'Het kwartje van Kok is nooit teruggegeven'

De aanleiding

Geef het kwartje van Kok terug aan de automobilist. Dat wordt een belangrijk punt in het verkiezingsprogramma van de PVV, zo maakte Geert Wilders zaterdag bekend. Het kwartje van Kok is een extra benzineaccijns die in 1991 werd ingevoerd onder verantwoordelijkheid van PvdA-minister Wim Kok (Financiën). Door de verslechterde economie kreeg het CDA/PvdA-kabinet destijds te maken met een tekort op de begroting, dat op deze manier deels werd weggewerkt. „Dat kwartje van Kok is nooit teruggegeven, dat is pure diefstal”, zei Wilders afgelopen weekend tegen de NOS. Next.checkt bekijkt of het kwartje van Kok inderdaad nooit is teruggegeven.

Interpretaties

Het kwartje van Kok was in werkelijkheid 18,3 guldencent per liter ongelode benzine en 7 guldencent per liter diesel. Deze structurele accijnsverhogingen werden ingevoerd per 6 juli 1991.

Die 18,3 guldencent is omgerekend 8,3 eurocent en 7 guldencent is omgerekend 3,18 eurocent. We onderzoeken hier dus of die 8,3 eurocent voor een liter benzine en die 3,18 eurocent voor een liter diesel inderdaad nooit is teruggegeven aan de automobilist.

En, klopt het?

Als lid van de eenmansfractie Groep Wilders vroeg Geert Wilders in september 2005 ook al eens om teruggave van het kwartje van Kok. Toenmalig staatssecretaris Joop Wijn van Financiën (CDA) antwoordde daarop dat de accijnsverhoging op diesel door drie verlagingen in 2001 en 2002 ondertussen „meer dan volledig” was teruggedraaid.

De accijnsverhoging op benzine zou vanaf 2004 ook gecompenseerd zijn, door een verhoging van het infrastructuurfonds met jaarlijks 530 miljoen euro. Dat fonds wordt gebruikt voor de aanleg van wegen en onderhoud van openbaar vervoer en vaarwegen.

Bij de compensatie voor diesel ging het volgens Wijn in totaal om drie accijnsverlagingen van samen 3,803 eurocent. Daarmee zou de accijnsverhoging op diesel door Kok van 3,18 eurocent dus inderdaad ruimschoots zijn gecompenseerd.

Maar hier valt wel wat op af te dingen. Zo waren deze accijnsverlagingen niet bedoeld als compensatie voor het kwartje van Kok. Het ging om een combinatie van lastenverlichtingen en vergroening van autobelastingen, onder andere door het gebruik van zwavelarme diesel te stimuleren (gunstig in de strijd tegen CO2-uitstoot).

Op het moment dat Wijn in 2005 zijn antwoord gaf, was de dieselaccijns met 44,84 procent gestegen ten opzichte van diezelfde accijns in 1993. Dat was het jaar dat het CBS begon met het bijhouden van de benzine- en dieselaccijnzen. De benzineaccijns was op het moment dat Wijn antwoordde met 51,55 procent gestegen ten opzichte van de accijns in 1993. Verhoudingsgewijs was de dieselaccijns dus minder gestegen dan de benzineaccijns. Zo kan je dus beargumenteren dat de dieselrijder aan de pomp inderdaad werd gecompenseerd voor het kwartje van Kok.

Maar als we naar de accijnzen in januari 2012 kijken, dan blijkt dat de dieselaccijns met 68,1 procent is gestegen ten opzichte van die in 1993. En de benzineaccijns met ‘slechts’ 62,9 procent. De dieselrijder kreeg in juli 2008 namelijk een forse accijnsverhoging voor zijn kiezen van 3 eurocent per liter. Deze keer was het argument dat het rijden in ‘vieze’ dieselauto’s juist moest worden ontmoedigd. Die stoten namelijk meer fijnstof (schadelijk voor de luchtwegen) uit dan benzineauto’s. We kunnen dus stellen dat de dieselrijder zijn compensatie voor het kwartje van Kok, als je die al zo kon noemen, ondertussen nagenoeg kwijt is.

Het kabinet-Balkenende II besloot in 2003, zoals Wijn schreef, inderdaad om de opbrengst van het kwartje van Kok voor benzinerijders aan infrastructuur te besteden. Daarvan wordt nu onder andere de omstreden snelweg A4 tussen Delft en Schiedam aangelegd. Vorig jaar werd er in Nederland 5,7 miljard liter benzine verkocht. Het kwartje van Kok leverde vorig jaar dus 8,3 eurocent maal 5,7 miljard liter, oftewel 473 miljoen euro op. In die zin is de 530 miljoen euro die jaarlijks als opbrengst van het kwartje van Kok naar het infrastructuurfonds gaat aan de ruime kant. Maar geld besteden aan nieuwe wegen en vooral aan onderhoud van openbaar vervoer en vaarwegen is heel wat anders dan de opbrengst van het kwartje van Kok bij de pomp teruggeven aan de automobilist.

Conclusie

Volgens Geert Wilders is het ‘kwartje van Kok’ „nooit teruggeven” – doelend op de accijnsverhoging in 1991 van 18,3 guldencent op één liter ongelode benzine en 7 guldencent op diesel. De verhoging op diesel werd weliswaar in 2001 en 2002 volledig gecompenseerd in de vorm van drie accijnsverlagingen, maar kwam er in 2008 ook even hard weer bij: netto heeft de dieselrijder aan de pomp zijn ‘kwartje’ dus niet teruggekregen. Voor het ‘kwartje’ op benzine geldt dat de opbrengsten daarvan zijn geïnvesteerd in infrastructuur. Dat zou je als een soort ‘teruggave’ aan de burger kunnen zien. Maar in die zin wordt iedere belasting uiteindelijk teruggegeven aan de burger. Aan de pomp is de accijnsverhoging op benzine uit 1991 echter nooit teruggedraaid. Een accijns alleen tijdelijk terugdraaien (zoals bij diesel) of herinvesteren in infrastructuur (zoals bij benzine) vinden wij niet hetzelfde als het ‘teruggeven’ ervan aan de automobilist. We beoordelen de bewering dan ook als waar.

    • Wilmer Heck