Gezocht: zwarte portemonnee met inhoud

Per 1 juli stopt de politie met de zorg voor gevonden voorwerpen. Waar geef je nu sleutels, portemonnees en knuffels af? En hoe krijg je ze weer terug?

Verslaggever

Midden op straat ligt een bruine teddybeer met zijn gezicht in een plas. Geen spoor van het kind dat zijn knuffel heeft verloren. Hoe kun je kind en beer herenigen zodat ze vannacht vredig inslapen in elkaars armen?

Handel niet te onbesuisd. Bedenk je twee keer voordat je de beer van de straat raapt. Dat je oog erop viel, verplicht je niet ervoor te zorgen. Je kunt eraan voorbij lopen. Je mag er zelfs een schop tegen geven. Pak je de beer op, dan heb je plichten: burgerplichten. In acht artikelen zijn die in het Burgerlijk Wetboek vastgelegd.

Je bent verplicht het gevonden voorwerp „met bekwame spoed” aan te geven. Dat kon je jarenlang doen bij het dichtstbijzijnde politiebureau. Dat was zo gegroeid. Al rust ‘de zorgplicht onbeheerde zaken’, zoals die officieel heet, volgens de wet bij de gemeenten.

Zeven jaar geleden bepaalde de regering dat de gemeenten dat werk voortaan zelf moesten opknappen. Dat was geen kerntaak van de politie. Die had wel wat beters te doen. Veel gemeenten hebben zich sindsdien ontfermd over het registreren en bewaren van verloren en gevonden voorwerpen. Veel gemeenten ook niet.

Eind vorig jaar besliste minister Opstelten van Veiligheid en Justitie (VVD) dat het mooi was geweest: de politie stopt per 1 juli met de zorg voor verloren en gevonden voorwerpen. Vinders en verliezers kunnen vanaf volgende week uitsluitend terecht bij de gemeenten.

Niet dat de maatregel opeens leidt tot veel meer blauw op straat. Het afstoten van de zorgtaak levert de politie volgens het ministerie enkele tientallen banen op. Bij de politie werken bijna 50.000 mensen.

Je moet het vinden van een teddybeer dus voortaan aangeven bij de gemeente. Je hoeft de beer niet af te geven. Je mag de beer ook zelf bewaren als je er goed voor zorgt. Maar je mag de beer niet houden.

Neem je de knuffel mee naar huis zonder je vondst te melden, dan geldt dat als verduistering. Vinders maken zich massaal schuldig aan dat misdrijf. Nederlanders verliezen jaarlijks 640.000 tot 960.000 voorwerpen, volgens een grove schatting van de politie. Verreweg de meeste spullen komen terecht bij het oud vuil of worden achteloos ingepikt. Een minderheid wordt aangemeld als verloren. Een fractie daarvan komt terug bij de oorspronkelijke eigenaar. In Rotterdam is dat 7 procent.

De gemeente Rotterdam begon op 1 januari van dit jaar met het registreren en opslaan van verloren en gevonden voorwerpen, omdat de politie ermee zou stoppen. Iedere gemeente doet dat op zijn eigen manier. Voor het aangeven van een gevonden voorwerp, zoals de teddybeer, hoef je in veel gemeenten je huis niet meer uit. Dat doe je digitaal: op de website www.verlorenengevonden.nl – „waar eigendom en eigenaar weer samenkomen”, luidt het motto. Daar meld je ook dat je een voorwerp hebt verloren. Daar zoek je of een verloren voorwerp is gevonden. Achter je computer in je luie stoel.

De website is vijf jaar geleden ontwikkeld door het Bossche bedrijf PerfectView, in samenwerking met politie en gemeenten in de provincie Utrecht en de gemeente Vlaardingen. Ze zagen aankomen dat de politie het registreren en bewaren van verloren en gevonden voorwerpen zou overdragen aan gemeenten. Hoe kan dat werk zo efficiënt, goedkoop, gebruiksvriendelijk mogelijk worden uitgevoerd? Daar ontwikkelden ze een programma voor.

Inmiddels hebben zich 150 van de 415 gemeenten bij het initiatief aangesloten, inclusief vier van de vijf grootste steden. Den Haag overweegt te volgen; net als bij vijftig andere gemeenten zijn nog onderhandelingen gaande.

Meedoen neemt gemeenten volgens Patrick van der Aa, manager overheid van PerfectView, 80 procent van het werk uit handen. Alleen bewaren van gevonden voorwerpen doen ze voor een deel nog zelf.

Vinders en verliezers zijn niet meer aan kantooruren gebonden. Wie geen idee heeft waar hij zijn gouden horloge of trouwring heeft verloren – in Capelle aan den IJssel waar hij woont, in Rotterdam waar hij werkt, in Delft waar hij naar de film is gegaan – hoeft niet meer drie gemeenten af te bellen of te rijden. Hij zoekt in het landelijke computerbestand.

„Zwarte portemonnee met inhoud.”

„Feijenoord Clubcard.”

„Beige C&A-schoudertas.”

„Gouden ketting met vijf kinderkopjes.”

Een greep uit de 20.436 gevonden voorwerpen die op de website staan geregistreerd. Je kunt ook zoeken op soorten voorwerpen: 607 mobiele telefoons, 120 rugzakken, 92 camera’s, 24 gehoorapparaten, één kunstgebit.

Terugkrijgen van je bezit lukt niet digitaal. Daarvoor zul je je toch persoonlijk bij de gemeente moeten melden. Met identiteitsbewijs. Daar zul je ook een paar vragen moeten beantwoorden. Op welke datum heb je het voorwerp verloren? Waar? Kun je speciale kenmerken noemen die op de foto op de website niet zijn te zien? De teddybeer kijkt scheel. Hij heeft een snee in zijn linkeroor.

Bij het depot willen ze wel zeker weten dat het voorwerp bij de rechtmatige eigenaar terechtkomt. Daar zijn ze in getraind.

In een loods op een industrieterrein in het westen van Rotterdam is een ruimte ingericht als kluis. Vier bij acht meter. Zeker drie meter hoog. Verboden voor onbevoegden. Drie sloten beveiligen een zware toegangsdeur.

Dit is het hart van het depot gevonden en verloren voorwerpen van de gemeente Rotterdam. Hier worden de gevonden voorwerpen bewaard die bij de veertien stadswinkels zijn afgegeven: 7.000 per jaar. Nog dezelfde dag heeft een koerier ze in een verzegelde envelop naar het depot gebracht. Daar zijn ze geregistreerd, gefotografeerd en opgeborgen in de kluis. Speciale kenmerken ervan zijn genoteerd.

Kleine voorwerpen, zoals sleutels, portemonnees en knuffels, komen terecht in een van de tachtig kunststofbakken die staan opgesteld in hoge, metalen kasten. Achter slot en grendel. Grotere voorwerpen, zoals rugzakken en sporttassen, maar ook een buggy en een rollator, liggen in een open wandkast. Een camera registreert elke beweging in de kluis. Voorwerpen die aan de gemeente zijn toevertrouwd, mogen niet verdwijnen.

„Dat gaat ook niet gebeuren”, zegt depotmanager Maarten Koole. „Wij zijn het uithangbord van de gemeente Rotterdam.”