ambitieus. Ik studeerde politicologie, maar ik volgde er vakken naast. Mijn uitgever vroeg me een boek van 180 pagina’s te schrijven, het zijn er 510 geworden. Ik heb alweer twee nieuwe boeken in mijn hoofd. Ik ben gewoon niet zo’n frivole student die een krat bier achterover slaat, al kan ik wel heel speels zijn.”

Maar dan nog: waarom al die boeken?

„Ik geloof dat dit mijn roeping is. Ik geloof dat God mij een talent heeft gegeven om mensen voortdurend bewust te maken van sociale onrechtvaardigheid. Dat is de rode draad in alles wat ik doe. Als ik onrecht zie, wil ik er iets aan doen. Het rationele antwoord is dat ik een oogziekte heb die zich op mijn twaalfde openbaarde waardoor ik in één jaar 80 procent van mijn gezichtsvermogen verloor. Daardoor werd ik gejaagd. Ik dacht: ik moet nu zoveel mogelijk dingen doen, straks ben ik blind. De ziekte is nu op 10 procent gestabiliseerd.”

Hoe was je middelbare schooltijd als je zo jong te horen krijgt dat je ziek bent?

„Vreselijk. Ik was super verveeld. Ik ging elke dag naar school met hoofdpijn, mijn ogen gingen dagelijks achteruit. Dan moest ik naar aardrijkskundeles en dacht: man, wat doe ik hier? Mij was verteld dat ik voor mijn achttiende blind zou worden. Ik was een heel rebelse leerling, maar ook een heel goede. Al op de lagere school verbeterde ik de leraar. Dat maakte me allesbehalve populair. Ik voelde me altijd een beetje chronisch onbegrepen. Nu vaak nog steeds.”

Wat was voor jou de noodzaak om dit boek te schrijven? Welk onrecht wil je aan de kaak stellen?

„Ik wilde een boek schrijven waarmee je de regio beter snapt als er, zeg, over vijf jaar weer iets gebeurt. Ik wilde de sociale veranderingen laten zien en de revoluties in historische context plaatsen. Dit is niet de eerste revolutie in Egypte en ook niet de laatste. En ik wilde een dwarsdoorsnede beschrijven van een moderne Arabische samenleving. Van extreem conservatief tot zeer vrijzinnig. Ik heb niet alleen landen bezocht waar een politieke omwenteling heeft plaatsgevonden, maar ook juist naar verandering gezocht in landen waar ogenschijnlijk niets gebeurt, zoals Libanon of Jordanië.”

In je nawoord schrijf je dat je ook ontevreden bent met de journalistieke verslaggeving in dat gebied.

„Ja. Ik was bijvoorbeeld in Dahya in Beiroet. Op basis van artikelen en reportages dacht ik platgebombardeerde wijken te zien. Zwaar islamitisch, met zandpaden en ezelkarren. Maar ik zag alleen maar gloednieuwe sportauto’s, geasfalteerde wegen en hijskranen. Het lijkt alsof de Europeaan niet wil dat dit gebied van het romantische beeld van duizend-en-één-nacht afkomt. Maar dat is het Midden-Oosten niet.”

Hoe schat jij in dat de regio zich zal ontwikkelen?

„Dat is moeilijk te zeggen. Ik denk niet dat er democratie in Libië of Jemen komt. Voor Egypte heb ik meer hoop, al heeft het land nog een lange weg te gaan. Over het algemeen denk ik dat de meeste landen er over vijfentwintig jaar beter voorstaan dan nu. Vergeet niet dat tweederde van de bevolking jonger is dan 29. Eén op de drie Egyptenaren is zelfs jonger dan 15. De kinderen stonden helemaal niet op Tahrir-plein, zij zaten thuis bij hun moeder. De macht ligt nu nog bij de mannen met brillen, snorren en baarden, maar als er niets verandert, zal ook de jongste generatie van zich laten horen.”

Je benadrukt in je boek het belang van social media.

