De Bijbel nu in Imax 3D

Het bijbelepos keert terug, zelfs een Jezus-film van Paul Verhoeven maakt een kans. Of toch niet?

Paul Verhoeven geloofde vier jaar geleden niet meer in zijn Jezusfilm. Wilde hij het nog wel echt, zo’n radicale, historische blik op Jezus van Nazareth? Voor je het weet, schoten ze hem dood. „We praten over Amerika nietwaar?”

Verhoeven hield het in 2008 op een boek, de weerslag van drie decennia studie op de zoon van God. Of liever, op de bastaardzoon van een Romeins legionair: Jesus ben Pantera. Verhoevens gedroomde eerste filmscène: een long shot waarbij de camera via een woud gekruisigde Joodse rebellen naar een brandend stadje glijdt waar een legionair Maria verkracht. Haar zoon groeit op tot zondig timmerman, die door boeteprediker Johannes de Doper tot inkeer wordt gebracht en daarna grommend en snuivend demonen uitdrijft. Die als prediker van een revolutionaire moraal de macht uitdaagt: Romeinen, priesterkaste, cliëntkoninkjes. Die als desperado wordt gekruisigd als hij een gewapende opstand voorbereidt. Een gespierde Jezus, zo stelde Verhoeven zich voor. Niet dat blondje van de bidplaatjes.

Vier jaar later is zijn Jezusfilm plots weer actueel. Verhoeven praatte vorige week in Los Angeles met producer Chris Hanley (American Psycho), wiens Muse Productions scenarist Roger Avery (Pulp Fiction) betaalt om een Jezusfilm te schrijven. Dichtbij Verhoevens visie, al wil die eerst wel een outline (samenvatting) lezen voordat hij zich ergens aan bindt. „Het is eigenlijk nog veel te vroeg om dit in de krant te zetten”, zegt hij in een telefonisch gesprek.

Het hangt samen met de comeback van het bijbelepos: Jezus staat niet alleen. Darren Aronofsky (The Wrestler, Black Swan) start in augustus de opnames van Noah, met Russell Crowe als geobsedeerde arkbouwer. Warner Bros tracht Steven Spielberg over te halen God and Kings te filmen, waarin een krijgshaftige Mozes het volk Israëls uit Egypte leidt. Ridley Scott verklapte deze maand dat hij eveneens werkt aan een Mozesproject.

Joodse Braveheart

Andere recente bijbelplannen sluimeren of sneuvelden. Rond Goliath, met Dwayne ‘The Rock’ Johnson als de Filistijnse reus, werd het na augustus stil. In februari trok Warner Bros de stekker uit Paradise Lost, Lucifers opstand tegen de Heer der Heerscharen. Mel Gibsons The Maccabees is gedoemd sinds de samenwerking met scriptschrijver Joe Eszterhas (Basic Instinct, Showgirls) in april ontaardde in moddergooien en beschuldigingen van antisemitisme – de verdenking waaraan Gibson wilde ontsnappen met een ‘Joodse Braveheart’ over Jehuda haMacabi (Juda de Hamer), wiens opstand tegen het hellenisme wordt herdacht op Chanoeka, het lichtjesfeest.

Toch: er is wel degelijk een golfje bijbelfilms in aantocht. „Denk nou vooral niet dat het iets te maken heeft met geestelijke verdieping of zo”, waarschuwt Paul Verhoeven. Het is eerder Hollywoods eeuwige jacht op de ‘next big thing’. Hoe lucratief ook, over superhelden of sciencefiction is zo langzamerhand weinig nieuws meer te verzinnen. Verhoeven: „Ik zag onlangs (de sf-film) Prometheus. Best goed, ook wel griezelig, maar je hebt het allemaal al ergens gezien, nietwaar?”

Hollywood zoekt altijd iets nieuws wat niet nieuw is. Dat aansluit bij wat bekend is, wellicht half vergeten. Sprookjes bijvoorbeeld: dit jaar waren er al twee Sneeuwwitjefilms. En nu mag het bijbelepos uit de mottenballen. Verhoeven: „De Bijbel staat vol sprookjes die je nog niet kent in de nieuwste trucage. Digitale golven hebben we al sinds The Perfect Storm (2000), maar niet in de context van de Zondvloed of Mozes en de Rode Zee.”

De Bijbel was altijd een inspiratie voor filmmakers. Film, volgens Lenin voor propaganda de nuttigste kunstvorm, was ook handig bij zending en evangelisatie. Jezusfilms zijn dus bijna zo oud als de film zelf, zo valt te lezen in Freek Bakkers studie Jezus in Beeld. Voor filmmakers had de Bijbel censuurtechnisch ook charme. Bloed, bloot en heidense orgieën: het mocht van meneer pastoor in deze context, zolang de helden het maar krachtig verwierpen.

Geoliede torso

De gouden tijd van het bijbelepos was de jaren vijftig. Hollywood ging de oprukkende televisie te lijf met kolossale schermen en verhalen in Technicolor. De Bijbel had het allemaal: massascènes, exotische panorama’s, bloedige actie, luchtige geklede helden. Spektakelkoning Cecil B. DeMille zette de toon met Samson and Delilah (1949) en The Ten Commandments (1956); de ster van het genre werd Charlton Heston, met zijn blonde haar en blauwe ogen geknipt om Mozes, Judah Ben-Hur of Johannes de Doper Arisch gezag te geven.

Ben-Hur, met elf Oscars bekroond in 1960, was de apotheose van het genre: in de jaren zestig raakte het publiek op de Bijbel uitgekeken en zochten filmmakers niet langer de zegen van meneer pastoor voor geoliede torso’s en decolletés. De Bijbel werd nichemarkt: goedkope films voor ware gelovigen. Uitzondering waren musicals als Godspell en Jesus Christ Superstar, waarmee de tegencultuur begin jaren zeventig een hippe Jezus claimde.

De wedergeboorte van het bijbelepos anno 2012 is niet zonder complicaties. Richtte Hollywood zich ooit tot een gelovig, Amerikaans publiek, nu is de hele wereld markt. Een groot deel daarvan verwerpt de Bijbel: juist de natuurlijke, tot enthousiasme geneigde christelijke kijker koester je als je 120 miljoen dollar in een film steekt. Wie wil scoren met een Jezusfilm moet gelovigen paaien, bleek in 2004 uit het monstersucces van de ultrakatholieke sm-film The Passion of the Christ van Mel Gibson. Tegen Verhoevens Jezusfilm zouden diezelfde kijkers eerder betogen, zoals in 1988 tegen Martin Scorseses vrome, maar te verlichte The Last Temptation of Christ. En anders dan de jaren zeventig is er geen interesse voor rebellie tegen christendom: in Europa omdat het een quantité négligeable is, in de VS omdat gelovig en werelds in twee aparte realiteiten leven.

Verhoevens scepsis over zijn Jezusfilm is dus terecht. Of het script paait gelovigen en Verhoeven haakt af, of het script gaat over een ongewone, historische Jezus en financiers haken af. Voor dubbele bodems, Verhoevens kracht, is weinig speelruimte.

Hoe kan het wel? Films die volgens gelovigen heidenen kunnen bekeren zonder dat de heidenen daarvan last hebben. Denk aan een Mozes à la Spielberg. Een pseudorealistische bijbelfilm over mannen met het hoofd vol visioenen en wonderen die je met of zonder God kan verklaren, maar die evengoed knap wonderlijk zijn. Zoals ook het Uitverkoren Volk beseft als het met open monden en ronde ogen toeziet hoe een state of the art-tsunami het leger van de farao verzwelgt. Zo’n soort bijbelfilm.

    • Coen van Zwol