De blinde vlek van Spanjaarden

Spanje is vanavond favoriet tegen Portugal in de halve finales van het EK. Portugal wordt vrijwel genegeerd in het grote buurland.

Correspondent Spanje & Portugal

Madrid. Diego Pulido kent zijn Portugese onderburen niet goed. Maar één ding weet de 42-jarige Spanjaard wel: zíjn Spaanse vlag hing eerder aan de gevel van hun gezamenlijke Madrileense appartementengebouw dan hún Portugese vlag. „Ik had hem al hangen na de groepsronde. Dat heb ik twee jaar geleden ook gedaan tijdens het WK en ik ben zo bijgelovig om te denken dat het geluk brengt. Die van hen hing pas afgelopen donderdag, toen ze door waren naar de halve finales.”

In die halve finales van het EK treffen de buurlanden elkaar vanavond. Het wordt een wedstrijd waarin meer op het spel staat dan een finaleplaats. De verhouding tussen beide landen op het Iberisch schiereiland is zeker niet slecht. Maar er leven genoeg ergernissen en gevoeligheden om er een beladen duel van te maken.

Door buitenstaanders worden de twee landen gemakkelijk op één hoop gegooid. Multinationals snijden al jaren in de kosten door hun Portugese vestiging in Lissabon op te doeken en te kiezen voor één ‘Iberisch’ kantoor in Madrid of Barcelona. Ook sommige Noord-Europese regeringen zouden dat graag doen met hun ambassades – als het niet zo’n diplomatiek affront voor Portugal zou betekenen.

Wie in Madrid woont en regelmatig naar Portugal reist, vallen vooral de grote verschillen op. Zo hebben Spanjaarden om te beginnen een blinde vlek voor hun kleine buurland. Op weerkaarten staat het land vaak niet eens aangegeven – als ware het een onontgonnen provincie, waar geen weer bestaat. Portugese kranten zijn er niet te koop: wel de Britse, Franse, Italiaanse of Nederlandse pers. Porto en Lissabon zijn wel populaire bestemmingen voor een lang weekeinde weg, maar wie Spanjaarden tegenkomt tijdens zulke stedentrips krijgt het idee dat ze Portugal waarderen als een jarentachtigversie van hun eigen land. Goedkoop, rommelig, niet zo gehaast.

Deze neerbuigende houding ervaren ook de drie Portugese onderburen van Diego Pulido. De twintigers werken sinds een half tot anderhalf jaar in Madrid en hebben Spaanse collega’s en vrienden. „Veel Spanjaarden zien ons als een klein land, waar je goedkoop kan eten en met mooie stranden”, zegt Ana Cadete in de krappe woonkamer. „Ze bekijken ons met een gevoel van superioriteit”, meent huisgenoot Joana Silva.

Het maakt dat veel Portugezen naar Spanjaarden kijken zoals Vlamingen naar Nederlanders. Of Mexicanen naar Amerikanen. Een luidruchtige, té directe en arrogante grote broer.

Bovenbuurman Pulido begrijpt dit sentiment wel. Hij komt oorspronkelijk uit Extremadura, een provincie die grenst aan Portugal en kwam hier regelmatig. „Het was vroeger een beetje een derdewereldland. Slechte wegen, maar aardige mensen. Nu lijken wij voor hen wat de Fransen voor ons zijn. Wij vinden de Fransen ook arrogant, omdat ze denken als groter en rijker land boven ons te staan.”

Maar Pulido heeft andere zorgen. Als fan van Atlético Madrid is hij vanavond vooral bevreesd voor de rol van Cristiano Ronaldo. Hij kan amper naar de Portugese spits en Real-speler kijken, zegt hij. „Als wij er uitvliegen door die ijdeltuit, dat arrogante ventje, dat zou pijn doen.”

Ook de Portugese buren voorzien een wedstrijd waarin een hoofdrol zal zijn weggelegd voor Ronaldo. „Hij wil het natuurlijk óók opnemen tegen de vele spelers van FC Barcelona in het Spaanse elftal”, zegt Cadete.

Terwijl het Portugese elftal geheel in dienst staat van Ronaldo, mist Spanje juist een goede aanvaller. Trainer Vicente del Bosque kan niet beschikken over de langdurig geblesseerde David Villa en mist een nummer negen. Fernando Torres lijkt niet geschikt, waardoor Spanje in de kwartfinale met Cesc Fabregas als vooruitgeschoven middenvelder speelde. Spanje overheerste hierdoor met balbezit, maar ging amper in de aanval. Net als veel andere Spanjaarden kon het Pulido niet bekoren: „Ik heb nog nooit zo’n saai duel gezien.”

Wat de beide landen ondanks al deze verschillen wel gemeen hebben, is dat het EK voetbal plaatsvindt tijdens de ernstigste economische crisis in decennia. Beide regeringen hebben noodleningen aan Europa moeten vragen. Lissabon in voorjaar 2011, Madrid deze maand. „Nu ook Spanje gered is door Europa, plaag ik mijn Spaanse collega’s dat ze die voorsprong ook al niet meer op ons hebben”, zegt de Portugees Tiago Alves.

De economische crisis verklaart volgens huisgenote Cadete waarom het EK vooralsnog minder leeft in Portugal. Ook in Spanje is het enthousiasme minder groot dan tijdens het WK in 2010. Maar bovenbuurman Pulido wijt dat niet aan de crisis. „Misschien zijn we gewoon wat verwend met twee titels op rij.” Hij ergert zich wel aan de Spaanse premier Rajoy die stelde dat een EK-zege „een morele injectie” zou zijn voor het geplaagde land. „Ik heb die vlag hangen, omdat ik van voetbal houd, niet omdat ik zo nationalistisch ben.”