„Ik krijg elke dag spotprenten binnen over de Egyptische presidentskandidaten Morsi en Shafiq. Zelfs mijn oma en tantes sturen politieke cartoons door en zij zijn echt geen activisten. Dat doorbreken van de angst, het klinkt als een cliché, maar is echt een teken. De Arabische revolutie is geen Facebook-revolutie, maar sociale media hebben wel degelijk een emanciperende werking, vooral voor vrouwen. Tot voor kort kon je alleen over politiek praten als je met mannen in een koffiehuis zat, in een afgelegen straat en na twaalf uur ’s avonds. Daar konden vrouwen absoluut niet bij. Thuis was het niet veel anders. Papa vertelt, de oudste broer praat misschien mee, maar meisjes hielden hun mond. Maar de afgelopen jaren gingen vrouwen bloggen over de politieke situatie. Daardoor rees de vraag: waarom kan een vrouw wel messcherpe analyses maken, maar heeft zij geen plaats in het parlement?”

Je ben afgestudeerd politicologe, je hebt boeken geschreven over de Arabische wereld. Waarom moet je dan ook nog eens op tafel gaan staan bij Pauw & Witteman?

„Mijn hoofd is Hollands, maar mijn hart is Egyptisch, vol passie. Dus soms doe ik iets impulsiefs. Bovendien, waarom mag je maar over één ding praten? Ik ben geen gespleten persoonlijkheid. Ik ben christen, uit de kast, Egyptisch, politicoloog, ik praat ook over liefde en houd gewoon van dansen.”

Hoe belangrijk is het geloof voor jou?

„Ik ben christen in die zin dat ik me in alle religies heb verdiept, maar uiteindelijk maakt Jezus voor mij het verschil. Hij is voor mij de Zoon van God. Ik geloof dat God bewust in mijn leven werkt. Maar daar houdt het eigenlijk meteen weer mee op, want ik vind het lastig om een kerk te vinden die bij me past. Wel kom ik elke dag aan het begin en aan het einde bij Hem uit.”

Je bent getrouwd geweest met een man. Was dat vanwege het geloof?

„Ja. Ik wilde voldoen aan de verwachtingen van mijn familie en ik wilde, wat ik toen dacht, een goed christen zijn. Ik was 19. Ik had zoveel jaren geworsteld met mijn gevoelens voor vrouwen. Als ik terugreken, was ik vanaf mijn zesde al verliefd op vrouwen. Ik heb jarenlang therapie gehad, zoiets als Different dat laatst in het nieuws was. God kan je genezen, was het idee. Als je maar genoeg bidt. Overigens stelden zij ook dat douchen en wandelen een medicijn was voor masturberen. Ik werd aangemoedigd te daten met jongens en dat werd telkens een drama. Ik was er zo moe van, ik wilde het er niet meer over hebben. Dus ik trouwde met mijn beste maatje. Het is een kwestie van wilskracht, dacht ik. Ik had hem verteld over mijn gevoelens voor vrouwen. Ik dacht, ik hou veel van hem, misschien maakt het niet zoveel uit. Maar dat werkte dus niet. We zijn snel gescheiden. Ik had ook geen voorbeelden van lesbische vrouwen om me heen. Misschien komt mijn drive daar vandaan. Ik wil een voorbeeld zijn.”

Vroeg je daarom aan Tofik Dibi waarom hij niet uit de kast kwam?

„Dat was echt een hartskwestie. Ik sprak hem niet aan op z’n persoon, maar op zijn politieke functie als lijsttrekkerskandidaat van de emancipatiepartij van Nederland. Dibi zei dat zijn geaardheid niet politiek relevant is, maar dat is het wel. Zolang moslimhomo’s in Nederland niet uit de kast durven komen of Marokkaanse Nederlanders homo’s lastigvallen op straat is er een probleem. Misschien had ik hem niet tijdens dat programma moeten aanvallen, maar ja, ik zat naast hem en hij had het maar over rolmodellen en leiderschap.”

Maar met dat soort tv-optredens word je door sommigen als een aandachtstrekker en arrogant gezien.

„Ik hou van televisie. Ik straal in de camera, ik kan er niets aan doen. Op zo’n stoel kan ik in één keer een miljoen mensen iets uitleggen wat mij aan het hart gaat, dat is een prachtig voorrecht. Maar het is niet zo dat ik blij ben als ik daarna word herkend bij de Albert Heijn. Dat vind ik vooral erg ongemakkelijk. Ik switch twee keer per jaar totaal van kapsel en kleding om dat te voorkomen. Dat mensen mij arrogant vinden? Ach. Mensen denken, wie denk je wel dat je bent, je bent 22. Dan denk ik: moet ik me dan nog eens 22 jaar opsluiten in een studeerkamer totdat ik met grijze haren naar buiten kan komen?

    • Jessica van Geel