Erfpacht in Amsterdam te hoog en ondoorgrondelijk

De gemeente Amsterdam vraagt huiseigenaren veel te veel geld in voorstellen voor nieuwe erfpachtcontracten. Gemiddeld gaat het om een bedrag van 600 euro per jaar. Dat blijkt uit onderzoek van de Amsterdamse rekenkamer.

Erfpacht is een grote bron van inkomsten voor Amsterdam: in totaal 130 miljoen euro per jaar. Zo’n 90 procent van de Amsterdamse huizen staat op grond van de gemeente. Huiseigenaren betalen daarvoor een gebruiksvergoeding. Zulke erfpachtcontracten worden voor 50 of 75 jaar afgesloten. Wanneer een contract afloopt, doet de gemeente de bewoner een nieuwe – vaak veel hogere – aanbieding. Wie het niet met dit bod eens is, kan naar een commissie stappen. Dit kost zowel de gemeente als de huiseigenaren geld.

De komende jaren lopen veel erfpachtcontracten af. De rekenkamer onderzocht daarom of het systeem voldoet. Hieruit bleek dat acht op de tien Amsterdammers die in beroep gaan tegen de nieuwe hoogte van de erfpacht gelijk krijgen. Tussen 2007 en 2011 tekende ongeveer de helft van de mensen die een nieuwe aanbieding kregen beroep aan bij de onafhankelijke commissie.

Jan de Ridder, directeur van de Amsterdamse rekenkamer, noemt de situatie „onacceptabel”. Hij vindt dat de gemeente het verouderde erfpachtsysteem moet herzien. „Het is niet transparant. Niemand weet precies hoe de gemeente tot haar berekeningen komt.”

De Amsterdamse VVD-fractie vindt dat de gemeente huizenbezitters „als melkkoe” gebruikt. „Het is niet de bedoeling dat woningbezitters voor de inkomsten van de gemeente zorgen”, zegt VVD-raadslid Daniel van der Ree. Hij pleit voor een systeem zoals in Den Haag en Rotterdam. Daar wordt woningeigenaren gevraagd of ze grond van de gemeente willen kopen of eeuwigdurend willen pachten.

Wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) vindt ook dat het systeem transparanter en duidelijker moet worden.