Duitse rechtbank verbiedt besnijdenis

De besnijdenis van minderjarige jongens uit religieuze overwegingen is strafbaar. Dat heeft een rechtbank in Keulen gisteren bepaald. Het Landesgericht, vergelijkbaar met een arrondissementsrechtbank, heeft daarmee het oordeel van een lagere rechtbank vernietigd, die vorig jaar een arts vrijsprak nadat hij een 4-jarige jongen had besneden op verzoek van zijn islamitische ouders.

Het oordeel, dat tot felle kritiek leidde in de islamitische en joodse gemeenschap, is niet bindend voor alle deelstaten – dat is het pas als het Constitutioneel Hof in Karlsruhe zich over de kwestie uitspreekt. Maar er gaat volgens juridische deskundigen een sterke signaalwerking van uit. Volgens Holm Putzke, hoogleraar strafrecht in Passau, kan nu een debat plaatsvinden over de vraag hoeveel „religieus geweld tegen kinderen een maatschappij moet tolereren.”.

Volgens de Keulse rechtbank is de wens van de ouders onvoldoende om een besnijdenis te rechtvaardigen. De lichamelijke integriteit van het kind gaat volgens de rechter boven de grondrechten van de ouders. De godsdienstvrijheid wordt niet aangetast omdat ouders kunnen afwachten of hun kind op latere leeftijd zelf besluit zich te laten besnijden. De (islamitische) arts die de besnijdenis uitvoerde is door de rechter vrijgesproken van het toebrengen van lichamelijk letsel, omdat hij niet wist dat wat hij deed strafbaar was.

De kantonrechter oordeelde vorig jaar dat weliswaar sprake was van lichamelijk letsel, maar dat dit in dienst stond van ‘het welzijn van het kind’. Het zou gaan om ‘een traditioneel rituele handeling’, waarvoor de ouders toestemming hadden gegeven. Zo werd het kind opgenomen in een culturele en religieuze gemeenschap en werd voorkomen dat het gestigmatiseerd zou worden. Bovendien, zei de rechter, bood een besnijdenis ook medische voordelen.

De Centrale Raad van Duitse Joden heeft verontwaardigd gereageerd op het vonnis van het Landesgericht en spreekt van „een ongekende en dramatische ingreep in het zelfbeschikkingsrecht van religieuze gemeenschappen”. De raad riep de Bondsdag op om „de godsdienstvrijheid te beschermen tegen aanvallen”. De Centrale Raad van Moslims beraadt zich nog op een reactie.