De Bovenbazen (39)

‘Alsjeblieft,’ zei hij, terwijl hij het diertje op de tafel plaatste.

Heer Ollie staarde ademloos van de vlieg, die zich wat ontdaan de vleugels gladstreek, naar de metalen spin. Deze laatste liet besluiteloos de elektrische cellen door de oogkassen rollen en hief enkele poten op. Het was duidelijk dat hij zich gereedmaakte voor een aanval – en terwijl de toeschouwers geboeid toezagen, kwam die dan ook. Met enkele scherpe tikken schoot het mechaniek voorwaarts en beet zich vast in een vinger van heer Bommels linkerhand. De ddt-koning stiet een schrille kreet uit en sprong omhoog, terwijl de vlieg zich zoemend verwijderde.

‘Hahahah! Is me dat lachen!’ riep aws, zich de tranen uit de ogen wissend. ‘Die obb! Wat een humor, hè?’

‘Het ging even mis,’ sprak ingenieur Torgelspitter spijtig op de achtergrond. ‘Maar ik weet zeker…’

‘Jij weet niks zeker!’ hernam de heer Steinhacker, die plotseling bedaarde. ‘Ik ben de enige die hier iets zeker weet!’

Heer Ollie, die zijn vinger van de spin ontdaan had, begon met bevende hand een zakdoek om het lichaamsdeel te winden.

‘W-wat dan?’ vroeg hij beklemd. ‘W-wat weet u zeker, bedoel ik?’

‘Ik weet, wat dit grapje heeft gekost,’ verklaarde de magnaat, enkele papieren te voorschijn trekkend. ‘Twee miljard, jongens. Twee miljard florijnen!’

    • Marten Toonder